De 'ideale' staatsvorm: Atheense democratie of Spartaanse autocratie?

Athene en Sparta waren ooit bondgenoten tegen de Perzen, maar in de 5de eeuw v.Chr. kwamen ze militair én politiek tegenover elkaar te staan. Athene ontwikkelde een democratische staatsvorm, Sparta was autocratischer ingesteld. Vanaf de Renaissance werd deze tegenstelling tussen de twee rivalen weer van stal gehaald. Athene kreeg pleitbezorgers, maar vooral Sparta kende uitgesproken bewonderaars, zoals de nazi's. Fik Meijer volgt de redeneringen door de geschiedenis heen. Waarom zag men Athene, dan wel Sparta als een 'ideale' staatsvorm?

Geen lof voor democratie
Geen schrijver in het antieke Athene heeft een lofzang op de democratie op schrift gesteld. Alleen in de Historiën van Thucydides, zelf geen supporter van de Atheense democratie, komt een tekst voor waarin de voordelen van de democratie uit de doeken worden gedaan. Dat is de lijkrede van de strateeg Pericles voor de Atheense gevallenen in het eerste jaar van de Peloponnesische Oorlog. Het ontbreken van lofzangen doet wellicht vreemd aan, omdat de democratie zo’n lange adem had, maar toch is het te verklaren. De meeste schrijvers en filosofen die zich in de oudheid over de ideale staatsvorm hebben gebogen waren aristocraten. Zij bezagen de regeringsmacht van de gewone bevolking meestal met onbehagen en afkeer. Ze konden het maar moeilijk verkroppen dat mensen die in hun ogen minder waren dan zij, in de volksvergadering voor de wet aan hen gelijk waren (isonomia) en hetzelfde recht van spreken (isegoria) hadden. Ze dachten met weemoed terug aan het archaïsche Griekenland, toen de weldenkende elite het voor het zeggen had gehad.

Sommige critici lieten het bij satirisch getoonzette of persoonlijke aanvallen op vooral demagogen, politici die misbruik maakten van de onwetendheid van het volk en het naar de mond praatten. De geschiedschrijver en legeraanvoerder Thucydides bijvoorbeeld uit in zijn geschiedwerk over de Peloponnesische Oorlog in kalme bewoordingen zijn ongenoegen over de ongewenste effecten van de democratie. Zijn opmerking dat Athene in feite geregeerd werd door één man, staatsman en generaal Pericles, die het volk zo kundig bespeelde dat het hem blindelings volgde, is een goede observatie van de werkelijke situatie in de 5de eeuw v.Chr.

In 431 v. Chr. houdt de Atheense staatsman Pericles een grafrede voor de soldaten die waren omgekomen in de Peloponnesische Oorlog (een strijd tussen Athene en Sparta). De 19de-eeuwse Duitse schilder Philippp Foltz liet zich meer dan 2000 jaar later door deze gebeurtenis inspireren voor zijn kunstwerk Perikles hält die Leichenrede. (Afbeelding: via Wikimedia Commons).
 

Regeren is een vak
Anderen richtten hun pijlen op het stelsel zelf. Aristoteles schreef in de 4de eeuw v.Chr. dat de boel in Athene was doorgeslagen omdat alle burgers, ongeacht hun kwaliteiten, evenveel recht van spreken hadden. Ook de filosofen Socrates en Plato - die in zijn Politeia (ca. 380 v.Chr.) de contouren van de in zijn ogen ideale staat had geschetst - leverden felle en principiële kritiek. Het was voor hen een uitgemaakte zaak dat regeren een vak was, zoals je voor schoenen ook naar een schoenmaker ging. Doorsneeburgers beheersten het bestuursvak door gebrekkige scholing onvoldoende. Rationele besluitvorming was ook onmogelijk omdat politici moesten tegemoetkomen aan de grillen van het volk.

De oude oligarch
Zeer stekelig van toon was ook het korte schotschrift ‘De constitutie van de Atheners’. Wanneer het verscheen is onbekend, evenmin kennen we de auteur. Hij staat vanwege zijn nostalgisch verlangen naar vervlogen tijden bekend als ‘de oude oligarch’. Hij beschuldigt het volk van lafheid en incompetentie, omdat het in de volksvergadering weliswaar de beslissingen neemt, maar de uitvoering van de belangrijkste besluiten overlaat aan de archonten en strategen, magistraten die daar door hun geboorte en hun opleiding beter voor zijn toegerust. Het durft blijkbaar de verantwoordelijkheid voor het gekozen beleid niet zelf te dragen en legt die daarom in handen van anderen. Het onvermogen van het Atheense volk om zaken goed te regelen illustreert de oude oligarch met een korte verhandeling over de wijze waarop het zijn identiteit te grabbel gooit. Het was de stad in de voorgaande zestig jaar goed gegaan en vreemdelingen uit alle delen van de Griekse wereld (en ook van daarbuiten) hadden zich gemeld om te profiteren van de welvaart van de stad. Velen van hen waren werkzaam in handel en nijverheid, activiteiten die door de Atheners niet hoog werden gewaardeerd, maar wel veel geld konden opleveren. Deze metoiken werden consequent buiten de democratie gehouden, ze werden niet beloond met het burgerrecht en mochten in Athene ook geen huis of grond kopen. Als tweederangs inwoners waren ze afhankelijk van de grillen van de Atheense volksvergadering. Die scheiding kan de oude oligarch waarderen. Het zit hem dan ook dwars dat de grenzen tussen burgers en vreemdelingen in zijn tijd regelmatig worden opgerekt, dat burgers geen afstand houden tot vreemdelingen, dat ze met hen optrekken en zelfs met hen samenwerken in gemeenschappelijke projecten. De Atheense maatschappij is in dat opzicht volgens hem op hol geslagen. Omdat iedereen er hetzelfde bijloopt, is niet te zien wie burger is en wie metoik.

Volgens Plutarchus zouden de Spartanen al bij de geboorte van hun kinderen hebben gekeken of het geschikt was voor de militaristische Spartaanse staat. Was dit niet het geval, dan werd de baby gedood. Plutarchus is echter de enige bron die melding maakt van deze praktijken. Het is niet zeker of dit waar is. In 1785 liet de Zwitserse schilder Jean-Pierre Saint-Ours zich inspireren door deze omschrijving van Plutarchus, met het schilderij: Gericht über die Neugeborenen Spartas. (Afbeelding: Bayerische Staatsgemäldesammlungen, nummer: 2358).
 

Sparta hét alternatief
De oude Grieken die de ‘heilloze’ democratie bekritiseerden kwamen als vanzelfsprekend uit bij die andere machtsstaat Sparta, dat ze zagen als hét alternatief. Iemand als Plato idealiseerde Sparta: daar woonden burgers die niet hun eigen platvloerse of infantiele verlangens doordrukten, maar alleen het staatsbelang lieten meetellen. Kinderen werden met dat doel in het hoofd opgevoed, volwassenen konden zich volledig aan staatszaken en het leger wijden omdat ze geen zorgen hadden over privébezittingen. Al het werk op het land werd voor hen geregeld. Meningsverschillen over geld bleven volgens hem in Sparta achterwege.

Jacques-Louis David schilderde in 1814 het schilderij Leonidas bij Thermopylae: een verbeelding van de veldslag van 480 v.Chr. tussen een alliantie van Griekse stadstaten (waaronder Athene en Sparta) tegen het Perzische Rijk (Afbeelding: Louvre Museum, via Wikimedia Commons).
 

De visie van de Griekse aristocraten dat Sparta een beter politiek systeem kende dan Athene, werd onderschreven door de Romeinen ten tijde van de republiek. De Griekstalige geschiedschrijver Polybius prijst in de tweede eeuw v.Chr. de gemengde constitutie van Rome die volgens hem grote gelijkenis vertoont met de staatsvorm van Sparta. Beide staten verenigden in hun staatsvorm monarchistische, aristocratische en democratische elementen.

De bewondering voor Sparta keerde ook later in de geschiedenis nog meerdere malen terug. Men schreef pleidooien over het sterke centrale gezag, de afwezigheid van hebzucht en de unieke greep van de overheid over de burgers. Ook de nazi's keken vol bewondering naar dit Spartaanse ideaal. Lees meer over de Atheense en Spartaanse staat in het aankomende nummer van Geschiedenis Magazine. Abonnees ontvangen dit nummer omstreeks 28 november. Dit nummer van Geschiedenis Magazine niet missen, maar nog geen abonnee? Meld je aan vóór donderdag 14 november, dan krijg ook jij dit nummer thuis!

Delen: