De erfenis van de kanonnenkoning: de opkomst van het staal- en wapenbedrijf Krupp
De wapens van de beroemde en beruchte staalproducent Krupp vonden in de 19de en 20ste eeuw wereldwijd gretig aftrek. Vooral het Duitse leger was een grote klant, ook gedurende de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Ruud Stevens vertelt hoe dit bescheiden bedrijfje in het Ruhrgebied uitgroeide tot een van de grootste en belangrijkste ondernemingen van Europa.
De kleine staalfabriek die Friedrich Krupp in 1811 in Essen oprichtte, was niet meteen een succes. Alleen met financiële steun van zijn familie wist hij te overleven. Zijn zoon Alfried nam in 1826 het stokje over en deed het een stuk beter. Hij zette stevig in op nieuwe technologie om het productieproces en daarmee de kwaliteit van het Krupp-staal te verbeteren. Hij maakte naast de bestaande producten als stempels voor munten nu ook nieuwe zaken zoals keukengerei, assen voor scheepsschroeven en onderdelen voor de talloze fabrieken die in heel Duitsland als paddenstoelen uit de grond begonnen te schieten door de industrialisatie.
Spoorwegen bieden kansen
Ook het Duitse spoorwegnetwerk dijde razendsnel uit, waar Krupp handig op inspeelde. Zijn fabrieken groeiden na 1850 als kool door de grote vraag naar rails, assen, veren en wielen. Om de almaar toenemende honger naar grondstoffen te stillen kocht de industrieel zelf ijzererts- en kolenmijnen op. De spoorsector bood ook volop kansen voor vernieuwende ideeën: Krupp ontwikkelde naadloze treinwielen die minder snel kapot gingen dan eerdere varianten en verkocht er duizenden per jaar van, over de hele wereld. Dat succes is nog steeds zichtbaar in het bedrijfslogo, dat sinds 1875 wordt gevormd door drie zulke wielen.
Internationale ambities
Alfried Krupp had al vroeg in de gaten dat de staalindustrie een internationale aangelegenheid was en hield de concurrentie scherp in de gaten. Zijn belangrijkste doel was uiteindelijk producten te maken van dezelfde hoge kwaliteit als die uit Engeland. Dat was de bakermat van de zware industrie en het land liep op het gebied van staalproductie (en economisch in het algemeen) mijlenver voor op de buitenlandse concurrentie. In de jaren 1830 bracht hij vermomd als baron Schropp een bezoek aan Engelse staalfabrieken om stiekem te zien hoe zij het aanpakten.
Hij bezocht later om de kunst af te kijken ook nog vele andere landen onder zijn eigen naam. Die veranderde hij vanwege zijn mondiale ambities in het internationaal veel beter in de mond liggende Alfred. Hij stelde vertegenwoordigers in het buitenland aan en nam met zijn bedrijf deel aan wereldtentoonstellingen. Zo kreeg het overal voet aan de grond. Krupp verkocht producten van India tot de VS en van China tot Mexico. Het immense Amerikaanse spoorwegnetwerk gebruikte bijvoorbeeld rails van Krupp.
Geweerlopen en kanonnen
Voor de toekomst van Krupp was één categorie echter allesbepalend: wapens. In de jaren 1840 produceerde het bedrijf zijn eerste geweerloop. Een belangrijke volgende stap vond plaats tijdens de wereldtentoonstelling van 1851 in Londen. De organisatie wilde tonen hoe de ongekende verworvenheden van industrie en techniek bijdroegen aan wereldvrede. Krupp had echter andere plannen. ‘De Engelsen zullen hun ogen moeten openen,’ schreef hij aan de organisatie. Bedoelde hij voor de realiteit? Of van verbazing? Zijn bijdrage was namelijk een blinkend gepolijst kanon. Commentatoren roemden het vanwege zijn stijlvolle vormgeving.
Krupp was in eerste instantie begonnen met de productie en ontwikkeling van wapens om afnemers te kunnen laten zien waartoe zijn bedrijf allemaal in staat was, waardoor hij ook de niet-militaire producten voor de industrie en de spoorwegen onder de aandacht kon brengen. Het belang van de wapenproductie groeide echter snel, onder meer omdat de markt haast onverzadigbaar leek. In 1856, aan het einde van de Krimoorlog, leverde Krupp de eerste kanonnen aan Rusland. Ook Egypte, Zwitserland en de Turken kochten wapens bij hem. De grootste afnemer was het Pruisische leger. De in 1861 aangetreden koning van Pruisen Wilhelm I kocht het neusje van de zalm om zijn leger te moderniseren. Zijn minister-president Otto van Bismarck voerde in de jaren daarna oorlogen met Denemarken (1864), Oostenrijk (1866) en Frankrijk (1870-1) om alle Duitse gebieden te verenigen. Het werd een reeks grote overwinningen, en de krachtige stalen kanonnen uit de Krupp-fabrieken die van achteren werden geladen in plaats van voren - een nieuw element op het slagveld - speelden zeker in de Frans-Duitse oorlog een belangrijke rol.
'Schietfestival van het volk'
Generaals in heel Europa wilden na die ‘praktijkdemonstratie’ hun eigen moderne artillerie. Zij vonden in Krupp een welwillende leverancier. In 1879 organiseerde hij voor een publiek van hoogwaardigheidsbekleders, generaals en overheidsdienaren uit achttien landen het ‘schietfestival van het volk’, een internationaal artilleriefestijn op het eigen testterrein van Krupp om te laten zien wat zijn bedrijf in zijn mars had.
Bij zijn dood in 1887 was Alfred Krupp de belangrijkste wapenleverancier van zijn tijd. Het leverde hem de bijnaam 'Kanonnenkoning' op. Zijn zoon, Fritz Krupp, zette deze reputatie voort. Tijdens de Eerste Wereldoorlog en de Tweede Wereldoorlog leverde het familiebedrijf Krupp duizenden wapens aan het Duitse leger. In het aankomende nummer 1 van Geschiedenis Magazine vertelt Ruud Stevens meer over het bedrijf Krupp en diens rol in de Wereldoorlogen. Abonnees ontvangen dit nummer omstreeks 23 januari. Dit nummer niet missen, maar nog geen abonnee? Meld je aan vóór donderdag 9 januari, dan krijg ook jij dit nummer thuis! Of bestel het nummer na 23 januari online in onze webshop of haal het in de boekhandel bij jou in de buurt.
Delen: