Margaretha van Bourgondië en Margaretha van Male: wie waren deze moeders des vaderlands?

Op ‘grotemannengeschiedenis’ komt de laatste tijd kritiek: het ophangen van het verleden aan de daden van politieke en militaire leiders zou achterhaald zijn. En dat terwijl de geschiedenis van Grote Vrouwen nog maar net van de grond komt. Maar historici zijn bezig met een inhaalslag: vrouwen blijken machtiger dan we dachten. Twee van deze moeders des vaderlands lichten we hier alvast uit: de landvoogdes Margaretha van Male en haar dochter Margaretha van Bourgondië.

Zeg ‘Vaderlandse geschiedenis’ en het gros van de mensen denkt aan grote vorsten en staatslieden als Filips de Stoute, keizer Karel V, Johan de Witt en natuurlijk Vader des Vaderlands Willem van Oranje. Dat zijn de mannen die de Nederlanden vormden, die oorlog voerden, vrijheid brachten en eenheid creëerden. Vraag naar de vrouwen die in dat verhaal een rol speelden en de gemiddelde Nederlander zal misschien met Maria van Bourgondië op de proppen komen. Zij is de enige staatsvrouw in de canon van de Nederlandse geschiedenis, afgezien van de eerste vrouwelijke minister Marga Klompé.

En de andere Grote Vrouwen dan?
Maar waarom zit Margaretha van Male niet verankerd in ons collectieve geheugen, de stammoeder van de Bourgondische Nederlanden? Waarom denken we niet automatisch aan Maria van Hongarije, de landvoogdes die dankzij haar onderhandelingstalent de financiële, godsdienstige en militaire eenheid in de Nederlanden wist te versterken? En waarom weet niet iedereen wie Albertine Agnes was?

De afgelopen jaren is baanbrekend onderzoek verricht naar de politieke invloed van deze en andere hooggeplaatste adellijke vrouwen in de late middeleeuwen en vroegmoderne tijd. Soms waren dat erfdochters die vanwege het uitblijven van mannelijke erfgenamen de volledige heerschappij over de dynastieke bezittingen kregen. Anderen wierpen zich als (financieel) onafhankelijke weduwe op als bestuurder, of als regentes voor hun minderjarige zoon. Gemalinnen regeerden geregeld samen met hun echtgenoot of vervingen hem tijdelijk. Zij allen werden van jongs af aan voorbereid op een mogelijke politieke en bestuurlijke rol, omdat het noodlot altijd kon toeslaan: een echtgenoot kon overlijden, of er kwam geen nageslacht. Van vrouwen werd kortom, net als van mannen, verwacht dat ze zich zouden inzetten voor hun dynastie en hun onderdanen.

Portret van Louise de Coligny. Na de moord op Willem van Oranje in 1584 bleef Louise de Coligny, zijn vierde vrouw, achter met de zes maanden oude Frederik Hendrik én de zorg voor vijf stiefdochters. Door de vele schulden die Willem voor de strijd gemaakt had, waren ze berooid. Vaak wordt ze neergezet als tragische weduwe, maar dat is onterecht: ze bouwde haar positie snel uit, mede dankzij haar invloedrijke netwerk. Bij alles wat ze deed, hield ze de belangen van de Oranje-Nassau-dynastie in het oog. (Afbeelding: ongedateerd, atelier Michiel van Mierevelt, Mauritshuis Den Haag).
 

Het gedrag van vorstinnen lag wél constant onder een vergrootglas. Als een vrouw te openlijk de macht uitoefende, heette ze ‘mannelijk’, heerszuchtig of dominant. Vrouwen dienden vroom te zijn, bescheiden en nederig. Maar wie zich staande wist te houden, kon het ver schoppen. Hier belichten we zeven van die krachtige vrouwen.

Margaretha van Male: de groei van het Bourgondische rijk
Margaretha van Male (1350-1405) legde de grondvesten voor de Bourgondische macht in de Lage Landen. Als enig kind en erfdochter van Lodewijk II van Male, graaf van Vlaanderen, en Margaretha van Brabant, erfde ze maar liefst vijf graafschappen. Via haar huwelijk met Filips de Stoute, de hertog van Bourgondië, kwamen deze gebieden onder Bourgondische heerschappij, uiteindelijk ook het hertogdom Brabant. Dankzij haar bestuurlijke, diplomatieke en financiële optreden kreeg de Bourgondische staat voet aan de grond in het noorden.

Portret van Margaretha van Male. (Afbeelding: Musée de l'Hospice Comtesse de Lille,via Wikimedia Commons,CC BY-SA 3.0).
 

Margaretha werd opgevoed met de overtuiging dat zij verantwoordelijk was voor het veiligstellen van het erfgoed voor het nageslacht. Ze eiste na haar huwelijk dan ook een actief aandeel op in het bestuur. Ze onderhandelde vaardig over het heffen van belastingen en bleek een harde maar gerespecteerde gesprekspartner van de grote steden van Vlaanderen. Ze was een belangrijke diplomatieke schakel tussen haar Franse echtgenoot en de Nederlanden en speelde als ‘natuurlijke vrouwe van Vlaanderen’ een doorslaggevende rol in de verzoening tussen Bourgondiërs en opstandige Vlamingen. Ze bevestigde verschillende privileges van Vlaamse steden, waarbij ze liet zien een goed oog te hebben voor hun economische belangen.

Zij en Filips versterkten hun invloed in het noorden verder door een strategisch dubbelhuwelijk te arrangeren: dochter Margaretha van Bourgondië trouwde met Willem van Beieren, erfgenaam van Henegouwen, Holland en Zeeland, terwijl oudste zoon Jan trouwde met Margaretha van Beieren, de zus van Willem.

Margaretha en Filips belichaamden een vorm van tweehoofdig bestuur dat werd overgenomen door hun nakomelingen. Vanwege de uitgestrektheid van de bezittingen delegeerde de hertog een deel van de macht aan Margaretha, op wier militaire, diplomatieke en financiële capaciteiten hij vertrouwde. Zo was zij het die in 1373 het land in staat van paraatheid bracht om een aanval van de hertog van Lancaster te weerstaan. Ook speelde ze een belangrijke diplomatieke rol in de totstandkoming van vrede tussen Engeland en Frankrijk.

Margaretha was financieel onafhankelijk en leende haar man grote sommen geld. Na zijn overlijden in 1404 volgde oudste zoon Jan zonder Vrees hem op als hertog van Bourgondië, maar Margaretha behield de graafschappen Vlaanderen, Artois en Franche-Comté. Deze bleef ze actief besturen. Toen ze later ook Brabant erfde, schoof ze haar derde zoon Anton naar voren, maar ze bleef hem nauwlettend controleren en voorzien van advies, manschappen en geld. Na haar dood in 1405 was de Bourgondische macht stevig gevestigd in de Lage Landen - dankzij Margaretha.

Margaretha van Bourgondië: de wettige erfvrouw
De reputatie van Margaretha van Bourgondië wordt overschaduwd door die van haar dochter, Jacoba van Beieren, de gravin van Holland, Zeeland en Henegouwen. Margaretha speelde echter een beslissende rol in de geschiedenis die Jacoba bekend maakte: de strijd om de macht in Holland en Zeeland.

De Italiaanse-Franse schrijfster Christine de Pisan presenteert op deze illustratie haar boek Le trésor de la cité des dames aan Margaretha van Bourgondië. Het boek is een opvoedkundige handleiding dat als doel had om vrouwen - van alle verschillende rangen en standen - te onderwijzen. Christine was een belangrijk politiek denker en schreef verschillende werken waarin ze opkwam voor vrouwen. (Afbeelding: bnf fr. 1177, folio 114 c. 1475).
 

Margaretha werd door haar ouders Margaretha van Male en Filips de Stoute opgevoed met een groot dynastiek bewustzijn en haar moeder had getoond welke rol vrouwen konden spelen in het beschermen en uitbouwen van zowel de dynastie van herkomst, als die waarin ze trouwden. Na haar huwelijk met Willem van Beieren was Margaretha’s lot verbonden aan diens graafschappen Holland, Zeeland en Henegouwen. Deze erfenis moest veilig worden gesteld voor de wettige erfgenaam: Jacoba, die enig kind bleef.

Tijdens haar huwelijk behartigde Margaretha actief en behendig de belangen van zowel de Bourgondische als de Beierse dynastie, wat de alliantie tussen de vorstenhuizen versterkte. Zo bemiddelde ze tussen haar broer Jan zonder Vrees en de koning van Frankrijk, toen deze in onmin waren geraakt.

Na de dood van haar echtgenoot lieten de Bourgondiërs hun oog vallen op de erfgoederen van Jacoba. Margaretha koos voor haar dochter en gebruikte daarbij alle middelen waarover ze beschikte. Als weduwe was ze financieel onafhankelijk, sterker, ze was schatrijk, en ze maakte gebruik van een breed netwerk van bondgenoten. Bovendien zocht ze huwelijkspartners voor haar dochter die haar vooruit konden helpen. Tegelijkertijd hield Margaretha voor de buitenwereld een schijn van neutraliteit op, waardoor ze Jacoba’s belangen beter kon behartigen aan de onderhandelingstafel.

De druk op moeder en dochter nam toe toen de verschillende huwelijken van Jacoba geen nakomelingen opleverden. In een poging de Bourgondiërs te slim af te zijn, schoof Margaretha zichzelf in Brabant als ‘wettige erfvrouw’ naar voren toen haar neef stierf zonder erfgenaam. Deze claim was legitiem, en Margaretha wist haar aanspraak jarenlang te gebruiken als pressiemiddel. Uiteindelijk kozen de Staten van Brabant voor haar tegenstander, Filips de Goede. Pas toen Jacoba de strijd noodgedwongen staakte en afstand deed van de grafelijke macht over Holland, Zeeland en Henegouwen, gaf Margaretha tegen betaling haar aanspraak op Brabant op.

Maria van Hongarije (1505-1558)
Maria van Hongarije valt in de categorie ‘machtige weduwe’, maar ze nam ook toen haar man, koning Lodewijk II van Hongarije, nog leefde actief deel aan de politiek van het hof. Na zijn dood in 1526 was Maria als weduwe zonder erfgenaam vier jaar lang regentes van het koninkrijk totdat haar broer Ferdinand de troon overnam. Toen vroeg haar broer, keizer Karel V, haar om landvoogdes van de Nederlanden te worden. Ze maakte haar reputatie als kundig bestuurder al snel waar en in 1540 verleende Karel V haar volledige en absolute macht over staatsraden, financiën en andere justitiële zaken. Zo kreeg ze ongekende politieke macht en een bevoorrechte juridische positie, die ze onder meer gebruikte om de territoriale eenheid van de Nederlanden te bevorderen. Behendig behartigde ze de belangen van haar onderdanen bij de keizer, en haar verzoenende aanpak hielp de interne onrust te beteugelen. Ze wist de zware belastingdruk te verminderen door het gebruik van creatieve financiële strategieën.

Ook bij de vele gewapende conflicten die in deze periode werden uitgevochten, onder meer in het kader van de godsdienststrijd, speelde Maria een belangrijke rol, al liet ze zich op het slagveld niet zien. Wel benoemde ze generaals en onderhandelde ze over voorraden en versterking van de grenzen. Daarnaast bewandelde ze het diplomatieke pad. Ze onderhandelde persoonlijk met Eleonora, koningin van Frankrijk, om de vriendschap tussen de twee landen te herstellen.

Schilderij van Maria van Hongarije, gemaakt door een anonieme schilder tussen 1550 en 1560. (Afbeelding: Rijksmuseum Amsterdam, SK-A-4463)
 

Haar uitvoerige correspondentie bewijst hoe handig ze haar positie wist te verbeteren. Ze deed zich voor als bescheiden en kwetsbaar (geaccepteerde vrouwelijke eigenschappen) om haar daden en ambities te verhullen. Strategisch zette ze vooral haar zwakke gezondheid in, waardoor ze bevelen van Karel V kon omzeilen, sturen of negeren zonder zijn gezag expliciet in twijfel te trekken. Toen ze in 1555 terugtrad als landvoogdes liet ze de Nederlanden achter als een gebied dat meer dan ooit een eenheid vormde.

Louise de Coligny (1555-1620)
Na de moord op Willem van Oranje in 1584 bleef Louise de Coligny, zijn vierde vrouw, achter met de zes maanden oude Frederik Hendrik én de zorg voor vijf stiefdochters. Door de vele schulden die Willem voor de strijd gemaakt had, waren ze berooid. Vaak wordt ze neergezet als tragische weduwe, maar dat is onterecht: ze bouwde haar positie snel uit.

Als dochter van hugenotenleider Gaspard de Coligny bezat ze in Frankrijk een invloedrijk netwerk van protestantse adel. Vriend en verwant Hendrik van Navarra werd in 1589 gekroond tot Hendrik IV van Frankrijk. Louise werd, mede door het slim inzetten van haar enorme (correspondentie)netwerk, een van zijn naaste vertrouwelingen. Dit gebruikte ze om te bemiddelen tussen de Republiek en het Franse hof, in gesprekken met de koning of zijn gezanten. Door haar diplomatieke vernuft waren beide partijen ervan overtuigd dat ze hún belang diende.

Bij alles wat ze deed, hield ze de belangen van de Oranje-Nassau-dynastie in het oog. Zo arrangeerde ze strategische huwelijken voor enkele dochters van Willem van Oranje met machtige protestantse edelen in Frankrijk en Duitsland. Ze gaf tevens haar politieke kennis door aan haar stiefdochters: in hun vele onderlinge brieven noemden zij zichzelf en elkaar ‘staatsvrouwen’ (femmes d’état). Na hun huwelijken verspreidde zich zo een nieuwe generatie politieke vrouwen door Europa en vormden hun hoven bouwstenen van een machtig internationaal netwerk.

Louise resideerde in Paleis Noordeinde waar ambassadeurs en andere invloedrijke personen in en uit liepen. Het hoogtepunt van haar loopbaan als staatsvrouw was in 1607-1608, tijdens de onderhandelingen voorafgaand aan het Twaalfjarig Bestand (de tijdelijke wapenstilstand tussen de Republiek en Spanje die in 1609 inging). Toen deze dreigden vast te lopen, moest Louise erbij komen. Ze wist stiefzoon Maurits uiteindelijk te overtuigen van de noodzaak om vrede te sluiten. En passant sleepte ze er nog een aantal financiële voordelen voor de Oranje-Nassaus uit.

Isabelle Clara Eugenia van Spanje (1566-1633)
Van ‘Infante’ Isabella, vorstin en landvoogdes van de Zuidelijke Nederlanden, bestaat het beeld dat zij het bestuur overliet aan haar echtgenoot, aartshertog Albrecht van Oostenrijk. Niets is minder waar. Isabella was dé spil in de betrekkingen tussen het hof in Madrid, politici én bevolking in de Zuidelijke Nederlanden. Op kritieke momenten was zij het die de spanning tussen de verschillende partijen verhielp.

Isabella was de dochter van koning Filips II van Spanje en diens derde vrouw Elisabeth van Valois. Haar vader betrok haar al vroeg bij staatszaken, omdat ze lange tijd de enige troonopvolgster leek te zijn. Haar inbreng in zijn beleid was groot; vooral de laatste jaren van zijn regering volgde Filips vaak haar advies. Hij benoemde haar in 1598 samen met echtgenoot Albrecht tot soevereine vorsten van de Zuidelijke Nederlanden.

Portret van Isabella Clara Eugenia, geschilderd door Frans Pourbus. (Afbeelding: Koninklijke musea voor Schone Kunsten, België)
 

Volgens tijdgenoten deed de aarts­hertog niets zonder zijn vrouw in te lichten en vroeg hij haar in alle kwesties om advies. Isabella onderhield goede contacten met de machtigste factie aan het hof in Madrid. De eerste jaren van hun regeerperiode woedde de strijd met de opstandige Republiek en Isabella genoot meer gezag bij het leger dan haar man, die weinig militair talent bezat. Ze kreeg bijvoorbeeld voor elkaar dat de soldaten soldij kregen zodat zij niet gingen plunderen, wat weer negatief op het hof zou afstralen. Isabella was geliefder dan de afstandelijke Albrecht, ook door haar barmhartigheid en besluitvaardigheid. Ze speelde een centrale rol in het populariteitsoffensief van de Habsburgers.

Isabella speelde als mecenas een sleutelrol in de grote economische voorspoed en culturele bloei die tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) ontstond. Na de dood van Albrecht in 1621 nam ze het habijt op en trok ze zich terug uit het wereldlijke leven, maar bleef landvoogdes. Ook in haar eentje bleef haar politieke en diplomatieke invloed groot: neef Filips IV, koning van Spanje, vroeg haar regelmatig om politiek en militair advies.

Albertine Agnes (1634-1696)
Albertine Agnes van Oranje-Nassau kan gezien worden als stammoeder van de huidige Oranje-Nassaus: die stammen in rechtstreekse lijn van haar af én ze nam als eerste stadhoudersvrouw het regentschap op zich. Ze was de vijfde dochter van Frederik Hendrik van Oranje-Nassau en Amalia van Solms. Ze trouwde in 1652 met achterneef Willem Frederik van Nassau-Dietz, stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe.

Na twaalf jaar huwelijk overleed haar echtgenoot en werd Albertine Agnes benoemd tot voogdes van haar minderjarige zoon Hendrik Casimir II. In de praktijk trok Albertine Agnes meer macht naar zich toe. Direct na de dood van haar echtgenoot nam ze zijn politieke netwerk over en oefende steeds meer bevoegdheden uit die toekwamen aan de stadhouder: ze woonde de vergadering van de vertegenwoordigers in de Staten bij en bemoeide zich met politieke en militaire benoemingen. Ze trad in feite op als regentes.

Haar daadkracht had ze vooral nodig in het Rampjaar 1672, toen de Republiek van alle kanten tegelijk werd aangevallen. Friesland dreigde ingenomen te worden door de bisschop van Münster. Er heerste grote onvrede dat de Friese Staten geen actie ondernamen en Albertine Agnes besloot de leiding te nemen. Ze eiste een vergaand defensieplan waarin een waterlinie en het uitbreiden van verdedigingswerken waren opgenomen, en stelde daartoe een memorie op.

Schilderij van Albertine Agnes, uit de werkplaats van Johannes Mytens. (Afbeelding: Geschiedkundige Vereniging Oranje-Nassau)
 

Het lukte Albertine Agnes om haar (minderjarige) zoon te laten benoemen tot stadhouder en kapitein-generaal van Friesland. Wettelijk bezat Hendrik Casimir nu de macht, in werkelijkheid berustte die bij haar, omdat hij nog zo jong was. Ze mobiliseerde de burgerbevolking en oefende grote invloed uit op de interne hervormingen die de rust onder de ontevreden Friezen moesten herstellen. Het plan dat de Friese legerleider Johan Maurits uiteindelijk en met succes in werking stelde tegen de troepen van Münster was gebaseerd op haar memorie. Haar diplomatieke hulp bij het verkrijgen van toestemming bij de Friese Staten hiervoor bleek onontbeerlijk.

Albertine Agnes heeft als de facto legerleider de val van Friesland voorkomen, en speelde daarmee een grote rol in het behoud van de Republiek in 1672. De prinses van Oranje had de oorlog en de binnenlandse onrust slim gebruikt door als semi-stadhouder boven de partijen te gaan staan. Mede daardoor vestigde ze in Friesland een vrijwel soeverein, erfelijk stadhouderschap. Als eerste regentes legde ze bovendien de basis voor generaties regentessen na haar.

Anna van Hannover (1709-1759)
Anna van Hannover staat bekend als arrogant en dominant - zo werden sterke vrouwen wel vaker getypeerd. Anna was namelijk daadkrachtig, ambitieus, intelligent en ze had groot strategisch inzicht. Ze was de dochter van de Engelse koning George II, en droeg de titel princess royal. Ze had zelf op de Engelse troon willen zitten maar stemde toch in met een huwelijk met Willem van Nassau-Dietz, prins van Oranje, vorst van Oranje-Nassau en stadhouder van Friesland, Groningen en Gelderland. Ze hielden hof in Leeuwarden, waar Anna en Willem gezamenlijk optrokken in de dagelijkse politiek van de provincies waarover Willem regeerde.

De verwachting was dat Willem snel stadhouder van de gehele Republiek zou worden (na het overlijden van Willem III in 1702 was er in de rest van de gewesten geen stadhouder benoemd) maar daar moesten ze hard voor lobbyen. Als Willems rechterhand en adviseur droeg Anna in belangrijke mate bij aan dit resultaat

Uiteindelijk werd Willem in 1747 inderdaad tot stadhouder van de Republiek benoemd, en een jaar later werd het stadhouderschap overerfbaar. De twee verhuisden naar Paleis Huis ten Bosch in Den Haag, waar  Anna, tijdens haar jeugd in Londen leerling van Georg Friedrich Händel en een begaafde muzikante, optrad als mecenas van musici en operahuizen. Ze wist zo de reputatie van het stadhouderlijke hof op vorstelijke hoogten te krijgen.

De prinses oefende via Willem veel invloed uit op de belangrijke kwesties van die tijd: het beknotten van de macht van de regenten en het bedwingen van de rebellie tegen corrupte belastinginners (de zogeheten Pachtersoproeren). Daarbij zette ze haar wat besluiteloze man soms flink onder druk. Ze woonde zijn beraadslagingen bij en nam diverse initiatieven voor reorganisatie van bestuur en administratie.

Na Willems dood trad Anna op als regentes voor haar zoon, de latere stadhouder Willem V. Ze werd benoemd tot ‘Gouvernante der Verenigde Nederlanden’. Dat betekende dat ze het stadhouderschap waarnam, inclusief de militaire functies van kapitein- en admiraal-generaal. Haar sterke leiderschap werd niet door iedereen gewaardeerd. Veel regenten werkten haar tegen, ook omdat diverse steden terug wilden keren naar het Stadhouderloze Tijdperk van vóór 1747. Om hun vertrouwen te winnen verscheen Anna in 1752 in de Staten-Generaal, waar ze zeer tactisch voorstelde om de omvang van het leger van de Republiek te reduceren. Dat was welkom, want de steden betaalden deels de militaire kosten.

Dat haar echtgenoot Willem IV erfelijk stadhouder werd van de gehele Republiek en dat deze positie na zijn dood bleef bestaan, is zeker ook Anna’s verdienste. Net als de andere hier behandelde vrouwen leverde ze een belangrijke en vaak over het hoofd geziene bijdrage aan de eenheid en stabiliteit van de Nederlanden. Het wordt tijd dat meer mensen daarvan weten.

Dit artikel verscheen eerder in 2024 (nummer 3) van Geschiedenis Magazine onder de titel 'Moeders des Vaderlands'.

Verder lezen
Femke Deen voerde samen met Ineke Huysman de redactie van Moeders des Vaderlands. Vrouwen die der Nederlanden vormden (Atlas Contact, 2024), een bundel waarin achttien historici een portret schetsen van evenveel middeleeuwse en vroegmoderne vrouwen die via het politieke bedrijf hun stempel drukten op gebeurtenissen die we tot nog toe vooral associëren met mannen. Dit artikel is op die bijdragen gebaseerd.

Delen: