Historische betrekkingen tussen Noord-Korea en China

Korea I

 

De top tussen Amerika en Noord-Korea die in Singapore wordt gehouden, zal niemand zijn ontgaan. De twee leiders Donald Trump en Kim Jong-un ontmoeten elkaar hier, maar op de achtergrond speelt nog een leider een grote rol: de Chinese Xi. De laatste maanden haalde de Chinese president de (verwaarloosde) banden aan met Noord-Korea, want officieel ligt het land meer in hun, dan in Amerika's invloedsfeer. Dat ligt het al jaren. Hoe zit dat historisch?

 

Remco Breuker

 

Twee handen op één buik? 

Wat is er toch aan de hand tussen China en Noord-Korea? Als we de internationale pers en de handboeken voor internationale betrekkingen mogen geloven, zijn deze landen altijd twee handen op één buik geweest en distantieert China zich nu vanwege een aantal redenen omzichtig van de vaak zo lyrisch beschreven vriendschap met Noord-Korea. De schijn bedriegt, want de band tussen China en Noord-Korea is vrij letterlijk gesmeed in bloed en staal en laat zich niet zomaar reduceren tot een economische rekensom of een politiek-strategische risicoanalyse. De geschiedenis van de relatie tussen deze twee staten verklaart veel. 

 

Innige contacten 

De vriendschap dateert van de oprichting van de Noord-Koreaanse staat in 1945, maar werd voorafgegaan door de zeer innige contacten tussen Chinese en Koreaanse communistische guerrilla’s van de jaren dertig en veertig. Op dat moment heerste de Japanse keizer over Korea. Vanwege zijn repressieve koloniale bewind hadden vele jonge Koreaanse activisten de wijk genomen naar Mantsjoerije en China, waar ze zich aansloten bij bestaande guerrillaeenheden of deze zelf oprichtten. Jonge communisten vonden een veilig heenkomen bij de Chinese Communistische Partij (ccp). De verbondenheid en de betrokkenheid in deze guerrillagroepen waren groot; of men nu Chinees of Koreaans was, voor de meeste strijders ging het om de internationale overwinning van het communisme. Voor anderen echter, onder wie ene Kim Il Sung, gaven nationalistische overwegingen de doorslag.

 

Persoonlijk goedgekeurd door Beria

Kim Il Sung, de latere leider van Noord-Korea, werd in 1931 lid van de ccp. Zijn guerrillaloopbaan zou later door de Noord-Koreaanse propagandamachine tot legendarische proporties worden opgeblazen. Kim Il Sung vocht jarenlang mee met Chinese guerrilla’s tegen het Japanse keizerlijk leger in Noord-China, terwijl hij via een Chinese mentor die niet ver verwijderd was van Mao Zedong, ingewijd werd in het communisme. Na enige successen tegen de Japanners werd de grond hem in 1941 te heet onder de voeten en vluchtte hij naar de Sovjet-Unie, waar hij in het Rode Leger terechtkwam. 

Met de afwerping van het Japanse koloniale juk in 1945 keerde Kim terug naar Korea als majoor in het Rode Leger. De overwinning van het communisme in Azië leek toen binnen handbereik. In China hervatten de communisten en de Kuomintang onder leiding van Chiang Kai-shek de onderlinge strijd die zij door de oorlog tegen de Japanners deels onderbroken hadden, en de algemene verwachting was dat de troepen van Mao binnen enkele jaren de verslagen legers van de Kuomintang naar Taiwan zouden drijven. In Korea was een tijdelijke regering haastig aangetreden na de bevrijding; deze neigde naar links. 

 

Korea 3

Postzegels uit 2011 uit Noord-Korea die het bondgenootschap met China benadrukken. Te zien zijn de toenmalige leider kim Jong Il, zijn vader en voorganger Kim Il Sung en de Chinese leiders Mao Zedong, Den Xiaoping, Jiang Zemin en Hu Jintao. 

 

Volgens het Sovjetstramien 

Een cynisch internationaal machtsspel - de Koude Oorlog begon - zorgde er vervolgens voor dat Korea zijn onafhankelijkheid weer verloor. Handjeklap tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie, die geen van beide wilden dat het zo strategisch gelegen Koreaanse schiereiland met zijn bodemschatten, industrie en landbouwareaal in handen van de tegenpartij zou vallen, leidde tot de deling van Korea. Zuid-Korea kwam onder Amerikaans militair bestuur te staan. In Noord-Korea maakte de Sovjetleider Stalin de dienst uit. Nadat Kim Il Sung persoonlijk was goedgekeurd door Beria, Stalins hoofd van de inlichtingendienst, en de schatkist was gevuld met geld uit Moskou, werd de Noord-Koreaanse staat volgens het Sovjetstramien opgebouwd. In het leger dienden alleen officieren die Moskou vertrouwde. 

 

Persoonlijke banden 

Noord-Korea maakte nu deel uit van het (anti-Chinese) Sovjet-blok. De voormalige Koreaanse guerrilla’s die het land leidden, waren hun jaren in China echter niet zomaar vergeten. Dit bleek bijvoorbeeld toen Noord-Korea met regelmaat de rol van schuilhaven voor Chinese communistische troepen vervulde. Met name in 1946 en 1947, toen de burgeroorlog in China nog woedde, bood Noord-Korea hun onderdak, rust, verzorging en bevoorrading. Noord-Korea heeft zo op cruciale momenten in de ontstaansgeschiedenis van de Chinese Volksrepubliek een belangrijke bijdrage geleverd door Chinese guerrilla’s met open armen te ontvangen. 

 

Ook na de totstandkoming van de Volksrepubliek China in 1949 hielden persoonlijke banden tusen mensen als Kim Il Sung en andere onafhankelijkheidsstrijders de twee jonge staten bijeen, ondanks druk van de Sovjet-Unie. Er werden bijvoorbeeld in 1950 14 000 Koreaanse strijders (met wapenuitrusting) gerepatrieerd die in het Chinese Volksbevrijdingsleger hadden gediend. Dit was onderdeel van Kims voorbereidingen voor zijn inval in Zuid-Korea later dat jaar. Tijdens de aanval arriveerden er nog meer geharde Koreaanse soldaten uit China, allemaal Koreanen die lange tijd in de Chinese gelederen hadden gevochten, inmiddels soms meer Chinees dan Koreaans. 

 

Koreaanse Oorlog 

Een belangrijk deel van de huidige dynamiek tussen Korea en China vindt zijn oorsprong in deze periode. De Koreaanse Oorlog (1950-1953) heeft de banden tussen de Volksrepubliek China en de Democratische Volksrepubliek Korea tot op zekere hoogte in cement gegoten. Vanaf het begin was het overduidelijk dat China in ieder geval qua retoriek vol overtuiging aan de kant van Noord-Korea stond. Mao moet echter wel onaangenaam verrast zijn geweest door Kims timing voor zijn inval in Zuid-Korea, omdat die Mao’s plannen met betrekking tot Taiwan spaak liet lopen. Met een grootschalige oorlog op het Koreaanse schiereiland was een eventuele invasie van dat eiland, waar aartsvijand de Kuomintang het voor het zeggen had, immers voorlopig van de baan. 

 

Het verloop van de Koreaanse Oorlog is genoegzaam bekend. Na de bliksemaanval van Noord-Koreaanse troepen en de inname (‘bevrijding’ volgens Pyongyang en Beijing) van Seoel, werd het Noord-Koreaanse leger teruggedreven door een westerse troepenmacht onder  de Amerikaanse generaal Douglas MacArthur. Zijn successen noopten Noord-Korea tot een terugtocht. Even leek het er zelfs op dat Kim een regering in ballingschap zou moeten vormen. Militaire interventie door China voorkwam dit. In 1953 werd een wapenstilstand gesloten met de huidige status quo als resultaat.

 

Eigenbelang

De Chinese interventie kostte een miljoen Chinese doden en gewonden. Ook Mao’s oudste zoon kwam om. Dat China dit ervoor over had, heeft in ieder geval één ding duidelijk laten zien: de noordelijke toegang tot China wordt bewaakt. Maar er zit nog een andere kant aan dit verhaal. In de Chinese staatspropaganda wordt de Chinese hulp altijd in bloemrijke termen opgehemeld als zelfopoffering voor de goede zaak, en het is waar: China heeft de ondergang van Noord-Koreaanse staat voorkomen door te interveniëren in de Koreaanse Oorlog. De interventie kwam echter voor een groot deel voort uit eigenbelang. Het was niet in China’s strategische belang om toe te staan dat Noord-Korea China níet vriendelijk gezind zou zijn. Met andere woorden, een eventueel verenigd Korea dat de oren naar de Verenigde Staten zou laten hangen, was onbespreekbaar. 

 

Hedendaagse analisten zien vaak over het hoofd dat de verhouding tussen Noord-Korea en China altijd ambigu is geweest. Zij leggen de nadruk op de recentelijk groeiende Chinese ergernissen vanwege het onvoorspelbare optreden van Kim Jong Un, de derde telg van de Kim-dynastie. Wederzijds wantrouwen heeft echter de onderlinge de relatie vanaf het begin bepaald. 

 

korea2

Hoe Pyongyang de uitkomst van de Koreaanse oorlog presenteert aan de eigen bevolking: een klinkende overwinning onder leiding van Kim Il Sung. De beslissene rol van de Chinezen wordt niet duidelijk. 

 

Slechts retoriek 

Er zijn verschillende gevallen bekend van minder soepele samenwerking. Toen Kim serieus moest overwegen om tijdens de Koreaanse Oorlog een regering in ballingschap te vormen en de strijd vanuit het Chinese Mantsjoerije voort te zetten, was Beijing hier mordicus tegen. Waarom? Omdat de betreffende regio in Mantsjoerije langs de Noord-Koreaanse grens, Yanbian, bevolkt was met miljoenen etnische Koreanen. Zij waren weliswaar Chinees staatsburger, maar op hun loyaliteit aan China kon wellicht niet gerekend worden. De charismatische Kim zou dan weer actief worden in zijn oude habitat als guerrilla en dat werd gezien als risico voor de Chinese staat. Mantsjoerije was daarvoor een te belangrijke regio. 

Ook is de Chinese steun tijdens de Koreaanse Oorlog lange tijd slechts retoriek geweest. Pas na lang intern debat werd er tot daadwerkelijke hulp in de vorm van geld en materieel besloten en werden er troepen gestuurd. De grootste vrees was niet eens de ineenstorting van Noord-Korea zelf, maar de enorme vluchtelingenstroom die erna op gang zou komen.

 

Geen onverdeeld genoegen

Behoedzaam wantrouwen en een zekere tegenstrijdigheid kenmerkten ook de Chinese steun  na de oorlog. Enerzijds waren het gedeelde guerrillaverleden en het communistische heden reden om het letterlijk tot puin gebombardeerde Noord-Korea weder op te bouwen - en gebeurt dit nog steeds: kleinkinderen van de Chinese en Noord-Koreaanse guerrilla’s uit de jaren dertig en veertig, nu de elite, onderhouden warme persoonlijke banden, waar zowel de elite als de staat van profiteert. Anderzijds ervoeren de Noord-Koreanen de voortdurende aanwezigheid van Chinese soldaten in hun land zeker niet als onverdeeld genoegen, eerder als een nauwelijks verholen blijk van argwaan.

 

Song of Ariran

De barsten in de onderlinge relatie tussen China en Noord-Korea zijn structureel, maar ze zijn nooit fataal gebleken. Hoewel het duidelijk niet zo is, wat sommige op China georiënteerde analisten wel beweren, dat Noord-Korea aan de leiband van China loopt, was en is de Chinese invloed op Pyongyang groot. 

De Chinees-Noord-Koreaanse band is echter gesmeed in oorlogstijd, eerst tijdens de guerrillastrijd tegen Japan, tegen de Kuomintang en later in de Koreaanse Oorlog. De twee landen hebben elkaar op cruciale momenten geholpen. Dit heeft deze band sterk gemaakt. 

Er is geen reden om aan te nemen dat dit in de nabije toekomst anders zal zijn - al ligt het gezien de economische situatie van Noord-Korea niet voor de hand dat het nog langer in staat is China te helpen - ondanks de populaire notie dat het Chinese geduld op is. Geduld heeft er nooit iets mee te maken gehad, oorlog en spanning des te meer. Dat een relatie sterk is, wil immers niet zeggen dat ze zonder spanningen is. 

 

Eenduidig, of tegenstrijdig en moeilijk? 

Het voorgaande valt te illustreren aan de hand van het lot van Chang Chirak (1905-1938), beter bekend als Kim San. Hij is onder die naam de hoofdpersoon in het boek Song of Ariran van Nym Wales (pseudoniem van Helen Foster Snow), over het ongewisse bestaan van communistische guerrilla’s in het Noord-China van de jaren dertig. China heeft de Koreaanse guerrillastrijders in zijn gelederen als groep nooit in de steek gelaten. Desalniettemin is ook hier de tweeslachtigheid van de Chinees-Noord-Koreaanse relatie goed in te ontwaren. 

Chang Chirak staat voor al die naamloze partizanen die zich voor de onafhankelijkheid inzetten. Als Kim San werd hij onsterfelijk, in het echte leven was hij dat allerminst. Hij werd terechtgesteld door de Chinezen, op verdenking van spionage voor Japan. Zijn tragische verhaal is een passende metafoor voor de geschiedenis van de relatie tussen Noord-Korea en China: naar buiten toe eenduidig en steunend maar naar binnen toe tegenstrijdig, moeilijk en soms hard. 

 

Remco Breuker is historicus en hoogleraar Koreastudies aan de Universiteit Leiden. 

 

Afbeelding: De dynamiek tussen Chin en Noord-Korea gaat voor eenbelangrijk deel terug op de Koreaanse Oorlog (1950-1953). Chinezen en Noord-Koreanen vochten net als tegen de Japanners tot 1945, zij aan zij. Deze gedeelde ervaring maakt de band sterk. Op de foto: VN-krijgsgevangenenkamp in Pusan, met zowel Chinezen en Koreanen, 1951. 

 

Dit is een aangepaste versie van een artikel dat eerder verscheen in Geschiedenis Magazine. 

 

 

Aanmelden nieuwsbrief