Minder geschiedenis op tv

andere tijden - kees ribbens - zendmast

 

 

Wanneer de aangekondigde bezuinigingen op onder meer het programma Andere Tijden doorgaan, zal er helaas minder geschiedenis te zien zijn op tv. Lees hier het interview met prof. dr. Kees Ribbens over geschiedenis in 'nieuwe' media.

 

Beeldvorming en populaire historische cultuur
Populaire cultuur speelt een veel grotere rol in de vorming van ons historisch besef dan we denken, zegt NIOD-onderzoeker en bijzonder hoogleraar Populaire Historische Cultuur en Oorlog Kees Ribbens (1967). Het is deze beeldvorming van de geschiedenis die hem altijd heeft geboeid. Zo promoveerde hij op een onderzoek naar alledaagse historische cultuur in Nederland, publiceerde hij een studie over geschiedenis in stripverhalen en werkte hij mee aan een analyse van Tweede-Wereldoorlogmusea in Nederland. In publicaties en opiniestukken wijst hij regelmatig op het belang van een dynamische omgang met het verleden. Populaire historische cultuur hoort volgens hem daarbij. Een kwestie van persoonlijke interesse maar ook van een beroepsmatig verantwoordelijkheidsgevoel.

 

Maatschapplijke rol
‘Historici hebben hierin ook een maatschappelijke rol te vervullen,’ zegt Ribbens. ‘Ze zijn er om de geschiedenis te laten zien maar hebben geen monopolie op het beeld dat de samenleving heeft van die geschiedenis. Als je wil weten hoe de geschiedenis voortleeft in de samenleving, zul je die populaire vertolkingen daarbij moeten betrekken. Beeldvorming kan ook buiten puur historische feiten ontstaan.’

 

Oorlogsgeweld in populaire historische cultuur
Ribbens en zijn medewerkers aan de bij het Centrum voor Historische Cultuur (CHC) aan de Erasmus Universiteit Rotterdam doen onderzoek naar de wijze waarop oorlog en oorlogsgeweld in de 20ste en 21ste eeuw voortleven in populaire historische cultuur. Van films, games, strips, romans, re-enactments en erfgoedtoerisme tot exposities en internetfora. Van de Eerste Wereldoorlog tot en met de Syrische burgeroorlog.

 

 andere tijden - kees ribbens - assasins creed

Een screenshot uit de populaire historische game Asassins Creed. 

 

Een zee aan onderzoeksmateriaal
‘We staan voor een mer à boire aan onderzoeksmateriaal, alleen al door wat er op internet is te vinden,’ bevestigt Ribbens. ‘Maar het accent ligt komt te liggen op de twee wereldoorlogen, onder meer op de beeldvorming rond de Tweede Wereldoorlog in de erfgoedsector. ‘De Anne Frank Stichting zet soms strips en apps in om nieuwe doelgroepen aan te spreken. Hoe worden deze media ingezet, welke verhalen vertellen ze en welke aanbevelingen kunnen we hierover doen voor de toekomst?

 

De Tweede Wereldoorlog op Wikipedia
Een ander thema is de Tweede Wereldoorlog op internetfora als Wikipedia. Ik ben benieuwd hoe die in verschillende landen wordt beschreven, welke afbakeningen daarbij worden gehanteerd en in hoeverre bijdragen afkomstig zijn van ervaringsdeskundigen en belangengroepen of uit de meer geïnstitutionaliseerde hoek.’

 

Oorlogsstrips
Met buitenlandse partners doet Ribbens bovendien onderzoek naar de oorlogsstrips die in de jaren zestig, zeventig en tachtig vanuit Engeland werden verspreid op de Europese markt en die in Italië en Spanje werden getekend. ‘Interessant aan deze strips is bijvoorbeeld de aandacht voor de strijd in Zuidoost-Azië. Ze verschenen ook in Nederland, waar het beeld van de Tweede Wereldoorlog juist sterk werd bepaald door het Europese strijdtoneel en de Duitse bezetting.’

 

Vermenging van feit en fictie
De beeldvorming rond historische gebeurtenissen als de Tweede Wereldoorlog is door de globalisering en het (her)gebruik van oude en nieuwe media sterk veranderd en complexer geworden. Er is meer aandacht voor de ervaringen en beeldvorming in niet-westerse culturen en landen. En terwijl de levende herinnering aan de oorlog langzaam verdwijnt, vormen met name populaire bewerkingen als films, websites of re-enactments steeds vaker een eerste kennismaking met dit onderwerp voor nieuwe generaties. Niet zelden betreft het een vermenging van feit en fictie en een luchtige of romantische voorstelling van zaken. Reflectie op dit terrein is daarom van maatschappelijk belang.

 

Genuanceerde graphic novels
Toch is Ribbens niet zo bang voor vervorming van het historische beeld door populaire media. ‘Het is een misvatting dat populaire cultuur per definitie plat en ongenuanceerd is,’ stelt hij. ‘Een bekend voorbeeld is Art Spiegelmans strip Maus uit 1972 over de nazi-vernietigingskampen. Er zijn ook Belgische en Franse strips die de collaboratie aan de kaak stellen en speelfilms die de nuance zoeken. De Nederlandse striptekenaar Peter van Dongen heeft genuanceerde graphic novels gemaakt over de politionele acties in Indonesië. Er verschijnen nu ook educatieve games over de Tweede Wereldoorlog. Zo is in de Verenigde Staten een game gemaakt over de interneringskampen voor Amerikaanse Japanners. Natuurlijk is het risico op stereotyperingen en mythevorming aanwezig maar om daarachter te komen moet je eerst vaststellen hoe die presentaties eruitzien. De discussies daarover dragen bij aan een genuanceerder beeld en brengen die onder de aandacht van een breed publiek. Ik ben ook benieuwd naar de wisselwerking met de officiële beeldvorming. In hoeverre wordt populaire cultuur gevoed door geïnstitutionaliseerde beelden?’

 

Het publiek niet onderschatten
Het publiek mag evenmin worden onderschat, vindt Ribbens. ‘Het is beter opgeleid dan vijftig jaar geleden en kritischer. Mensen kunnen heel goed hun eigen keuzes maken met betrekking tot het verleden en zich een eigen mening vormen naast het verhaal dat je vertelt in films, musea of het onderwijs. Daar hebben historici weinig invloed op maar ze kunnen via onderzoek op dit terrein de ontwikkeling van kritische vaardigheden stimuleren. Ook daarin hebben ze een maatschappelijke rol te vervullen.’

 

Herbeleving van het verleden
Het herbeleven van geschiedenis via games, re-enactments of erfgoedtoerisme kan ook bijdragen aan meer inzicht in die geschiedenis en de dilemma’s waar mensen destijds voor stonden, vermoedt Ribbens. ‘Ik ben benieuwd wat daar het effect van is. Kennelijk bestaat er behoefte om grip te krijgen op het verleden en daarin een sturende rol te vervullen. In zekere zin wijkt dat niet veel af van de methodiek van historici.’

 

Nadruk op iconen
Er zijn natuurlijk ook populaire bewerkingen die wel degelijk hebben bijgedragen tot een breder historisch besef. Klassiek voorbeeld is de Amerikaanse tv-serie Holocaust (1978) die vooral in Duitsland het naziverleden onder de aandacht van het publiek bracht. ‘Dergelijke werken worden echter als iconen beschouwd en raken losgezongen van het mainstream genre omdat ze als meest aansprekende voorbeelden worden uitgelicht voor onderzoek,’ merkt Ribbens op. ‘De toneelbewerking van Anne Franks dagboek uit de jaren vijftig wordt nog altijd als toonaangevend beschouwd maar is lang niet het enige oorlogstoneelstuk.

 

Historisch beeld en b-categorie
Een ander probleem is dat deze werken meestal worden beoordeeld op hun artistieke of literaire merites maar nauwelijks getoetst worden aan het historische beeld. Bij boeken gaat het ook altijd om literatuur met de grote L. Maar je kunt ze pas echt goed op hun al dan niet iconische waarde schatten als je ze bestudeert binnen de bredere setting van het genre. Ik ben dan ook sterk geïnteresseerd in de b-categorie. Dus niet zozeer de romans van Mulisch als wel die van Jan de Hartog.’

 

 andere tijden - kees ribbens - tv gezelschap

Een gezin kijkt televisie, ca. 1958.

 

Nationale kaders
Populaire historische cultuur is in Nederland nog een relatief jong onderzoeksterrein. ‘In de Verenigde Staten is men al veel verder met historisch onderzoek naar populaire cultuur,’ vertelt Ribbens. ‘Overigens houden vaak communicatiewetenschappers of antropologen zich daarmee bezig, niet zozeer historici. In Nederland is het onderzoek niet sterk georganiseerd en erg versnipperd, zeker in vergelijking met het onderzoek naar monumenten, musea en het onderwijs. Er bestaan wel degelijk enkele studies naar specifieke oorlogsfilms en romans maar dat zijn vaak wat losse casussen.’

 

Weeskinderen van de historische cultuur
Heeft die achterstand ook te maken met dedain voor populaire cultuur? ‘Dat speelt wel mee, maar de huidige generaties historici zijn inmiddels redelijk vertrouwd met deze cultuur. Toch is het geen usance om die mee te nemen in onderzoek. De erkenning van populaire cultuur als volwaardige bron of onderzoeksobject is nog onvoldoende doorgedrongen. Films, romans, strips: ik noem ze maar de weeskinderen van de historische cultuur.

 

Ongrijpbare populaire cultuur
De belangrijkste reden voor die achterstand is echter de overdaad en verscheidenheid aan bronnen, het is heel lastig om daar greep op te krijgen. Populaire cultuur is ook heel transnationaal, wat het juist interessant maakt voor een dynamischer kijk op het verleden. De officiële herinneringscultuur zit vaak opgesloten in nationale kaders of is gekoppeld aan “identity politics”.’

 

Populaire cultuur en geïnstutionaliseerde geschiedschrijving
Toch zie je de laatste jaren ook in de traditionele beeldvorming in diverse landen veranderingen. Denk bijvoorbeeld aan de discussies over verzet en jodenvervolging in Nederland of de aandacht bij onze oosterburen voor de gewone Duitser als slachtoffer, iets dat tot uiting komt in onderzoek maar ook in films en tv-series. Komen dergelijke verschuivingen eerder voort uit de populaire historische cultuur of uit de geïnstitutionaliseerde geschiedschrijving? ‘Duitsland is wat dat betreft een minder goed voorbeeld omdat daar geen film of serie kan worden gemaakt zonder dat daar een wetenschappelijke adviesraad achter zit,' zegt Ribbens.

 

Discussie is winst
Je kunt populaire uitingen volgens Ribbens nooit los zien van de officiële geschiedschrijving. 'Er zijn altijd raakvlakken en ik ben dan ook heel nieuwsgierig naar die overlap. Historici worden bij populaire cultuuruitingen doorgaans ingezet voor hun feitenkennis. Dat levert soms spanningen op met de artistieke vrijheid die makers zich willen veroorloven. De discussies die daaruit voortvloeien, beschouw ik echter als winst. En misschien bestaat er uiteindelijk helemaal geen samenhangend beeld van de oorlog. Dat kan best beangstigend zijn en dat verklaart misschien ook de terughoudendheid ten aanzien van dit soort onderzoek.’

 

Interview door Vera Ros.

 

Afbeelding: Het neerhalen van de oude televisietoren in Lopik op 11 oktober 1976.

 

Dit is een aangepaste versie van een artikel dat eerder verscheen in Geschiedenis Magazine.

 

Aanmelden nieuwsbrief