3x dit viel ons op in het nieuws: opmerkelijke ontdekkingen ter land, ter zee en in de lucht
We houden de nieuwskanalen in de gaten op zoek naar de laatste ontwikkelingen in geschiedkundig onderzoek en om historisch licht te werpen op recente gebeurtenissen. Dit keer drie opmerkelijke ontdekkingen in Nederland: een archeologische opgraving onder een kerkvloer, een onderzoek in de lucht en een vondst in het water.
Kerkvloer geopend in Amsterdam
Toen de Oude Kerk, de Sint-Nicolaaskerk, in Amsterdam te klein werd, gaf de bisschop van Utrecht in 1408 toestemming tot het bouwen van een tweede grote parochiekerk: de Nieuwe Kerk. Dit gebouw is nog altijd een historisch monument aan de Dam. Tot aan 1866 zijn hier tienduizenden mensen begraven. Een groot deel van deze graven zijn door restauratiewerkzaamheden in de vorige eeuw al geruimd. Een deel van de doden, met name uit de 18de en 19de eeuw, ligt echter nog onder de kerkvloer.
Op dit moment worden er opnieuw grootschalige werkzaamheden uitgevoerd in de Nieuwe Kerk. De zuilen langs het middenschip zakten stukje bij beetje verder omlaag. Omdat dit later tot grote problemen kan leiden, was besloten om de zuilen in het middenschip te versterken met stalen balken en beton. Om de zuilen te herfunderen, moest de kerkvloer opengemaakt worden.
Egbert van der Poel - Sotheby's)
Dit was een goed moment voor stadsarcheologen van de gemeente Amsterdam om een archeologisch onderzoek uit te voeren. Afgelopen augustus werden er in een week tijd al 32 skeletten opgegraven. Fysisch antropologen onderzoeken en documenteren de stoffelijke resten. Zo kijken ze of ze erachter kunnen komen welke ziektes de overledenen onder de leden hadden. Na het archeologische onderzoek en de renovatie worden de skeletten indien mogelijk herbegraven in de kerk. Het publiek kan meekijken met het project: er is een loopbrug geplaatst over de open werkvloer waar de archeologen aan de slag zijn.
Onderzoek naar het vergissingsbombardement op Doetinchem
Tegen het einde van de oorlog op 21 maart 1945 werd Doetinchem gebombardeerd. Het bombardement werd niet uitgevoerd door de Duitse bezetters, maar door de geallieerden. De piloten hadden waarschijnlijk de Duitse stad Isselburg, zo’n 18 kilometer verderop, als doelwit op het oog. Maar door slecht zicht moest Doetinchem het ontgelden. Het bombardement ging de geschiedenis in als een ongelukkige vergissing. Tot op de dag van vandaag roept het nog altijd veel vragen op. Hoe kon zo’n grote misstap plaatsvinden?
Om dit nader te onderzoeken vloog oud-luchtmachtpiloot Eduard Klap vorige maand op zaterdag 17 augustus over Doetinchem in een oud transportvliegtuig, de DC-3 Dakota. De initiatiefnemer van het project, Herbert Tomesen, ging mee. Camera’s legden de vlucht volledig vast. De onderzoekers probeerden de omstandigheden die op de dag van 21 maart 1945 speelden – de hoogte, de route en de afstand vanaf de vertrekplaats – zo goed mogelijk te reconstrueren.
Uit de testvlucht bleek onder meer dat het van zo’n grote hoogte inderdaad zeer lastig is om het Duitse stadje Isselburg te herkennen. De piloten van de recente vlucht hadden mooi weer. Op 21 maart 1945 moesten de piloten navigeren tussen veel bewolking. Mogelijk was het daardoor extra moeilijk om Isselburg en Doetinchem van elkaar te onderscheiden. Toch blijven ook sommige vragen nog onbeantwoord. Doetinchem was bijvoorbeeld een paar minuten verder vliegen dan Isselburg. Maar dit tijdsverschil lijkt in 1945 niet te zijn opgevallen. Hoe dat heeft kunnen gebeuren, is nog niet duidelijk.
Een verdronken kasteel
Vlakbij Zeewolde in het Nijkerkernauw – het water tussen Gelderland en Flevoland - zijn de fundamenten en muurresten gevonden van een bouwwerk. Hoewel er al vermoedens waren dat er daar ergens in het water een bijzonder historisch gebouw zou liggen, was het nog niet eerder gelukt om de exacte locatie te bepalen. Een verslaggever van Omroep Flevoland, Arend Dubbelboer, ging op onderzoek uit. Hij trok met een boot, een sonar en duikers het Nijkerkernauw op. Daar troffen zij – mede met behulp van onderwatercamera’s - de muurresten aan.
Onderzoekers denken dat dit de fundamenten van het verdwenen Slot Hulkestein kunnen zijn. Dit slot werd in 1427 in opdracht van de hertog Arnold van Gelre gebouwd. We weten echter nog maar weinig over het slot of hoe het er precies uit zag. Waarschijnlijk was het niet zo groot. Het lag aan de Zuiderzee, vlakbij de grens met ’t Sticht, het grondgebied van de toenmalige bisschop van Utrecht. Het versterkte fort kon het transport van goederen over de Zuiderzee tussen de gebieden van de bisschop van Utrecht, het Sticht en het Oversticht (respectievelijk grofweg het huidige Utrecht en Drenthe/Overijssel), in de gaten houden.
Rond 1517 werd Slot Hulkestein waarschijnlijk door soldaten van het gewest Holland ingenomen en verwoest (al wordt soms ook ene Felix van Oostenrijk als dader genoemd). In opdracht van Arnolds opvolger, Karel van Egmond, herbouwd. Na het overlijden van Karel van Egmond in 1538, nam Willem van Kleef het stokje over als hertog van Gelre. Nadat die laatste het Verdrag van Venlo tekende, kwam niet alleen het Hertogdom Gelre maar ook ’t Sticht en ’t Oversticht onder dezelfde machthebber: de Habsburgse Karel V. Hiermee verviel de grensfunctie van Slot Hulkestein. Het slot werd afgebroken en een groot deel van de stenen werd hergebruikt.
Er wordt momenteel verder onderzoek gedaan naar de muurresten in het Nijkerkernauw. Of we hier inderdaad te maken hebben met het Gelderse Slot Hulkestein? Dat antwoord zal nog volgen. Omroep Flevoland maakte een korte documentaire van het onderzoek en de vondst, inclusief beelden van de onderwatercamera. Deze kun je hier terug kijken.
Delen: