Vrije Stad Danzig: herrie om een Hanzestad

Op 1 september 1939 om 4.47 uur ’s ochtends opende het antieke Duitse opleidingsschip Schleswig-Holstein het vuur. Doelwit was een Pools munitiedepot op het schiereiland Westerplatte bij de Vrije Stad Danzig. Het waren de eerste schoten van de Tweede Wereldoorlog en het onofficiële startsein voor de Duitse invasie van Polen. Dat de oorlog hier begon, verbaasde in 1939 eigenlijk niemand. Duitsers en Polen hadden sinds het ontstaan van de Vrije Stad Danzig op 15 november 1920 er bijna permanent ruzie om gemaakt.

 

Polen weer op de kaart
De Vrije Stad Danzig was een diplomatiek onding, bedacht aan de onderhandelingstafel in Parijs, toen de geallieerden na de Eerste Wereldoorlog tot werkbare vredesverdragen met de verslagen landen probeerden te komen. De Vrije Stad Danzig maakte onderdeel uit van het Verdrag van Versailles (1919) met Duitsland en was een compromis met Polen, dat op 11 november 1918, de dag waarop aan het westfront een wapenstilstand inging, na een afwezigheid van meer dan een eeuw terugkeerde op de kaart van Europa. Het koninkrijk was aan het eind van de 18de eeuw in de drie Poolse Delingen opgesplitst: Rusland, Oostenrijk en Pruisen hadden elk een stuk ingepikt. 

Pruisen ging later op in het Duitse Keizerrijk en hoorde met Oostenrijk tot de verliezers van de Eerste Wereldoorlog. Ze moesten machteloos toezien hoe de geallieerden hun steun aan de nieuwe republiek Polen gaven. Bolsjewistisch Rusland was hier evenmin blij mee en voerde tussen 1919 en 1921 oorlog om gebieden aan de Poolse oostgrenzen.

Danzig was een twistappel: hier woonden al sinds de vroege middeleeuwen Duitsers en het gebied had sinds de eerste Poolse Deling in 1772 bij Pruisen gehoord. Duitsland wilde de oude Hanzestad niet afstaan, Polen wilde haar er juist bij hebben.

 

Danzig begin 20ste eeuw (Afbeelding: Library of Congress).

 

De Poolse Corridor 
Polen had een belangrijke steun in de rug in de persoon van de Amerikaanse president Woodrow Wilson. Van de beroemde Veertien Punten waarmee hij naar de vredesonderhandelingen in Parijs kwam, luidde het dertiende: ‘Een onafhankelijke Poolse staat moet opgericht worden en de gebieden bevatten die bewoond zijn door een onbetwistbaar Poolse bevolking: hij moet verzekerd zijn van een vrije en veilige toegang tot de zee.’ Op die manier kon het onafhankelijke Polen gemakkelijker handeldrijven en in contact blijven met militaire bondgenoten.

De Polen zelf wilden Danzig (Pools: Gdansk) als hun toegangspoort tot de Oostzee. Deze havenstad aan de monding van de rivier de Wisla, van oudsher een belangrijke verkeersader, speelde al eeuwenlang een centrale rol in de Poolse handel. De claim was echter niet alleen economisch en militair-strategisch van aard. Poolse diplomaten voerden in Parijs ook aan dat er 600.000 landgenoten woonden in wat algauw de Poolse Corridor ging heten, het gebied ten westen en zuiden van de stad. 

Drie jongens van de Hitlerjugend in Danzig, 1937. (Afbeelding: Swiss National Library, via Wikimedia Commons)
 

Vervelend voor de Poolse delegatie was dat dit demografische argument juist niet gold voor Danzig en directe omgeving. Van de ruim 350.000 inwoners was 95% Duits. De Fransen en Italianen wilden de stad desondanks aan de Polen gunnen, maar de Britten voorzagen grote problemen vanwege het zelfbeschikkingsrecht voor volkeren, dat Wilson ook hoog in het vaandel voerde. Een historicus in het Britse diplomatieke team vond een oplossing: tijdens de Napoleontische Oorlogen had Danzig tussen 1807 en 1814 een semi-autonome status gehad.

Deze vondst leverde de inspiratie voor het compromis dat in het Verdrag van Versailles werd vastgelegd: Polen kreeg zijn corridor naar de Oostzee en binnen die corridor werd Danzig een Vrije Stad onder bescherming van de Volkenbond, met een eigen gekozen Senaat als bestuur. Wie in Danzig wilde blijven wonen, verloor zijn oorspronkelijke nationaliteit. Het was mogelijk om Duitser te blijven, maar dan moest je wel binnen twee jaar verhuizen naar Duitsland.

De Vrije Stad vormde een douane-unie met Polen. De Polen kregen toegang tot alle havenfaciliteiten en het post-, telegraaf- en telefoonnetwerk. Daarnaast mochten zij zowel de riviervaart op de Wisla als de spoorwegen in de Vrije Stad reguleren. 

Tandenknarsend toekijken
In theorie was alles goed geregeld, maar in de praktijk werd over alle details geruzied tussen de Polen en de inwoners van de stad: zaken als de havenpolitie, belastingheffing en de plaatsing van (Poolse) brievenbussen stonden niet in het Verdrag van Versailles. De Hoge Commissaris die namens de Volkenbond optrad als arbiter had er zijn handen vol aan.

Tijdens de Pools-Russische Oorlog (1919-1921) weigerden Duitse havenarbeiders in Danzig wapenleveranties uit West-Europa te lossen. Enerzijds omdat ze de Polen een hak wilden zetten en anderzijds vanwege in de haven breed levende communistische sympathieën. De Polen wilden herhaling van zo’n havenblokkade koste wat het kost voorkomen. Daarom kregen ze van de Volkenbond de Westerplatte toegewezen als munitiehaven en -depot. En ze besloten het slaperige vissersdorpje Gdynia in de corridor om te bouwen tot een volwaardige zeehaven, inclusief directe spoorverbinding met de grote kolenbassins in het zuiden van Polen. 

Nadat de nieuwe haven in 1926 officieel werd geopend, groeide hij in korte tijd uit tot de grootste en belangrijkste aan de Oostzee. De inwoners van Danzig moesten tandenknarsend toezien hoe de bedrijvigheid in hun stad steeds verder terugliep.

De ‘bevrijding’ door de Wehrmacht in 1939. (Afbeelding: Rijksmuseum Amsterdam)
 

Opgeofferd
Danzig bleef al die tijd erg Duits. De inwoners verloren hun nationaliteit maar bleven zich Duitser voelen. De banden met Duitsland bleven ook in ander opzicht hecht: politici in Berlijn van liberaal tot extreemrechts accepteerden het verlies van de Poolse Corridor en de Vrije Stad Danzig niet. De Senaat in de stad weerspiegelde vooral de politieke verhoudingen in Duitsland: Hitlers NSDAP, die in Danzig ook een afdeling had, wist er in 1933 een absolute meerderheid te behalen en daarna volgde de Senaat van de Vrije Stad de politieke koers van Berlijn op de voet. Andere politieke partijen en vakbonden werden verboden en ook in Danzig werden antisemitische rassenwetten ingevoerd. Protesten vanuit de Volkenbond werden simpelweg genegeerd.

De relatie tussen de Duitsers en de Polen was altijd al moeilijk geweest, maar verslechterde eind jaren ’30 zienderogen. Na de beruchte Conferentie van München van september 1938 waar Tsjechoslowakije werd opgeofferd voor de vrede in Europa, stond de Vrije Stad Danzig bovenaan het verlanglijstje van Hitler. Berlijn eiste onder het mom van ‘Heim ins Reich’ botweg dat Polen de stad waar zoveel Duitsers woonden, teruggaf. Eigenlijk wilde Hitler de hele corridor terug. Dan zou Duitsland ook weer verenigd zijn met Oost-Pruisen, een Duitse exclave ten oosten van Danzig. 

Duitse propagandaposter. (Afbeelding: Museum van de Tweede Wereldoorlog in Gdańsk, via Wikimedia Commons) 
 

De Britten en de Fransen hoopten in de zomer van 1939 de crisis te kunnen bezweren door de territoriale integriteit van Polen te garanderen. Hitler liet zich echter niet meer stoppen. Welbeschouwd was de Duitse eis om teruggave van Danzig in 1939 al een gepasseerd station: de invasieplannen voor heel Polen lagen klaar. In september 1939 werd Danzig na de aanval op het Poolse munitiedepot op Westerplatte bij het Duitse Rijk ingelijfd en vervolgens werd Polen onder de voet gelopen. De Tweede Wereldoorlog was begonnen.

Dit artikel verscheen in 2022 in Geschiedenis Magazine (jaargang 2022, editie 8) onder de titel: 'Stichting Vrije Stad Danzig. Herrie om een Hanze'.

Delen: