De Bataafse Hannibal: Julius Civilis dwingt Rome bijna op de knieën
Wie kent ze niet, de rebellenleiders Ambiorix, Vercingetorix, Hermann/Arminius en Boudica? Het waren invloedrijke aanvoerders die in opstand kwamen tegen de Romeinen en die nog altijd bekendheid genieten in respectievelijk België, Frankrijk, Duitsland en Engeland. Hoe zit dit in de Lage Landen? Julius Civilis, de leider van de Bataafse Opstand in 69/70, werd door de Romeinse geschiedschrijver Tacitus vergeleken met de geduchte Hannibal. Toch kennen weinig Nederlanders Civilis’ naam. Alexander van de Bunt vindt dat niet terecht.
De Bataaf Julius Civilis was in 68 Romeins burger en lid van een rijke koninklijke familie die voordat de Romeinen hun macht in de regio vergrootten, de scepter zwaaide over wat nu de Betuwe is. Uit de Historiën van Tacitus weten we dat Civilis getrouwd was en meerdere kinderen had. Andere persoonlijke informatie krijgen we verder niet. Wel komen we via Tacitus veel meer te weten over de politieke en militaire gang van zaken in de Lage Landen, waarin Civilis een sleutelrol vervulde.
De Bataven werden in 68 al enige jaren geregeerd door een Romeinse magistraat, maar koninklijke families zoals die van Civilis hadden nog steeds veel invloed op het Romeinse regionale bestuur. Ze waren belangrijk voor de Romeinen om orde en stabiliteit in de regio te garanderen. De Bataven hadden zich bovendien in rap tempo aangepast aan de Romeinse cultuur: velen van hen konden lezen en schrijven en droegen Romeinse kleding. De Bataven waren bondgenoten van de Romeinen, wat inhield dat ze militaire ondersteuning leverden.
Ook namen veel Bataafse mannen vrijwillig dienst in het Romeinse leger, wat hun na 25 jaar het gewilde Romeinse burgerschap gaf. Ze vormden daarin de Bataafse hulptroepen en stonden bekend als een zeer deskundig specialistenleger. Ook in Rome waren ze geen ongewone verschijning, want de persoonlijke lijfwachten van de keizer en de pretoriaanse garde bestond voor een deel uit Bataven. Volgens Tacitus waren zij formidabele cavaleristen en bijzonder goede zwemmers, waardoor ze met behoud met wapens en paarden in gesloten eenheden rivieren konden oversteken.
Zo deden de Bataven veel ervaringen op tijdens de verovering van Germanië, die voor de Rome eindigde met het verliezen van de beroemde slag in het Teutoburgerwoud in het jaar 9. Ook vochten ze mee met wraak-expedities na die slag onder de Romeinse veldheer Germanicus.
Een heel belangrijke rol speelden de Bataafse ruiters bij de veroveringsoorlog van Brittannië tussen 43 en 105. Ook Claudius Civilis vocht in 43 als vrijwilliger mee bij de invasie onder keizer Claudius. Hij doorliep een glansrijke militaire carrière en werd commandant van de Bataafse elitetroepen. Civilis diende jarenlang en had zo ampel de gelegenheid om de Romeinen te observeren. Hij begreep alles van hun oorlogsvoering en zeker hoe hij hen moest verslaan.
In de boeien naar Rome
Plotseling kwam er een einde aan de voorspoedige loopbaan van Julius Civilis. In 68, het laatste regeringsjaar van Nero, liet de opperbevelhebber van Germania Inferior, waar de Betuwe ook onder viel, hem samen met zijn broer Julius Paulus oppakken. Ze werden gearresteerd wegens opruiing en anti-Romeinse sentiment. In welke vorm ze dat gedaan zouden hebben, wordt in de bronnen niet gespecificeerd. Paulus werd direct ter dood gebracht, maar Civilis werd in de boeien geslagen en naar Rome gedeporteerd om aan het hof van Nero te worden berecht.
In de tussentijd had Nero echter zelfmoord gepleegd, waarna een periode van grote politieke onrust en burgeroorlog uitbrak. Er passeerden in slechts één jaar tijds vier keizers de revue: Galba, Otho, Vitellius en Vespasianus. De eerste van de machthebbers in dit ‘vierkeizer-jaar’, Galba, sprak Civilis vrij van rechtsvervolging. Naar zijn motivatie kunnen we slechts gissen. De Bataaf vertrok vol bittere gevoelens uit Rome. Hij wilde zijn naam zuiveren, maar ook de dood van zijn broer wreken.
Genadeloos verslagen
Kort nadat Civilis weer terug was gekeerd in de Betuwe, werd Vitellius, legercommandant in Germania Inferior, door zijn troepen uitgeroepen tot keizer. Hij wist de steun te vergaren van de machtige Rijnlegers en ook de Bataafse hulptroepen schaarden zich achter hem. Ze waren ontevreden omdat Galba kort daarvoor hun ruiterij in Rome had ontslagen. Ze beschouwden dit als een diepe vernedering en waren vastbesloten zich onder een nieuwe keizer te rehabiliteren.
Vitellius stuurde zijn legers naar Italië om de strijdkrachten van Otho aan te vallen, de opvolger van de inmiddels vermoorde Galba. Het kleinere leger van Otho was niet opgewassen tegen de ervaren Germaanse legioenen en werd genadeloos verslagen, waarna Otho zelfmoord pleegde. Vitellius werd de nieuwe keizer, maar er kwam al snel een andere troonpretendent: Vespasianus werd in Judea uitgeroepen tot keizer met behulp van de oostelijke provincies van Pannonië, de Balkan en het Midden-Oosten en zij maakten zich op om de strijd met Vitellius aan te gaan.
Veleda en de eed van Civilis
Vitellius moest zijn troepenmacht in Italië snel aanvullen en ging over op gedwongen rekrutering van nieuwe soldaten, onder wie Bataven. Nu begon hun loyaliteit aan de Romeinen snel af te brokkelen. Daar kwam nog bij dat de wervingsofficieren zich ernstig misdroegen. Ze vergrepen zich aan de mooiste jongetjes en dwongen oude en zwakke mannen zich bij het leger te voegen, die alleen tegen betaling werden vrijgelaten. De Bataven begonnen zich te verzetten en zonnen op wraak, en naar een leider hoefden ze niet lang te zoeken. Geruime tijd hield Julius Civilis zich koest, maar toen een handlanger van Vespasianus diens verzoek overbracht om tegen Vitellius in opstand te komen, achtte hij de tijd kennelijk rijp. Vespasianus en Civilis kenden elkaar overigens misschien wel van de campagne in Brittannië in 43.
Civilis riep de stamleiders en de dapperste krijgers onder de Bataven onder het mom van een feestmaal ’s nachts bijeen in een heilig woud - waar dat was, weten we niet. Hier ontvouwde hij zijn plannen en kreeg hij zijn stamgenoten zonder al te veel moeite mee. Ze zwoeren een eed. Rembrandt vereeuwigde die in 1662 op zijn beroemde schilderij van een groep getrouwen die hun zwaarden in een vertoon van eenheid samenbrengen met dat van hun indrukwekkend rijzige eenogige koning.
De Bataven gingen net als veel volken in die tijd, inclusief de Romeinen, de strijd niet aan als de voortekenen ongunstig waren. Om de toekomst te leren kennen, konden ze profeten raadplegen. Op dat moment genoot de zieneres Veleda veel aanzien onder de Germaanse stammen. Ze leefde bij de stam der Bructeren die rond de huidige stad Münster woonden. Het is niet bekend of Civilis haar bezocht, boodschappers naar haar toe stuurde of dat zij spontaan een voorspelling deed. Ook is niet duidelijk of ze zelf een rol speelde in de aanstichting van de Bataafse Opstand. Tacitus vermeldt dat Veleda een grootse overwinning voor de Bataven voorspelde, wat misschien niet vreemd is, gezien de verzwakte positie van de Romeinen in het Rijngebied - de legers waren immers vanwege de burgeroorlog grotendeels naar Italië vertrokken.
Op naar het fort van Vetera
Na de nachtelijke samenzwering werden geheime boodschappers gestuurd naar de Bataafse hulptroepen langs de Rijn en naar naburige stammen. De Cananefaten gaven gehoor aan de oproep en openden onmiddellijk de strijd tegen de Romeinse troepen in de buurt. De Romeinen wisten dat ze de limesforten langs de Nederrijn niet konden verdedigen tegen een gecombineerde overmacht van Bataven en Cananefaten omdat veel troepen weg waren. Dan steken we ze maar in de fik, besloten ze. (Bij DOM Under, onder het Domplein in Utrecht waar ooit het Romeinse fort van Traiectum stond, is deze brandlaag nog altijd te zien.) Ze probeerden bij Nijmegen met een gebundelde legermacht slag te leveren, samen met Bataafse en Germaanse hulptroepen van andere stammen, maar die liepen allemaal over naar de opstandelingen. De Romeinen trokken zich terug naar het fort van Vetera (Xanten), dat nu huisvesting bood aan twee legioenen.
De Bataven kwamen in opstand vanwege de ronselpraktijken en om de dood van Julius Paulus te wreken. Ze hoopten echter dat Vespasianus, als hij eenmaal aan de macht was, hen zou belonen door hun onafhankelijkheid te erkennen. Had Civilis niet precies gedaan wat Vespasianus hem via de brief had opgedragen: vechten tegen de troepen van keizer Vitellius?
Deze droom had misschien kunnen uitkomen, maar dan hadden de Bataven de wapens nu wel moeten neerleggen. Civilis zag echter vermoedelijk zijn kans schoon om zelf koning te worden of om onafhankelijkheid af te dwingen en belegerde de vesting Vetera, een daad die geen enkele Romeinse keizer onbestraft zou laten.
Terwijl zich steeds meer Germaanse en Gallische stammen bij de Bataafse Opstand aansloten, zetten de Romeinen een tegenoffensief op touw. Ondanks alle militaire tegenslagen en het lage moreel onder de troepen, wisten ze enkele kleine overwinningen te behalen en Vetera tijdelijk te heroveren, maar daarna keerden de kansen weer. Tegen het einde van het jaar 69 was het Romeinse gezag in het Rijngebied ten noorden en westen van Mainz totaal ingestort en in handen van de Bataafse coalitie.
Gallische stammen rond Trier (de Treveren) en Langres (de Lingonen), die het succes van de Bataven op de voet volgden, besloten zich eveneens tegen de Romeinse bezetter te keren door samen hun eigen Gallische Rijk uit te roepen. Deze onderneming werd geleid door Julius Sabinus, de vermoedelijke Gallische bastaardkleinzoon van Julius Caesar.
Afgebroken brug over de Nabalia
Eind 69 zegevierde Vespasianus in zijn strijd tegen Vitellius. Na de militaire overwinning op de Povlakte werd Vitellius in Rome doodgemarteld en met een haak naar de Tiber gesleept. De hoogste prioriteit voor de nieuwe keizer was het hernieuwen van de eenheid binnen het rijk. Vooral de Joodse Opstand in Judea maar ook de Bataafse Opstand moest hij de kop indrukken. Daartoe trok in het voorjaar van 70 een groot leger de Alpen over, geleid door generaal Petillius Ceriales, de schoonzoon van Vespasianus.
Trier was het eerste doelwit. De rebellerende Treveren zaten zonder leider omdat Julius Sabinus na een nederlaag zijn zelfmoord in scène had gezet. Weliswaar schoten de Bataven hun Gallische bondgenoot te hulp, maar de Treveren zagen toch geen andere optie dan zich over te geven aan Ceriales.
Civilis liet het er niet bij zitten en voerde een nachtelijke aanval uit op het Romeinse legerkamp bij Trier, maar die liep uit op een grote afstraffing. Dit was het keerpunt voor de Romeinen. Langzaam maar zeker kregen ze weer de overhand, ook al bleven de Bataven en hun bondgenoten hevige tegenstand bieden bij onder andere fort Vetera en Gelduba (Krefeld). Hier ontdekten archeologen in 2018 ruim 300 skeletten van paarden die waren gesneuveld in een veldslag tussen Bataven en Romeinen. Nu de militaire nederlagen zich begonnen op te stapelen, trokken de Bataven zich terug in de Betuwe. Hier, op eigen terrein, hoopten ze een definitieve overwinning te behalen.
Civilis, inmiddels oorlogsmoe geworden, besefte dat verder verzet tegen de Romeinen vergeefs was. Hij zond een boodschapper naar Ceriales om de voorwaarden van de overgave te bespreken. De aangewezen plek voor deze onderhandelingen was een brug over de rivier de Nabalia, mogelijk de Lek of (een vertakking van) de Gelderse IJssel. De brug werd halverwege afgebroken, zodat beide leiders zonder gevaar en zonder gezichtsverlies, elk staande op een van de uiteinden, met elkaar konden spreken.
Bondgenootschap hersteld
Wat ze bespraken, hoe de Bataafse Opstand is afgelopen en wat er van Civilis is geworden, valt niet meer te achterhalen. Juist op dit punt stopt de enige geschreven bron: het relaas van Tacitus in het overgeleverde manuscript uit de 11de eeuw. Maar erg ongunstig kan het niet geweest zijn voor de Bataven. We komen ze als soldaten nog vele malen tegen in de bronnen na 70. Zo streden ze opnieuw met succes aan Romeinse zijde in Brittannië, stelde keizer Trajanus in 98 de Bataafse pretoriaanse garde weer aan en namen ze actief deel aan de Dacische Oorlogen in 101-102 en 105-106. Het lijkt erop dat het oude bondgenootschap is hersteld.
Hoe het met Julius Civilis is afgelopen, zullen we nooit weten. Wellicht leefde hij de rest van zijn leven in ballingschap of werd hij door de Romeinen of zijn stamgenoten uit de weg geruimd. Eén ding is zeker, de Bataafse Opstand is de geschiedenis ingegaan als een van de grootste opstanden in de Lage Landen uit de klassieke oudheid.
Verder lezen
- Herman Clerinx, Romeinse sporen. Het relaas van de Romeinen in de Benelux met 309 vindplaatsen om te bezoeken, Athenaeum Polak & Van Gennep, 2014
Dit nummer verscheen eerder in 2021 (nr. 4) van Geschiedenis Magazine onder de titel: 'De Bataafse Hannibal. Julius Civilis leidt grote opstand van de Bataven tegen Rome.'
Delen: