Bloed en Spelen in het Colosseum

Het is nu een van de grootste archeologische monumenten in de binnenstad van Rome: het Colosseum. Eeuwenlang werden hier sportspelen, spektakels en gladiatorengevechten gehouden. Maar waarom werd dit indrukwekkende amfitheater eigenlijk gebouwd? Waarom juist op die plek? En met welk geld?

De definitieve Romeinse onderwerping van Judea in het jaar 73 vormde het fundament onder het Colosseum. Judea, min of meer het huidige areaal van Israël en de Palestijnse gebieden, behoorde als deel van de grotere provincie Syria al vanaf ongeveer 60 v.Chr. tot het Romeinse rijk en het was hier soms onrustig - vanuit Romeins standpunt bezien. Joden verzetten zich tegen hun bezetters en probeerden meer vrijheid te krijgen, ook om hun in het rijk uitzonderlijke monotheïstische godsdienst uit te oefenen.

Vespasianus wordt keizer
Generaal Titus Flavius Vespasianus was in 66 door keizer Nero benoemd tot bevelhebber van de troepen in dit gebied. Hij voerde met harde hand strijd tegen wat de Romeinen rebellen noemden en liet zich onder meer bijstaan door zijn oudste zoon Titus. Die nam het stokje van zijn vader over toen Vespasianus in beeld kwam voor het keizerschap, na de zelfdoding van Nero in 68 en de machtsstrijd die daarop volgde. Vespasianus werd in de zomer van 69 door zijn troepen in Alexandrië naar voren geschoven als keizer en de Senaat bekrachtigde deze ‘voordracht’. Er ontspon zich een strijd tegen zijn directe tegenstander Vitellius, waardoor Vespasianus snel naar Italië terug moest.

De Joodse Oorlog
Titus, nu bevelhebber, ging intussen door met de ‘Joodse Oorlog’, die tot 73 duurde en eindigde met de Romeinse verovering van het laatste bolwerk, Massada. Een treurig dieptepunt was de inname van Jeruzalem drie jaar eerder. Titus zou na een lang beleg zijn soldaten eerst geen gelegenheid hebben willen geven om de stad te plunderen, maar stond al spoedig voor een voldongen feit. De grootste catastrofe was de plundering en aansluitende vernietiging van de grote tempel, het eeuwenoude centrale heiligdom van de Joden. De tempel was al meermalen verwoest maar steeds weer herbouwd. Ditmaal gebeurde dat niet.

Er vielen tijdens de oorlog talloze slachtoffers en vele mannen werden slaaf gemaakt en verkocht. Zo’n 700 Joodse mannen werden ingescheept en naar Rome getransporteerd, aldus de chroniqueur van de Joodse Oorlog, tijdgenoot Flavius Josephus. Daar zouden zij als slaafgemaakten voor de keizer zwaar werk moeten verzetten. Zulke deportaties waren een gebruikelijke procedure bij Romeinse veroveringen en leverden de overwinnaars financieel veel op.

De triomftocht van Titus, geschilderd door de 19de-eeuwse schilder Lawrence Alma-Tadema. (Afbeelding: Walters Art Museum)
 

Triomftocht over de Sacra Via
Tijdens een groots opgezette triomftocht in 71 toonden Vespasianus en Titus hun buit aan het volk van Rome. De gevangenen werden langs de Heilige Weg (Sacra Via) meegevoerd, samen met hopen buitgemaakte wapens en roofgoed en exotische bomen - sommige gekapt, andere met kluit en al, als aansprekend symbool van toe-eigening.

Aan het einde van de stoet, voor de wagen met de triomfatoren, droegen mannen baren met daarop de schatten uit de tempel van Jeruzalem: voor de Romeinen exotische dingen als de grote bazuinen, de Thora en de menora, de zevenarmige kandelaar. We kunnen die buitstukken zien op reliëfs in de boog die Domitianus na Titus’ dood te zijner herinnering langs diezelfde Sacra Via liet bouwen. De roof van heilige objecten had grote waarde voor de Romeinen: zij voelden zich nu eigenaren van dat oude erfgoed en daarmee meesters van de Joodse tempel en zijn gelovigen.

Speciale belasting
De overwinning van de Romeinen zou nog tot in de loop van de tweede eeuw zwaar drukken op de Joodse inwoners van het rijk: zij kregen door Vespasianus en zijn opvolgers de fiscus judaicus (Joodse belasting) opgelegd. Het geld vloeide in de staatskas, die na de dood van Nero en het erop volgende onrustige jaar 68-69 leeg was geraakt. De kas was geplaatst in de Tempel van Jupiter Optimus Maximus op het Capitool, het centrale staatsheiligdom waar ook de triomftocht geëindigd was. Dit maakte de belasting nog extra zuur, omdat de Joden als het ware aan de Romeinse oppergod offerden en niet aan Jahweh.

Prent van het Coloseum in Rome. (Afbeelding: Wellcome Collection, CC-BY 4.0)
 

Mede met het nieuwe belastinggeld werd Rome opnieuw ingericht. Bouwprojecten - ook nodig na de grote brand van 65 - verschaften namelijk werk aan veel proletariërs in de stad. Daarom waren ze voor een keizer een uitstekend middel om het volk aan zich te binden, maar ook eenmaal afgebouwd waren ze uiterst bruikbaar. Een imposant gebouw bewaarde de herinnering aan zijn successen en bestendigde zijn populariteit.

Het privépark van Nero met de grond gelijk gemaakt
Ideaal voor  Vespasianus was dat er een enorm terrein vrijkwam na Nero’s dood: een privépark met paleizen en paviljoens van misschien wel 80 hectare op en rond de Palatijn en het Forum Romanum dat het ‘Gouden Huis’ van Nero werd genoemd. Door het zo snel mogelijk te vernietigen gaf de keizer ‘Rome aan zichzelf terug’, zo ging de mare, naar een dichtregel van Martialis (Spectacula 2.11). De Romeinse dichter, die leefde in de eerste eeuw, prijst Vespasianus, omdat deze de grote stukken grond weer openbaar maakt.

Schilderij Un viernes en el Coliseo de Roma (vertaald: Een vrijdag in het Colosseum in Rome) van de 19de-eeuwse Spaanse schilder Francisco Javier Amérigo y Aparici. (Afbeelding: Museo del Prado)
 

Onder Vespasianus kwamen op dat terrein inderdaad grote nieuwe openbare complexen tot stand: de ‘Tempel van de vrede’ aan de noordkant van het Forum Romanum, waar onder meer de kostbaarheden uit Jeruzalem en kunstwerken uit Nero’s paleizen tentoongesteld werden, en het ‘Flavische Amfitheater’. Wij kennen het nu als het Colosseum. We weten zeker dat het werd gefinancierd uit de opbrengst van de Joodse oorlog. Onder een tekst op een marmeren blok in een van de doorgangen die een restauratie van het gebouw uit de 5de eeuw memoriseert, ontdekte de Hongaars-Duitse historicus Géza Alföldi een oudere tekst. Deze meldt de financiering van het gebouw: I[MP(ERATOR)] T(ITVS) CAES(AR) VESPASI[ANVS AVG(VSTVS)] / AMPHITHEATRV[M NOVVM?] / [EX] MANVBI(I)S (vacat) [FIERI IVSSIT (?)]: Keizer Titus Caesar Vespasianus Augustus heeft opdracht gegeven een nieuw amfitheater te bouwen uit de buit [van de Joodse Oorlog].

Het nieuwe amfitheater lag midden in Nero's voormalige privépark en dat was geen toevallige keuze. Het Colosseum was onderdeel van het indrukwekkende 'triomflandschap' dat Vespasianus en zijn zonen in Rome hadden laten bouwen. In nummer 1 van Geschiedenis Magazine lees je meer over de bijzondere geschiedenis van het Colosseum. Abonnees ontvangen dit nummer omstreeks 23 januari. Dit nummer niet missen, maar nog geen abonnee? Meld je aan vóór donderdag 9 januari, dan krijg ook jij dit nummer thuis!

Delen: