De Generaliteitslanden onder het gezag van de Staten-Generaal

De Republiek was meer dan alleen de Zeven Provinciën die allemaal hun zegje konden doen in de Staten-Generaal. In de periferie lagen de zogeheten Generaliteitslanden. Hun inwoners werden behandeld als tweederangs burgers. Ze hadden geen eigen bestuur of politieke zeggenschap. Ze vielen rechtstreeks onder het gezag van de landsregering in Den Haag. Hun katholieke geloof lieten ze desondanks niet opzij duwen.

Met een zwaar gemoed zullen de vier Brabantse afgevaardigden op 6 september 1585 het Binnenhof op zijn gelopen. Ze kwamen afscheid nemen van hun collega’s in de Staten-Generaal. Hun trotse en machtige hertogdom was lang een spil geweest in de opstand tegen Spanje, maar  bijna twee weken eerder was Antwerpen gevallen. Alle Brabantse hoofdsteden (Antwerpen, Leuven, Brussel en ’s-Hertogenbosch) waren in handen van de Spanjaarden. De afgevaardigden waren volgens de toen gangbare opvattingen ‘zonder last’ (bevoegdheid) en moesten daarom hun plek opgeven in de Generaliteit, het centrale bestuur van de Republiek. Symbolisch leverden ze de sleutel in van de kist waarin de Staten-Generaal hun grootzegel voor de bekrachtiging van belangrijke documenten bewaarden. Het grondgebied in Brabant waar de opstandige gewesten nog wél de macht hadden, kwam onder gezag van de Generaliteit. 

Allegorie op de beheersing van de Generaliteitslanden. De vier vrouwen rechts symboliseren de Generaliteitslanden. Minerva (in het midden) is in gesprek met de Raad van State. Titelpagina voor: J. Wagenaar, Tegenwoordige staat der Vereenigde Nederlanden, 1740. (Afbeelding: Rijksmuseum Amsterdam)
 

Front van 1648
Brabant lag in de frontlinie van de Tachtigjarige Oorlog en die was op dat moment volop in beweging. De hertog van Parma, landvoogd en veldheer van Filips II in de Nederlanden, rukte vanaf 1580 snel op vanuit het zuiden en oosten. Filips II stuurde zijn succesvolle legeraanvoerder echter naar Frankrijk om de katholieken daar te steunen tegen de protestante koning Hendrik IV. Een strategische blunder, want zijn afwezigheid gaf prins Maurits en zijn Staatse troepen de kans gebieden heroveren in Gelderland, Overijssel, Groningen en Brabant. Later, na het Twaalfjarig Bestand van 1609-1621 dat het front bevroor, veroverde zijn opvolger en halfbroer Frederik Hendrik Den Bosch (1629), Maastricht (1632) en Breda (1637). 

Eind aan de Tachtigjarige Oorlog
De Vrede van Münster (1648) maakte een eind aan de Tachtigjarige Oorlog en gaf de Republiek internationale erkenning als soevereine staat, waarbij de grenzen werden vastgesteld op basis van de frontsituatie van dat moment. Behalve de zeven provinciën Gelderland, Holland, Zeeland, Utrecht, Friesland, Overijssel en Groningen vielen ook delen van Vlaanderen, Brabant en Limburg toe aan de Republiek. De Staten-Generaal plaatsten ze onder hun eigen gezag. Staats-Brabant (grotendeels het huidige Noord-Brabant), Staats-Vlaanderen (ruwweg het huidige Zeeuws-Vlaanderen) en Staats-Overmaas (delen van Zuid-Limburg) waren vanaf dat moment Generaliteitslanden. Later kwam Staats-Opper-Gelre (delen van Noord-Limburg) er nog bij. 

Kaart van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, 1707-1727. De speciale status van de Generaliteitslanden blijkt uit het feit dat ze in tegenstelling tot de zeven gewesten geen kleur hebben. (Afbeelding: Rijksmuseum Amsterdam)

 

Bijzondere status
De Generaliteitslanden hadden een bijzondere status en verschilden daardoor van de andere delen van de Republiek: de zeven provincies waren elk via hun Provinciale Staten baas in eigen huis. Over zaken die de hele Republiek aangingen, zoals oorlog en vrede, bondgenootschappen en belastingen, besloten ze gezamenlijk in Den Haag. De Generaliteitslanden hadden niets van dit alles: de bestuurlijke soevereiniteit ontbrak, het was de taak van de Staten-Generaal om dit grote gebied - in omvang bijna een derde van de Republiek - te besturen. 

Het was voor de Staten-Generaal zaak om hun gezag in deze gebieden zo snel mogelijk te laten gelden. Dat gebeurde door zelf burgemeesters, bestuurders en rechters te benoemen, belastingen vast te stellen en te innen, onderwijzers én predikanten aan te stellen. 

Katholiek
Een ander essentieel verschil met de zeven provincies was het geloof. De bevolking in de Generaliteitslanden was grotendeels katholiek, terwijl de Nederduitse Gereformeerde Kerk de staatskerk van de Republiek was. De protestanten wilden niets liever dan de officiële geloofsleer ook in deze gebieden leidend te maken, en de Staten-Generaal legden de Generaliteitslanden ook op religieus gebied beperkingen op. Bijna overal verloren de katholieken er het recht om hun godsdienst in het openbaar te belijden, op straffe van boetes, gevangenisstraf of verbanning. ‘Paapse’ geestelijken werden weggejaagd honderden kerken en kloosters werden geconfisqueerd, net als in de rest van de Republiek. 

Op 1 april 1660 vaardigde Den Haag daarnaast het ‘Reglement op de Politycque reformatie in de Meyery van ’s Hertogenbosch, en de andere Quartieren van gelijke nature, onder de Generaliteyt gehoorende’ uit. Dat bepaalde dat katholieken in de Generaliteitslanden geen publieke ambten meer mochten uitoefenen. Functies als schout, drossaard, burgemeester en notaris waren vanaf dat moment voor hen verboden. In de Generaliteitslanden ontstond zo op stads- en dorpsniveau een kleine protestante bestuurselite die de katholieke gemeenschap naar de marges van de samenleving probeerde te dirigeren. De politiek reformatie was echter weinig succesvol. Er waren eenvoudigweg te weinig protestanten om alle bestuurlijke en maatschappelijke posities te kunnen bekleden, waardoor katholieken alsnog de lege plekken invulden.

Zowel politiek, militair als economisch gezien bezaten de Generaliteitslanden een tweederangsstatus voor de Staten-Generaal: het werd gezien als de periferie van de Republiek. Pas eind 18de eeuw werd dit stelsel opgedoekt als gevolg van de val van het ancien regime. Je leest meer over de Generaliteitslanden in de Republiek in het aankomende nummer 5 van Geschiedenis Magazine. Abonnees ontvangen dit nummer omstreeks 11 juli. Dit nummer niet missen maar nog geen abonnee? Abonneer vóór donderdag 26 juni, om dit nummer te ontvangen. 

Delen: