Caesars laatste woorden waren “Ook gij, Brutus?”, of toch niet?

‘Ook gij, Brutus?’ U dacht vast ook dat dit de laatste woorden waren van Julius Caesar, die vertwijfeld besefte dat zijn vriend Brutus tegen hem had samengezworen en nu op hem instak. Caesar heeft vermoedelijk helemaal niets gezegd of, als hij nog iets zei, iets anders. Maar dat maakt het verhaal van de moord niet minder bloedstollend. Anton van Hooff neemt ons mee naar Rome in het jaar -44*, toen Caesar oppermachtig leek maar zich donkere wolken samenpakten.

‘Zo verga het steeds tirannen.’ Dit zou Marcus Junius Brutus hem hebben toegebeten toen hij instak op de dictator, maar voor dit rake ‘sic semper tyrannis’ is geen antieke of moderne bron te vinden. De aanslag gebeurde op de Iden van maart zoals de Romeinen de dag van de volle maan noemden: 15 maart van het jaar -44. Het ‘Sic semper tyrannis’ werd een gevleugeld woord, net zoals het ‘Et tu Brute’, dat William Shakespeare de stervende alleenheerser in zijn toneelstuk Julius Caesar (1599) in de mond legt. Hij bezweek aan de dolkstoten die hem door meerdere belagers waren toegebracht. Hij had hen afgeweerd, maar staakte zijn verzet toen Brutus aanviel. Brutus was nota bene een man die zijn hoge positie in de politieke arena geheel aan Caesar te danken had. 

Caesar had in -44 een reeks militaire triomfen achter de rug. Hij leek onaantastbaar geworden door zijn benoeming tot ‘dictator perpetuo’, een volstrekt onwettige positie want de dictatuur was van oudsher een noodkoningschap voor hoogstens zes maanden. Hij wekte zelfs sterk de indruk dat hij niet wars van het koningschap zou zijn. Hij droeg bijvoorbeeld purperen mantels en liet al tijdens zijn leven zijn portret op munten slaan, zoals oosterse koningen deden. Sindsdien volgen westerse vorsten Caesars voorbeeld.

Karl von Piloty, Die Ermordung Cäsars (1865). Bron: Wikimedia Commons (PD)
Karl von Piloty, Die Ermordung Cäsars (1865). (Afbeelding: Landesmuseum Hannover, via Wikimedia Commons)

 

Voor de oude republikeinse elite was de herinvoering van de monarchie ondenkbaar: een rex (koning) was taboe. Het was voor Romeinen het equivalent van de Griekse tyrannos. Niet voor niets had Rome in -509 een einde gemaakt aan het koningschap van Tarquinius de Arrogante met een opstand geleid door Lucius Brutus. Sindsdien oefende een gekozen consul de hoogste macht uit in Rome. Een groot deel van de oude politieke elite zag Caesars alleenheerschappij met lede ogen aan. Caesar zelf was zich bewust van het onbehagen. Hij probeerde zijn tegenstanders in te palmen door zich niet te wreken, maar clementia te betonen. Deze genade was ook Marcus Brutus ten deel gevallen. Genade kan echter vernederen en wrok oproepen.

De tijd drong
Ook het Romeinse volk begon te twijfelen nu hun geliefde leider monarchale trekjes ging vertonen. De gewone burgers, handelaars en ambachtslieden waren op zijn hand geweest omdat hij als popularis (volksman) dingen voor de massa had gedaan, zoals het entameren van landverdeling, maar nu werden ze bang dat hij te ver ging.

Er verschenen ook opruiende graffiti op voetstukken van beelden in Rome. Ergens stond, onder verwijzing naar Lucius Brutus, de leider van de omwenteling in -509: ‘Brutus, omdat hij koningen verjoeg, werd de eerste consul/ Hij hier [Caesar], omdat hij consuls verjoeg, werd ten slotte koning.’ Gunstelingen van Caesar, zoals praetor Marcus Brutus, een verre nazaat van Lucius Brutus, werden eveneens op de korrel genomen. Zo stond op een beeld van de oude Lucius Brutus: ‘Onwaardig is je nageslacht/ Brutus, ben je dood? Leefde je nog maar.’
 

Onbekende maker, uit Plutarch's Lives for Boys and Girls. Being Selected Lives Freely Told (1900). Bron: Wikimedia Commons (NKCR)
De moord op Caesar, uit Plutarch's Lives for Boys and Girls. Being Selected Lives Freely Told (1900). (Afbeelding: Bridgeman Images, via Wikimedia Commons)

 

Naar aanleiding van ophitsende opschriften zou mede-praetor Cassius tegen Brutus hebben gezegd: ‘Denk je dat ambachtslieden en winkeliers de graffiti hebben aangebracht, en niet de edelste Romeinen?’ Cassius was zelf ook een gunsteling van Caesar, maar zijn republikeinse sentimenten werden door de elder statesman Cicero aangewakkerd. Van Brutus mogen we aannemen dat hij door zijn afkomst en opleiding naar republikanisme neigde. Ze besloten uiteindelijk om Caesar te vermoorden. De tijd drong, hij vertrok bijna op een militaire campagne tegen de Parthen in het Midden-Oosten. Binnen de kortste keren hadden ze zo’n zestig man voor het complot gewonnen.

Burgerplicht
De samenzweerders waren ervan overtuigd dat het een burgerplicht was om een tiran te doden. Dit was de antieke norm sinds de moordaanslag in -514 op de tirannen Hippias en Hipparchus in het oude Athene. Een beeld van de ‘tirannendoders’ stond op de Capitolijnse heuvel. 

Ook tijdens hun gedegen retorische opleiding stond buiten kijf dat zo’n moord een nobele daad was. Alle Romeinse zonen van goeden huize hadden bijvoorbeeld oefenpleidooien moeten houden in fictieve rechtszaken. Ze kregen dan een tegenstelling voorgeschoteld die ze retorisch moesten zien op te lossen. Ettelijke van deze controversiae hadden op volstrekt vanzelfsprekende wijze ‘tirannendoding’ als thema. Zo kregen de leerlingen als vraagstuk: ‘De wet zegt dat een tirannendoder een beeld in het gymnasium krijgt. Een andere wet verbiedt het plaatsen van vrouwenbeelden in die sportvoorziening voor mannen. Nu doodt een vrouw de tiran…’

Jean-Léon Gérôme, La Mort de César (1867). Bron: Wikimedia Commons (PD)
Jean-Léon Gérôme, La Mort de César (1867). (Afbeelding: Walters Art Museum, via Wikimedia Commons)

 

Waarschuwing van Spurinna
Zou Caesar iets voorvoeld hebben? Dat weten we niet zeker, maar diverse bronnen schreven later dat er dat er sinistere voortekenen waren geweest. Op de vooravond van de fatale Iden kwam na het diner de vraag op welke dood te prefereren was. Caesar gaf als standpunt: ‘Een snelle.’ Ook zou zijn vrouw Calpurnia een nachtmerrie hebben gehad waarin de gevel van hun huis instortte waarna Caesar, liggend in haar armen, werd doorstoken.

Niet alleen hebben de bronnen het over voortekenen, ook melden ze dat Caesar vooraf werd gewaarschuwd. Hij begaf zich naar een senaatszitting, die hij vanwege de kennelijke boodschap van Calpurnia’s droom had willen afgelasten maar liet doorgaan omdat iemand hem vermaande dat hij op die manier de senatoren zou bruuskeren (dit bleek achteraf een samenzweerder). Buiten de poort kwam Caesar de leverschouwer Spurinna tegen. De waarzegger had het ooit over een gevaar gehad dat Caesar niet later dan de Iden van maart boven het hoofd hing. Spottend zei Caesar hem dat die dag was aangebroken zonder dat die voorspelling was uitgekomen. ‘Aangebroken wel, maar nog niet voorbij,’ was Spurinna’s nuchtere maar onheilspellende antwoord.

Caesar bracht vervolgens voor hij het gebouw van de senaatszitting binnenging het rituele offer. Hem werd daarbij een schrijftablet toegestopt - door wie weten we niet - dat de samenzwering onthulde, maar Caesar borg het op, zeggende dat hij het morgen zou lezen.

Caesar grondvestte de keizerlijke traditie in Rome en zijn naam werd de titel van zijn opvolgers. Hij wordt hier dan ook op ‘keizerlijk formaat’ afgebeeld: links Caesar, naast hem Augustus, Tiberius en Caligula. Prent uit 1646. (Afbeelding: Rijksmuseum Amsterdam)
 

Dolk op de keel
Caesars biograaf Suetonius beschrijft hoe zijn adjudant Marcus Antonius bij de ingang aan de praat werd gehouden. Een groep samenzweerders omringde Caesar in zijn zetel. Lang niet alle senatoren waren op de hoogte of aanwezig. Een van de complotteurs, Cimber, ging voor Caesar staan en vroeg om het terugroepen van zijn verbannen broer. Toen Caesar antwoordde dat die zaak uitstel vergde, greep Cimber hem bij zijn purperen kleed alsof hij meer aandrang uitoefende, trok het toen weg en ontblootte zo Caesars nek, uitroepend: ‘Vrienden, waar wachten jullie op?’ Als eerste richtte Casca, die aan Caesar hoofeinde stond, de dolk op diens keel, maar miste en trof hem in de borst. Caesar riep uit: ‘Maar dit is geweld’. Hij trok zijn toga los van Cimber, greep Casca’s hand, sprong op, draaide zich om en gooide hem met grote kracht van het podium. In die kwetsbare positie stak een ander hem in de zij, waarvan de spieren door zijn gedraaide houding gespannen waren. Toen verwondde Cassius hem in het gezicht, Brutus in de dij en een ander in de rug. Schreeuwend als een razend dier keerde Caesar zich tegen de ene na de andere aanvaller, maar na de wond die door Brutus was toegebracht, gaf hij het op.

Dit zou dan het moment zijn geweest dat hij zijn laatste woorden uitriep. Niet ‘Et tu Brute’; volgens sommigen was het ‘Ook jij, kind’, hoewel biograaf Suetonius dit ontkent. Zo zou hij zijn ontgoocheling en minachting hebben uitgedrukt voor de man die hij had geholpen maar die hem nu zo smadelijk verraadde. Wellicht heeft hij niets gezegd. Wel omwikkelde Caesar zich vanwege zijn decorum met zijn mantel en viel dood neer.

De dood van Brutus door Matthias Stomer, geboren te Amersfoort ca. 1600. (Afbeelding: Wikimedia Commons)
 
Marcus Junius Brutus
Marcus Junius Brutus (85-42) was telg uit het geslacht van de Junii Bruti. Zij beweerden af te stammen van Lucius Junius Brutus, die in -509 de leiding had bij het verdrijven van Romes laatste koning Tarquinius Superbus. Marcus Brutus behoorde tot de groep aristocraten die door Cicero als behoeders van de oude waarden optimates, besten, werden genoemd. Zoals veel geestverwanten sloot hij zich in de burgeroorlog tussen Caesar en Pompeius toch maar aan bij de laatstgenoemde, die het mindere kwaad zou zijn. Na Pompeius’ nederlaag bij Pharsalus in -48 kreeg Brutus gratie van Caesar (hij werd begenadigd), en groeide zelfs uit tot diens beschermeling. Zo werd hij in -44 praetor. In de woelingen na de moord op Caesar kwam hij bij Philippi in Macedonië tegenover het leger van Marcus Antonius en Octavianus, de latere Augustus te staan. De tweede slag bij Philippi verloor hij. Hierop maakt Brutus een einde aan zijn leven.

 

Geïmproviseerde brandstapel
Verbijsterd namen de niet ingewijde senatoren de benen. De samenzweerders hadden geen concrete plannen gemaakt voor na de moord. Zo konden aanhangers van Caesar het initiatief nemen. Zijn schoonvader liet het testament openen, dat Caesars achterneef Gaius Octavius, de latere keizer Augustus, aanwees als Caesars adoptiefzoon. Hij erfde driekwart van Caesars bezittingen.

Marcus Antonius, Caesars militaire commandant en administrateur die nu zelf de macht wilde grijpen, bespeelde de sentimenten door de uitvaart tot demonstratie van Caesars algemene populariteit te maken. De stoet vertrok van het Forum Romanum. Hier ontstond een verhitte stemming, mede doordat Marcus Antonius de bebloede toga van Caesar toonde en oplas welke eerbewijzen de senaat nog maar pas aan hem had toegekend. Hij maakte bekend dat Caesar het volk zijn park aan de Tiber schonk. Iedere burger zou bovendien driehonderd sestertii krijgen, zoiets als duizend euro. De burgers mochten zich aan Caesars flirten met het koningschap geërgerd hebben, nu sloeg de stemming om. De razende massa sleepte banken uit de omliggende gebouwen aan en improviseerde daarmee uit aanhankelijkheid en dankbaarheid een brandstapel waarop Caesars lijk al werd verbrand terwijl buiten de stadsgrens een houtmijt klaarlag voor een reglementaire crematie.

Sic semper tyrannis: Brutus’ woorden galmden tot in de Verenigde Staten na. De Amerikaanse staat Virginia koos ze in 1776 als haar motto. John Wilkes Booth, zoon van een vooraanstaande Shakespeare-acteur met de opmerkelijke naam Junius Brutus Booth, gebruikte de zinsnede naar eigen zeggen toen hij op 14 april 1865 zijn dodelijke schot op president Abraham Lincoln afvuurde. John Wilkes Booth was zelf ook acteur. Zijn favoriete rol was die van Brutus in Shakespeares toneelstuk Julius Caesar. Op de prent: John Wilkes Booth neemt Lincoln onder vuur die de opera Our American Cousin in Ford’s Theater in Washington, D.C. bijwoont. (Afbeelding: Heritage Auctions, via Wikimedia Commons)
 
Amerikaanse acteurs in hun kostuum voor Shakespeares Julius Caesar. John Booth, Edwin Booth en Junius Booth, Jr. (v.l.n.r.) poseren in 1864. (Afbeelding: The Life and Times of Joseph Haworth, Wikimedia Commons).
 

Verrader of bevrijder?
De gewelddadige dood van Caesar is de opinies blijven verdelen. In Dantes Inferno zitten verraders Judas, Cassius en Brutus in de muil van de gevallen engel Lucifer, maar Brutus is ook als bevrijder verheerlijkt. Zo kreeg de ‘tirannendoder’ in de Franse Revolutie, die immers ook het leven aan een vorst had gekost, een ware cultus, waarbij de oude en jonge Brutus in elkaar overvloeiden. Jongetjes kregen de voornaam Brutus, en nadat de Fransen in 1795 de Republiek waren binnengevallen, stelde de Vaderlandsche Sociëteit van ’s-Hertogenbosch voor om de feodale stadsnaam te vervangen door ‘Brutusbosch’.

Ontegenzeggelijk was Caesar een despoot, maar van het herstel van de republikeinse vrijheid dat de samenzweerders beoogden, kwam niets. En wat als Caesar niet was vermoord? De verdere geschiedenis geeft een antwoord: na een nieuwe reeks burgeroorlogen kwam vanaf Augustus, die als adoptiefzoon de naam Caesar droeg, de alleenheerschappij aan vorsten die allen ‘Caesar’ in hun titulatuur opnamen. Uitgesproken als ‘kaisar’ werd dit ten slotte de titel keizer.

Dit artikel verscheen eerder in Geschiedenis Magazine in 2022, nummer 3, onder de titel: 'De moord op Julius Caesar'. 

Verder lezen:
- Kathryn Tempest, Brutus. De nobele samenzweerder, Omniboek, 2017

* De auteur prefereert deze manier van datering boven het gebruikelijke ‘xx v.Chr.’.

Delen: