Appeasement-politiek in 1938: De Conferentie van München
Appeasement-politiek - het doen van politieke of territoriale concessies om een gewapend conflict te vermijden - staat sinds de Tweede Wereldoorlog in een kwade reuk. Dit gaat terug op het fiasco van de Britse premier Neville Chamberlain. Gesecondeerd door zijn Franse collega Édouard Daladier gaf hij Hitler in 1938 toestemming om een deel van Tsjechoslowakije te annexeren, maar het gewenste resultaat bleef uit: een jaar later brak de oorlog uit. Ivo van de Wijdeven analyseert deze mislukte poging om Hitler te bedwingen.
Het is een iconisch beeld. Op 30 september 1938 zwaaide de Britse premier Neville Chamberlain in Londen op de vliegtuigtrap triomfantelijk met de papieren van het verdrag dat hij de nacht daarvoor in München had gesloten met Adolf Hitler. Daarna ging de premier rechtstreeks door naar Buckingham Palace, waar hij op het balkon verscheen met koning George VI en ze werden toegejuicht door een menigte beneden. Die avond riep Chamberlain vanuit een raam van zijn ambtswoning op Downing Street 10 naar het publiek op straat dat de Britten rustig konden gaan slapen, omdat hij niets minder dan ‘peace for our time’ had bewerkstelligd.
Om die vrede te behouden had Chamberlain samen met zijn Franse collega Daladier vergaande concessies gedaan: Hitler mocht het Tsjechoslowaakse Sudetenland annexeren. Wel diende hij plechtig te beloven dat dit zijn laatste territoriale eis was; eerder had hij zich immers al het Rijnland en Oostenrijk toegeëigend. Chamberlains onthaal in Londen stond dan ook in schril contrast met de gevoelens van de Tsjechoslowaken. Ambassadeur Jan Masaryk zei tegen hem: ‘Als u mijn natie hebt opgeofferd om de vrede op aarde te bewaren, zal ik de eerste zijn om u toe te juichen. Maar God sta u bij als dat niet het geval is!’.
Minder dan een jaar later brak Hitler zijn belofte: de Duitse Wehrmacht trok op 1 september 1939 Polen binnen. Chamberlains poging om Hitler te temmen was faliekant mislukt. De Britten en Fransen trokken ditmaal wel een rode lijn en verklaarden Duitsland de oorlog. Vrede kwam er pas in 1945.
Terug naar 1933
Waarom werd Hitler tegemoet gekomen? Voor het antwoord op die vraag moeten we terug naar 1933. In dat jaar kwamen Hitler en zijn nazipartij aan de macht in Duitsland. Na de Eerste Wereldoorlog was het land volgens veel Duitsers te zwaar gestraft. Het Verdrag van Versailles verplichtte het land onder meer tot het afstaan van grondgebied, een kleiner leger en forse herstelbetalingen, die tot een diepe economische depressie leidden. Hitler beloofde dit gehate ‘Diktat’ ongedaan te maken, alle problemen op te lossen en Duitsland weer tot een Europese grootmacht te maken. Eerst stelden de nazi’s intern orde op zaken: ze vestigden een dictatuur, schakelden politieke tegenstanders uit en marginaliseerden Joodse medeburgers. Ook voerde Berlijn na 1933 een steeds agressiever buitenlands beleid. Achter de schermen was de opbouw van een moderne krijgsmacht al eerder opgestart, tegen de bepalingen van ‘Versailles’ in, maar Hitler maakte hier pas echt grondig werk van. In 1935 voerde hij de dienstplicht in en presenteerde hij trots zijn nieuwe Wehrmacht. Een jaar later trok die tegen de afspraak van het Verdrag van Versailles het Rijnland binnen. Ondertussen produceerde de Duitse oorlogsindustrie grote aantallen moderne tanks, vliegtuigen en slagschepen.
paramilitairen die grenswachten afvoeren nadat de Wehrmacht is binnengetrokken. (Afbeelding: Wikimedia Commons)
Hitler lapte, kortom, zonder scrupules het Verdrag van Versailles aan zijn laars en schond ook de bepalingen van de Volkenbond, de internationale organisatie die na de oorlog was opgericht om oorlogen te voorkomen. Die bleek een tandeloze papieren tijger, want Duitsland had simpelweg het lidmaatschap opgezegd en trok zich er verder niets meer van aan.
Lauwe reacties
De offensieve houding van Berlijn baarde andere Europese regeringen zorgen. Toch kwamen er slechts lauwe reacties uit Londen en Parijs - de enige grootmachten die in de jaren ’30 in een positie waren om Hitler te stoppen. Maar de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog en de miljoenen doden die het conflict had geëist, lagen nog vers in het geheugen. Bovendien bestond er grote vrees voor moderne ‘onstuitbare’ bommenwerpers die duizenden slachtoffers zouden kunnen maken, vergelijkbaar met de hedendaagse angst voor kernwapens. De Britse regering hield in oorlogsscenario’s rekening met 20.000 doden per dag in Londen alleen al als gevolg van bombardementen. De Britse publieke opinie was dan ook fel gekant tegen een nieuwe oorlog.
Het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk waren trouwens ook helemaal niet klaar voor militair ingrijpen. Als gevolg van de wereldwijde economische crisis na de beurskrach van 1929 hadden ze jarenlang bezuinigd op hun krijgsmacht. Nieuwe investeringen in wapentuig zouden het prille economische herstel in gevaar brengen, zo was de gedachte.
De slagkracht van Frankrijk werd bovendien beperkt door de grote politieke instabiliteit als gevolg van sterke polarisatie tussen links en rechts. In de praktijk kwam het daarom op de Britse regering neer om Hitler in toom te houden. De Fransen zaten tot vreugde van de Führer in de bijwagen. Hij dacht zaken te kunnen doen met Londen.
Het hielp daarbij niet dat de Britten eigenlijk vonden dat de Fransen olie op Hitlers vuur gooiden door strikt vast te houden aan de strenge voorwaarden van Versailles. In Britse ogen radicaliseerde Hitler juist door de onverzettelijke Franse opstelling.
Sudetencrisis
Represailles bleven dus uit, waarvan Hitler misbruik maakte. In 1938 achtte hij de tijd rijp om alle etnische Duitsers heim ins Reich te brengen, zich beroepend op het door de Volkenbond beleden ‘zelfbeschikkingsrecht’. De annexatie van Oostenrijk was in maart de eerste stap. Die Anschluss was jarenlang met Duitse steun voorbereid door Oostenrijkse nazi’s en werd toegejuicht door de overgrote meerderheid van de Oostenrijkers.
Daarna waren de Sudeten-Duitsers aan de beurt: de 3 miljoen Duitstalige inwoners van de westelijke grensgebieden van Tsjechoslowakije. Dit zogenoemde ‘Sudetenland’, voor 95% bevolkt door etnische Duitsers, hoorde tot 1918 bij Oostenrijk-Hongarije. Na het uiteenvallen van dat rijk aan het einde van de Eerste Wereldoorlog werd het toebedeeld aan de nieuwe republiek Tsjechoslowakije. In het bergachtige Sudetenland was veel van de Tsjechoslowaakse zware industrie gevestigd en ook de landsverdediging was er geconcentreerd.
Net als in Oostenrijk werden de Sudeten-Duitsers opgestookt. Hun werd ten onrechte voorgehouden dat ze vanuit Praag onderdrukt werden. Politiek leider Konrad Henlein eiste autonomie. In nauw overleg met Berlijn schroefde hij zijn eisen in de loop van 1938 steeds verder op, en aangestuurd door de Duitsers organiseerden zijn paramilitairen onlusten en zaaiden ze angst met terreurdaden. Zo ontstond het urgente gevoel van een onhoudbare situatie.
Hitler greep vervolgens deze door de nazi’s zorgvuldig gecreëerde ‘Sudetencrisis’ aan om zijn eigen eis op tafel te leggen: Tsjechoslowakije moest het Sudetenland uiterlijk op 1 oktober overdragen aan Duitsland, anders zou de Wehrmacht het buurland binnenvallen om de Sudeten-Duitsers te beschermen. Een internationale crisis was geboren. Veel Europese landen gingen over tot gedeeltelijke mobilisatie. In de straten van Londen werd geoefend met van overheidswege verstrekte gasmaskers.
‘We staan er alleen voor’
In deze sfeer van hoogspanning vloog Chamberlain in september twee keer naar Duitsland voor overleg met Hitler, in Berchtesgaden en in Bad Godesberg. De Britse premier was vastberaden om de dreigende oorlog te voorkomen. Hij zag zichzelf als een uitmuntend diplomaat, die Hitler meesterlijk kon bespelen. Maar in de praktijk gaf hij de Führer gewoon zijn zin: na overleg met zijn Franse collega Daladier stemde Chamberlain in met de Duitse annexatieplannen. Hitler rook zijn kans en stelde prompt de nieuwe voorwaarde dat alle niet-Duitstaligen zouden vertrekken uit het Sudetenland. Een gewapend conflict leek onafwendbaar.
Op initiatief van Mussolini - die het idee kreeg ingefluisterd van Hitler - werd op 29 september 1938 een conferentie belegd in München om de crisis te bezweren, waarbij naast Hitler en Chamberlain voor de vorm ook Mussolini en Daladier aanwezig waren. De Tsjechoslowaakse regering was niet welkom. Dat Chamberlain de zaak karakteriseerde als ‘een ruzie in een afgelegen landje tussen mensen over wie we niets weten’, voorspelde voor Praag weinig goeds.
Na urenlang overleg ondertekenden alle aanwezigen op 30 september, kort na middernacht, een verdrag waarin ze verklaarden dat Tsjechoslowakije het Sudetenland moesten afstaan en niet-Duitstaligen moesten vertrekken. Hitler op zijn beurt bezwoer dat dit zijn laatste territoriale eis in Europa was.
De volgende dag staken Duitse troepen de grens over. De Britten en Fransen oefenden grote druk uit om te voorkomen dat het Tsjechoslowaakse leger zich met geweld zou verzetten: zij dreigden in dat geval de Duitsers te hulp te komen. De Tsjechoslowaakse opperbevelhebber Jan Syrový verklaarde in een radiotoespraak: ‘We zijn in de steek gelaten. We staan er alleen voor.’ Verzet bleef uit; alleen president Edvard Beneš trad uit protest af.
‘Oude dwaas’
De wereld haalde opgelucht adem. Maar Hitler zei over Chamberlain: ‘Als die oude dwaas zich weer met zijn parapluutje met onze zaken komt bemoeien, schop ik hem persoonlijk de trap af en zal ik hem voor het oog van de camera’s in elkaar slaan’.
De Führer ging dan ook voort op de ingeslagen weg. Na de inlijving van het Sudetenland dwong hij het zwaar aangeslagen Tsjechoslowakije om gebieden waar Poolse en Hongaarse minderheden woonden af te staan aan respectievelijk Polen en Hongarije. Hij zette Slowakije ertoe aan zich af te scheiden, waarna dit land een Duitse vazalstaat werd en de Wehrmacht ongehinderd het overgebleven deel van Tsjechië op 15 maart 1939 binnenviel en annexeerde.
Pas na de Duitse inval in Polen op 1 september 1939 erkenden de Britten en Fransen dat appeasement niet gewerkt had. Hitlers onverzadigbaarheid maakte oorlog onvermijdelijk. Weliswaar hadden Londen en Parijs tijd gewonnen om zich beter te bewapenen, maar dat gold evenzeer voor Berlijn.
Terugkijkend had daadkrachtig optreden van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk Hitler waarschijnlijk kunnen stoppen na de remilitarisatie van het Rijnland. Maar een nieuwe oorlog zou absoluut verkeerd vallen bij de eigen burgers. Paradoxaal leidde het toegeven aan de angst voor oorlogsgruwelen tot een nieuw groot conflict in Europa.
Dit artikel verscheen in 2023, nr. 5, van Geschiedenis Magazine onder de titel: 'Hitler viel niet te temmen'.
Verder lezen:
Tim Bouverie, Appeasement. Chamberlain, Hitler, Churchill en de weg naar de oorlog, De Arbeiderspers, 2019
Delen: