Column | Van de redactie

Bij Bagdad, Damascus en Cairo denken we al snel aan chaotische en stoffige miljoenensteden. In ieder geval niet aan goed functionerende en betrouwbare watervoorziening. Toch kende juist het middeleeuwse Midden-Oosten succesvolle systemen van aquaducten, kanalen, cisternen en fonteinen die toegesneden waren op de uitdagende klimatologische en organisatorische omstandigheden van de regio en de bewoners duurzaam van water voorzagen. Hoe kregen ze dat voor elkaar? En kunnen we daar vandaag de dag nog iets van leren? Maaike van Berkel zocht het uit.

Waterschaarste is niet slechts een klimatologisch probleem en niet uitsluitend een kwestie van gebrek aan natuurlijke bronnen. Waterproblemen worden bij uitstek ook veroorzaakt door een onzorgvuldige of ineffectieve omgang met die beschikbare natuurlijke bronnen. Een duurzame watervoorziening is daarom onlosmakelijk verbonden met een goed watermanagement, een doelmatige organisatie.

Opvallend is dat steden in het middeleeuwse Midden-Oosten, zoals Bagdad, Damascus en Cairo, door historici nu juist getypeerd werden als zwak georganiseerd, zeker in vergelijking met steden in West-Europa op dat moment. Maar hoe waren deze steden dan in staat hun bewoners onder lastige klimatologische omstandigheden duurzaam van water te voorzien?  Daarvoor was nu juist een effectieve organisatie nodig.

Hoe zag die watervoorziening er in de praktijk uit? Steden in het middeleeuwse Midden-Oosten kenden niet één centraal watersysteem, zoals de waterleiding die wij nu hebben. Er bestond een veelheid aan waterinstallaties en organisatievormen, die verschilden per stad, maar ook binnen een stad per wijk of bevolkingsgroep. Zo waren er grootschalige aquaducten en (ondergrondse) kanalen die delen van de stad van water voorzagen, maar ook kleinschalige cisternen die regenwater opvingen en publieke drinkwaterfonteinen die stadswijken bedienden.

 

Sabīl (publieke drinkwaterfontein) van Sultan Qāytbāy, Cairo, late 15de eeuw.

 

Daarnaast kende bijna elke stad een uitgebreid systeem van waterdragers die huishoudens, markten of buurten van water voorzagen: met waterzakken en lastdieren liepen de dragers af en aan naar de rivier of de daaraan verbonden kanalen. Deze verschillende systemen en installaties werden elk op hun eigen manier geregeld en gefinancierd. Ze werden van onderop georganiseerd door gemeenschappen of individuen, of meer centraal vanuit staatswege. Soms bouwden men hierbij voort op bestaande (klassieke) waterinstallaties: uiteraard werd een goed functionerend aquaduct niet afgebroken, maar hergebruikt. Vaak ook vond technologische en organisatorische vernieuwing plaats in het waterbeleid. Nieuwe steden, veranderende rivierlopen, groeiende bevolkingsaantallen, verzilting, verwoesting door oorlogen, veranderende politieke en administratieve omstandigheden: alle vroegen om voortdurend onderhoud en vernieuwing in de watervoorziening.

 

Een waterpomp uit een handschrift van al-Jazarī’s kitāb fī ma‘rifat al-ḥiyal al-handasiyya (‘Het boek over kennis van ingenieuze mechanische installaties’), geschreven in 1206.

 

Juist deze diversiteit aan systemen en organisatievormen lijkt de bron te zijn geweest van een duurzame watervoorziening in de premoderne periode. Een centrale installatie en organisatie zou te fragiel zijn geweest, te kwetsbaar voor uitval of plotselinge veranderende politieke of economische omstandigheden. Als een kanaal dichtslibde of slecht werd onderhouden doordat de staat in oorlog verkeerde, of als een waterpomp die het water in het aquaduct pompte het plotseling begaf, waren er altijd nog waterdragers of regenwatercisternen die ervoor zorgden dat de stadsbewoners niet zonder water kwamen te zitten.

Het is ook op het punt van diversiteit aan watersystemen dat de kennis over de premoderne watervoorziening relevant kan zijn voor het heden en de toekomst. Ook de moderne watersector ziet dit steeds meer in. Zo kijkt men naar vormen van watermanagement die de verantwoordelijkheid voor de aanvoer en het onderhoud dichter bij de gemeenschappen zelf leggen en minder centraal, van bovenaf, opleggen. Een dergelijke kleinschaligere organisatie moet een duurzaam gebruik van water in de hand werken, omdat mensen zich meer verbonden voelen met de schaarse bronnen waaruit ze putten. Uiteraard verwachten ook de meest vooruitstrevende watermanagers niet dat we binnenkort weer gezamenlijk naar de pomp op het plein lopen, maar directe betrokkenheid van gebruikers bij hun eigen watervoorziening kan een sleutel zijn tot een meer bestendige en ecologische omgang met onze schaarse bronnen. Dit geldt zeker voor het Midden-Oosten, waar waterschaarste een van de nijpendste problemen vormt en een constante bron voor conflict. Hier kunnen historici wellicht een kleine rol spelen en meedenken over duurzame oplossingen van een wereldwijd probleem.

Delen:

Middeleeuwen Azië Afrika