De dodelijke ‘doodlebug’. Afweer tegen vergeldingswapens V1 en V2 is vrijwel onmogelijk

De grootschalige geallieerde bombardementen op Duitse steden die in 1940 beginnen, veroorzaken veel leed maar roepen ook heftige wraakgevoelens bij de nazi’s op. Hitler verwacht heil van nieuwe aanvalswapens en Duitse wetenschappers ontwikkelen in hoog tempo de Vergeltungswaffen. Deze V1’s en V2’s richten inderdaad enorme schade aan en maken vele duizenden slachtoffers. Ze worden nogal eens van Nederlandse en Belgische bodem afgeschoten. Ynskje Penning laat zien hoe het in zijn werk ging.

De ontwikkeling van de V1 
In de jaren ’30 verrichten Duitse wetenschappers vlak bij het vissersdorp Peenemünde aan de Oostzee in het geheim onderzoek naar langeafstandswapens. Nadat de geallieerden Duitse steden en industriële complexen beginnen plat te gooien, wordt het onderzoek opgeschaald en worden in de winter van 1941-1942 testvluchten uitgevoerd met het eerste vergeldingswapen, de V1: een vliegende onbemande bom voorzien van een straalmotor die met een katapult van een vaste, licht stijgende, ijzeren rail wordt afgeschoten. 
 

Een lanceerrail met V1-reconstructie. Zairon, V1 neben dem Blockhaus von Éperlecques (2016). Bron: Wikimedia Commons (bijgesneden, CC BY-SA 4.0)
Een lanceerrail met V1-reconstructie. Zairon, V1 neben dem Blockhaus von Éperlecques (2016). Bron: Wikimedia Commons (bijgesneden, CC BY-SA 4.0) 

 

Robert Lusser van de vliegtuigfabriek Fieseler en Fritz Gosslau van de motorenfabriek Argus combineren vliegtuigonderdelen met de straalmotor die ingenieur Paul Schmidt eerder al ontwikkeld heeft. De strijd om de octrooirechten duurt de hele oorlog voort. In juni 1942 wordt Peenemünde onder leiding van de gedreven ingenieur en raketspecialist Wernher von Braun hét centrum van de Luftwaffe voor de verdere ontwikkeling en productie van Vergeltungswaffen. Het fabriekswerk wordt vooral gedaan door Poolse krijgsgevangenen, die er leven in concentratiekampen. In totaal zullen er zo’n 30.000 V1’s worden geproduceerd. 

Mittelbau-Dora 
In augustus 1943 krijgen de geallieerden er lucht van, maar ze weten niet precies waar het om gaat. Zeshonderd bommenwerpers van de Royal Air Force gooien voor alle zekerheid de fabriek in Peenemünde plat, waarbij veel Poolse krijgsgevangenen om het leven komen. De productie wordt onmiddellijk overgebracht naar de voormalige kolenmijn Mittelbau-Dora in het Harzgebergte bij Nordhausen.  
 

Duitse soldaten maken een V1 klaar om af te schieten. Bruno Lysiak, Marschflugkörper V1 vor Start (1944). Bron: Wikimedia Commons (CC BY-SA 3.0)
Duitse soldaten maken een V1 klaar om af te schieten. Bruno Lysiak, Marschflugkörper V1 vor Start (1944). Bron: Wikimedia Commons (CC BY-SA 3.0) 

 

Zo’n 60.000 krijgsgevangenen uit alle delen van Europa en vooral uit de Sovjet- Unie worden erheen gedeporteerd. Ze moeten in de verlaten mijngangen een enorme ondergrondse fabriek bouwen en zodra die gereed is, ook de wapens fabriceren. De SS zorgt voor speciale concentratiekampen om hen te huisvesten. Er heerst een moorddadig regime met uithongering en willekeurige moordpartijen om sabotageacties tijdens de productie van de wapens de kop in te drukken. 20.000 krijgsgevangenen overleven het niet. 

V1’s op Londen 
Op 13 juni 1944 bereikt de eerste V1 Londen. Deze is afgeschoten vanuit Normandië en komt neer naast een spoorbrug. Acht mensen worden gedood. In de daaropvolgende piek worden zo’n honderd V1’s per dag op Londen afgeschoten. Ook Southampton en Portmouth, belangrijke havens voor de bevoorrading van de geallieerde legers in Frankrijk, worden met V1’s bestookt. In 60 dagen tijd worden in Engeland 6000 mensen gedood en raken er 20.000 gewond. 
 

Een V1 boven Londen. Onbekende fotograaf, V1 in flight over London (1944). Bron: Wikimedia Commons (PD)
Een V1 boven Londen. Onbekende fotograaf, V1 in flight over London (1944). Bron: Wikimedia Commons (PD) 

 

De Britse kustverdediging kan weinig uitrichten omdat de V1’s te klein en te snel zijn en dus komt de Royal Air Force in actie. RAF-jachtvliegtuigen weten er zo’n duizend in de lucht onschadelijk te maken. Daarbij halen ze zeer riskante manoeuvres uit: de piloten gaan naast de V1 vliegen, tikken met hun vleugel onder tegen de vleugel van de V1 aan, waarna het onbemande straalvliegtuig gaat tollen en in Het Kanaal valt. Sommige piloten zijn er zo handig in dat ze de V1 laten omkeren, zodat deze terugvliegt naar het vasteland. 

De Duitsers krijgen het waaghalzerige RAF-trucje in de gaten en monteren granaten op de vleugels. Vervolgens proberen de piloten met hun boordgeschut de V1 tot ontploffing te brengen, wat ook zeer gevaarlijk voor de piloot en zijn vliegtuig is: dan ontploft 800 kilo TNT en vliegen brokken ijzer in het rond.  
 

Een Supermarine Spitfire van de RAF gebruikt zijn vleugel om de V1 uit balans te brengen. Walton, Spitfire Tipping V-1 Flying Bomb (1944). Bron: Wikimedia Commons (PD UK)
Een Supermarine Spitfire van de RAF gebruikt zijn vleugel om de V1 uit balans te brengen. Walton, Spitfire Tipping V-1 Flying Bomb (1944). Bron: Wikimedia Commons (PD UK) 

 

De V1 is geen precisiewapen en wordt van tevoren grofweg afgesteld op het doel. Een kleine 10.000 V1’s bereiken inderdaad Engeland, de rest wordt onschadelijk gemaakt, stort in zee of komt voortijdig in Duits bezet gebied neer. Zo’n 5000 V1’s halen het beoogde doel. Je kunt ze aan komen horen pruttelen. De Britten noemen de V1 Doodlebug (snorrende, rondvliegende kever) of Buzzbomb. Ze weten: als het lawaai stopt, is de brandstof op en komt het ding naar beneden. 

En dan was er ook nog de V2. Dat was geen verbeterde versie van de al zeer succesvolle V1, maar wat dan wel? En veel V1’s en V2’s worden vanuit België afgeschoten, maar op een gegeven moment worden Belgische steden ook doelwit. Hoe zit dat? Je leest het in de eerste 2022-editie van Geschiedenis Magazine. Word vóór donderdag 27 januari abonnee, bestel ‘m vanaf eind januari online of haal ‘m tegen die tijd in de winkel. 

Delen: