Al vliegtuighoppend naar Europa
Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, kwam er een abrupt einde aan de handel tussen het vasteland van Europa en Groot-Brittannië. Belangrijke grondstoffen en goederen moesten toen uit Canada en de Verenigde Staten komen op grote koopvaardijschepen. Maar deze schepen werden voortdurend aangevallen door het Duitse leger. Er was nog een andere mogelijkheid: vliegtuigen. Maar hoe krijg je die vanuit de VS de Atlantische oceaan over? Zo ver kon een vliegtuig nog niet vliegen zonder een paar keer tussendoor te tanken en te landen. Een mogelijke oplossing werd toen gezocht in Groenland.
De opmars van de nazi’s in 1940 maakt een abrupt einde aan de handel tussen het vasteland van Europa en Groot-Brittannië. Voedsel, grondstoffen en materieel, alles moet nu op zwaarbeladen koopvaardijschepen uit Canada en de Verenigde Staten komen. Die koopvaarders worden het doelwit nadat Hitlers Luftwaffe in het najaar van 1940 de strijd met de Royal British Airforce boven het Kanaal verliest: de annexatie is mislukt, dus moet Groot-Brittannië worden geïsoleerd en uitgehongerd. Zo hoopt Hitler het tot overgave te dwingen. Churchill beseft terdege dat de geallieerden zonder die koopvaarders niet kunnen winnen. En wat ook al snel duidelijk wordt: vliegtuigen zullen een belangrijke rol spelen bij het verslaan van de vijand.
Korte actieradius
De Britse industrie wordt gehinderd door Duitse aanvallen, dus toestellen worden geleverd door onder andere Lockheed in het Californische Burbank en Boeing in Seattle. De VS gaat pas na de Japanse aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941 meevechten, maar helpt de geallieerden al wel: met de Lend-Lease Act van maart 1941 geeft het Congres toestemming om - tegen betaling - voedsel, olie en grondstoffen te leveren, maar ook wapentuig. Vliegtuigen maken hier een belangrijk onderdeel van uit.
Een groot probleem is dat de Lockheed- en Boeingfabrieken aan de oostkust van de VS staan. Hoe bereiken hun toestellen Europa? De actieradius van een kist reikt in 1940 niet veel verder dan zo’n 500 km, dan moet er geland en getankt worden. Het bereik neemt door technische ontwikkelingen wel toe, maar de 3500 km brede Atlantische Oceaan overvliegen is absoluut onmogelijk.
Ingekist
De oplossing is eerst: per schip. Piloten vliegen de toestellen in etappes naar New York, waar ze op het scheepsdek van een vrachtvaarder vastgesjord worden. Een volledig vliegtuig neemt veel ruimte in, maar daarop bedenkt men als snel het volgende: in de fabriek worden de vliegtuigen in onderdelen ingekist. De kisten gaan per spoor naar New York, waar ze in het ruim van een schip gestapeld worden. Zo kunnen er veel meer vliegtuigen overgezet worden. Het nadeel is dat de toestellen in Groot-Brittannië weer in elkaar gezet moeten worden.
In het begin van de oorlog varen de koopvaardijschepen moederziel alleen de oceaan over en vormen een prachtig doelwit voor jagende Duitse U-boten en slagschepen. Steeds meer vrachtvaarders verdwijnen met hun kostbare lading naar de zeebodem.
De konvooivaart heeft in WO I zijn dienst bewezen en wordt opnieuw opgestart, na verloop van tijd onder begeleiding van de Royal Navy. Ondanks alle bescherming worden er steeds meer vrachtvaarders tot zinken gebracht, waardoor honderden vliegtuigen nooit op hun bestemming aankomen. Duizenden zeelieden komen onder barre omstandigheden aan hun einde. De geallieerden zoeken naar een oplossing.
Kryolietmijn
Groenland speelt hierin een sleutelrol. Deze dunbevolkte kolonie van Denemarken is na de Duitse inval begin april 1940 in het moederland op zichzelf aangewezen. De bevoorrading vanuit de Deense havens is gestopt want de Duitsers hebben er beslag gelegd op alle schepen. Op Groenland is geen land- en tuinbouw mogelijk en industrie is er niet. De Inuit redden zich uitstekend, maar de Europeanen hier hebben tekort aan munitie, groente, fruit, bouwmaterialen, radio’s, boeken, hout, lucifers, ijzerwaren, benzine, wat al niet.
De Britten willen graag bases bouwen op het eiland om de Noord-Atlantische konvooivaart en de Deense weerstations te beschermen en om te voorkomen dat Duitse militairen hier hun eigen weerstations bouwen. Het is tijdens de oorlog van levensbelang om het weer te kunnen voorspellen, en dat kan voor Noord- en West-Europa het beste op Groenland.
De Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt vindt echter dat Groenland geografisch bij Noord-Amerika hoort. De VS willen bovendien de belangrijke kryolietmijn hier onder controle hebben, die een voor de vliegtuigindustrie noodzakelijk mineraal levert.
Gouverneur Eske Brun verklaart Groenland onafhankelijk voor de duur van de oorlog, vormt een regering en verzoekt de Deense ambassadeur Henrik Kauffmann, die in Washington nog altijd op zijn post is, de dan nog neutrale VS te polsen. De Amerikanen schrikken van zijn waarschuwing voor een nazi-bezetting vlakbij hun eigen land, zien het strategische belang van Groenland en beginnen in de zomer van 1940 besprekingen met Kauffmann over hoe ze dit politiek moeten aanpakken.
‘Iceberg’ Smith
De VS sturen alvast ijsbrekers van de Amerikaanse kustwacht om langs de Groenlandse kust te gaan zoeken naar geschikte plekken voor vliegvelden, havens, militaire bases, marinebases, radiobakens en weerstations. Op 9 april 1941 tekent de Deense ambassadeur Henrik Kauffmann een verdrag met de Amerikaanse regering waarin staat dat Groenland voor de duur van de oorlog een Amerikaans protectoraat is, dat de VS er ongelimiteerd troepen mogen stationeren en havens en vliegvelden mogen aanleggen en dat het voortaan vanuit de VS bevoorraad zal worden.
De verdediging komt in handen van de U.S. Greenland Patrol onder leiding van commandant kapitein Edward Hanson ‘Iceberg’ Smith. In de zomer patrouilleren zijn schepen zo noordelijk mogelijk om Duitse infiltraties op de oostkust af te slaan. Met aanvankelijk drie ijsbrekers assisteert hij Atlantische konvooien en zet hij reddingsacties op touw na scheepstorpederingen en vliegtuigcrashes.
Crystal Stations
Ook piloten helpen hieraan mee. De Amerikanen leggen vliegveld BW-1 Narsarsuaq aan op de wal van puin aan de onderste rand van een gletsjer (de eindmorene) in het zuidwesten van Groenland. BW staat voor Bluie West - Bluie is de Amerikaanse codenaam voor Groenland. Hiervandaan stijgen vliegtuigen en Catalina’s (vliegboten) op om jagende U-boten met bommen te vernietigen of onder water te dwingen zodat ze het konvooi dat ze willen bestoken uit het oog verliezen. De Catalina’s pikken eveneens drenkelingen op uit zee. Later landen ze ook op de ijskap om te proberen bemanningen van neergestorte vliegtuigen te redden.
Ondanks de grote inzet van marine en luchtmacht zinken er door de Duitse aanvallen vele honderden koopvaardijschepen. De geallieerden plannen echter invasies in Italië en Frankrijk. Complete legers met al hun materieel en gigantische hoeveelheden voedsel moeten erheen. Ook vliegtuigen, maar hoe?
Niet meer per schip, daarmee verliezen ze er te veel. Kunnen de piloten misschien zelf vliegen via Groenland? Nee, ze kunnen de Labradorzee tussen Canada en Narsarsuaq op Groenland niet overbruggen, dat haalt de kerosinetank niet. Maar een stuk noordelijker zou het misschien lukken: de Baffinbaai is smal genoeg. Daar zijn dus extra vliegvelden nodig. Op Groenland leggen de Amerikanen ruim 600 km noordelijker dan Narsarsuaq BW-8 Sondrestrom aan, op de westkust van Groenland, en via de ijskap gaat het dan naar het nieuwe BE-2 Ikateq op de oostkust. Vandaaruit is het geallieerde vliegveld op IJsland te bereiken, en dan door naar het vliegveld Prestwick (Schotland).
De afstand tussen Californië en noordelijk Canada is al opgeknipt, met diverse vliegvelden langs de route, maar in het Canadese poolgebied ten westen van de Baffinbaai moeten op de permafrost ook om de 500 km nieuwe vliegstrips komen: ‘Crystal Stations’. Een shovel schuift sneeuw en ijs plat en er worden stalen plankieren op de grond gelegd. Nog een kerosinetank ernaast, en een paar tunnelvormige barakken (quonsethutten genaamd) waarin een werkplaats, een kantine, een kachel en wat stapelbedden een plaats krijgen. Om te kunnen uitwijken bij slecht weer worden er in Noord-Canada nog wat alternatieve strips aangelegd.
Niet ideaal
Het idee voor deze ‘Crimson Route’ waarlangs vliegtuigen al hoppend naar het Europese front komen, klinkt logisch. In werkelijkheid spreekt het allemaal niet voor zich. In de winter is er in Noord-Canada een klein half jaar geen daglicht. Er ligt veel sneeuw en het is er extreem koud. Sommige bemanningen arriveren met bevroren handen, voeten en neuzen. Regelmatig storten er vliegtuigen neer met bevroren stuurkabels of remleidingen. Andere krijgen problemen met de olietoevoer, haperende motoren, verliezen hun radiocontact, raken uit de koers, kunnen de vliegstrip in het donker niet vinden en moeten bij gebrek aan kerosine ergens een noodlanding maken in de Arctische wildernis. Dan gaat een ander vliegtuig naar hen op zoek. Soms worden ze gevonden, soms niet. Enkele bemanningen zien kans zich maanden achtereen in leven te houden, worden uiteindelijk opgepikt of keren op eigen kracht terug uit de poolgebieden.
De Amerikanen besluiten de route alleen nog in de zomer te gebruiken. Maar ook dit is niet ideaal. De Crystal Stations, waar ook wat luchtmachtpersoneel verblijft, moeten bevoorraad worden met eten, brandstof en onderdelen. In de zomer smelt de bovenlaag van de permafrost en wordt de bodem drassig. De meeste wegen zijn niet verhard. Een tankwagen met 500 liter kerosine strandt onherroepelijk.
‘One of life’s biggest thrills’
Na een jaar wordt de Crimson Route daarom gesloten, de Crystal Stations worden alleen nog gebruikt voor trainingsdoeleinden of in noodgevallen. De Crimson Route is ook niet meer nodig: de toestellen kunnen door technische verbeteringen veel langer in de lucht blijven. Ze krijgen losse tanks kerosine mee, hoppen van Californië naar de Amerikaanse oostkust, zwaaien af naar het noorden en doen luchtmachtbasis Gander op Newfoundland aan. Ze maken daarna een tussenstop op Goose Bay (Labrador) en vliegen dan in een squadron van zo’n 10-12 kisten de ca. 900 km. over de Labradorzee naar BW-1. Halverwege vullen ze hun tank bij. Sommige halen het niet, krijgen motorproblemen, zwaaien af en proberen terug te keren naar Goose Bay. Regelmatig mislukt dit en verdrinkt de bemanning in de ijskoude zee.
De piloot die in de lucht weet te blijven, moet na een paar honderd kilometer op zicht naar BW-1 Narsarsuaq vliegen, want het radiocontact valt weg. Het kompas wijkt af, want de magnetische noordpool ligt niet op de noordpool, maar in Noord-Canada. De lange vrijwel onbewoonde Groenlandse kust bestaat uit honderden eilanden en ontelbare fjorden, die allemaal op elkaar lijken. Slechts één smalle fjordingang is de juiste. Die is lastig te vinden: speciaal gekozen om U-boten en vijandelijke vliegtuigen weg te houden. Kies je de foute, dan ben je de klos. In een smalle fjord kan een U-boot niet keren, maar een vliegtuig ook niet.
Wie de juiste fjord kiest, wacht na 100 km vliegen in de smalle kloof een spannend moment. De landing van grote bommenwerpers op de veel te korte strip van BW-1 is angstaanjagend spectaculair. De piloot moet eerst via een zijfjord steil omhoog, scheert dan vlak over een bergrug, draait onmiddellijk 90 graden naar stuurboord, dondert de kist naar beneden en gaat vol in de remmen staan. Sommigen vliegen tegen een berghelling of schieten in volle vaart de fjord in. Een piloot: ‘If you haven’t landed at BW-1, you have missed one of life’s biggest thrills.’
Deze route via zuid-Groenland en IJsland is gevaarlijk, maar te doen. Later in de oorlog komen ook de Azoren in geallieerde handen, waardoor zuidelijke luchtroutes in gebruik genomen kunnen worden. Met vallen en opstaan komen zo steeds meer bommenwerpers en jachtvliegtuigen heelhuids in Groot-Brittannië aan.
Dit artikel verscheen in oktober 2024 (nr. 7) in Geschiedenis Magazine onder de titel: 'Vliegveldhoppen'.
Delen: