Het herdenken van de Grote Oorlog

gesch iedereen 1

 

Op 11 november 1918 kwam er officieel een einde aan de Eerste Wereldoorlog. De afgelopen honderd jaar is de oorlog op vele verschillende manieren herinnerd en herdacht. Francis Boer ging voor het septembernummer van Geschiedenis Magazine op reis naar de Vlaamse Westhoek en ontdekte oude, maar vooral ook veel nieuwe manieren waarop de geschiedenis van de Grote Oorlog dichtbij wordt gebracht.

 


Het sober ingerichte, moderne bezoekerscentrum is gebouwd in de schaduw van de grootste hospitaalbegraafplaats ter wereld. Hier vonden bijna 11.000 soldaten, burgers en medewerkers van het evacuatiehospitaal hun laatste rustplaats tijdens en vlak na de Eerste Wereldoorlog. Bij het binnenlopen van het centrum valt meteen een hoge, rode muur op, waar je letterlijk je oor te luisteren kunt leggen. Je hoort er fragmenten uit dagboeken, registers en brieven van mensen die hier verzorgden, stierven of juist beter werden.

 

Een gezicht bij de namen

Hier bij Lijssenthoek Military Cemetery moet het verleden tot leven komen, de namen op de gedenkstenen een gezicht krijgen. Dit gebeurt niet alleen door geluidsfragmenten, maar bijvoorbeeld ook door een bijzondere, digitale scheurkalender. Op een groot scherm wordt de datum van vandaag geprojecteerd, gekoppeld aan diezelfde datum in een van de oorlogsjaren. Dit wordt aangevuld met een verhaal en een indringend portret van iemand die op die bewuste dag sneuvelde. Deze informatie kun je printen, samen met een kaartje van de begraafplaats, met de route naar het graf van de persoon die je zojuist een beetje hebt leren kennen.

 

De IJzertoren

Het is een voorbeeld - een van vele - van hoe men in de Westhoek omgaat met een oorlogsverleden dat niet meer door levenden kan worden naverteld, maar nog steeds heel tastbaar is. Zo is daar de IJzertoren in Diksmuide, een traditionele én een nieuwe plek om te herdenken. In deze omgeving eerden Vlaamse nationalisten vanaf de jaren ’20 hun doden tijdens de jaarlijkse politiek gekleurde IJzerbedevaarten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het een decor voor collaboratie, waarna de toren in 1946 door een aanslag werd verwoest. Een nieuwe IJzertoren verrees in 1965 en sinds een aantal jaar bevindt zich hierin een museum.

 

De geur van mosterdgas

Moderne, aansprekende vormen en technieken zijn op de vele verdiepingen in het gebouw gebruikt om het verhaal van de Eerste Wereldoorlog en het front bij de rivier de IJzer (de zogeheten Ieperboog) te vertellen. Op de ene etage kun je de indringende geur van mosterdgas tot je door laten dringen, op een andere maak je een nachtelijke wandeling door een loopgraaf en hoor je artillerievuur, benauwde hoestbuien en geschreeuwde bevelen. Op een volgende verdieping heeft een hedendaagse kunstenaar in woeste tekeningen de posttraumatische stressstoornis proberen te verbeelden, waar veel frontsoldaten hun leven lang last van bleven houden.

 

Monumenten en mijnvijvers

Het gehele gebied rond de Ieperboog is bezaaid met monumenten, gedenktekens en begraafplaatsen die herinneren aan de duizenden doden die hier vielen. Ook het landschap zelf draagt onuitwisbare sporen in zich. Tijdens de Mijnenslag in 1917 brachten de Britten 19 grote mijnen tot ontploffing waarvan tegenwoordig nog 17 kraters zichtbaar zijn, veelal in de vorm van diepe vijvers, inmiddels begroeid met wuivend gras en kleurrijke bloemen. Je kunt je nauwelijks voorstellen hoe dit niemandsland eruit moet hebben gezien ten tijde van de oorlog.

 

600.000 kleibeeldjes 

Midden in deze omgeving strekt zich sinds 2014 een indrukwekkende installatie uit van Koen Vanmechelen, genaamd ComingWorldRememberMe. 600.000 kleibeeldjes, uitgestrekt over een terrein van 3 hectare, brengen een eerbetoon aan even zoveel oorlogsslachtoffers in België. De beeldjes zijn stuk voor stuk gebogen figuren die zich lijken te bezinnen, zich schrap lijken te zetten. Een zichtbare ruggengraat toont hun vastberadenheid om verder te gaan. In een bijbehorende grote, glazen vitrine zijn 600.000 identiteitsplaatjes verzameld, met op de voorkant de namen van de slachtoffers, en op achterkant de namen van de mensen die de beeldjes hebben gemaakt. Zo worden verschillende generaties aan elkaar verbonden. Als bezoeker kun je zelf voor een klein bedrag een beeldje adopteren en via een onlinecode wordt dit verbonden één van de 600.000 slachtoffers en diens verhaal. Hier wordt de geschiedenis van een oorlog vol anonieme doden opeens persoonlijk. Nog tot halverwege november is de installatie te bezoeken, daarna kunnen de beeldjes door de ‘adoptieouders’ worden opgehaald.

Meer permanent is het aangrenzende poëzieparcours Ode aan de War Poets, waar je op tien verschillende rustpunten langs een vlonderpad gedichten kunt horen of lezen, die geïnspireerd zijn op de bekende werken van oorlogsdichters.

 

In Flanders Fields

Opmerkelijk is dat in al deze nieuwe herinneringsplaatsen en initiatieven aan de ene kant het persoonlijke verhaal centraal staat: de anonieme cijfers krijgen een gezicht. Aan de andere kant speelt ook de persoonlijke beleving van de bezoeker een grote rol. Deze twee kanten komen in het Museum In Flanders Fields in Ieper op een bijzondere manier samen. Liefhebbers van uniformen, wapens en ander oorlogsmaterieel kunnen hier hun hart ophalen, maar ook juist aan anderen is gedacht. Een bandje met een symbolische klaproos erop geeft je toegang tot het museum, waarna je op een digitaal scherm enige persoonlijke informatie over jezelf in kunt voeren: ben je een man of een vrouw? En: waar kom je vandaan? In de opstelling zelf kun je op verschillende plekken het bandje scannen en lezen wat een aantal personen afkomstig uit jouw buurt en van jouw geslacht meemaakten in de Eerste Wereldoorlog.

 

Vluchtelingen, soldaten en verplegers

Nog aangrijpender zijn de filmpjes die her en der worden gedraaid. Een acteur in de rol van een vluchteling vertelt gloedvol zijn verhaal, drie ‘soldaten’ kijken je op een volgend scherm indringend aan en vertellen met glimmende ogen over het kerstbestand dat ze meemaakten. Even verderop vertellen dokters en zusters met wanhoop in hun stem over jonge soldaten die ze zo snel mogelijk moeten oplappen, zodat ze terug kunnen keren naar het front waar de dood hen wacht.

 

Zinloosheid

Boven de uitgang van het museum hangen grote, rood-witte banners. Hierop staan alle oorlogsconflicten die hebben plaatsgevonden sinds de Eerste Wereldoorlog - ‘the war to end wars’. Niets was minder waar, zoals het opschrift van een enkele grafsteen op het ontzagwekkende Tyne Cot Cemetery pijnlijk duidelijk maakt: ‘Sacrificed to the fallacy that war can end war.’ Deze en al die andere monumenten en initiatieven hier in de Westhoek hebben iets gemeen, het zal de oplettende bezoeker raken en doordringen. Ze tonen ieder op hun eigen manier de ongelooflijke zinloosheid van een dergelijke oorlog. Opdat we niet vergeten - én niet in herhaling vallen.


Meer informatie: www.flandersfields.be/nl

 

Francis Boer is historicus en museumdocent. Voor Geschiedenis Magazine schrijft ze de rubriek 'Geschiedenis van Iedereen'.

 

afbeeldingen links: landart-installatie ComingWorldRememberMe van Koen Vanmechelen, rechts: Tyne Cot Cemetary.

 

Aanmelden nieuwsbrief