Rock-'n-roll pioniers: De Tielman Brothers

Smilde1

 

In 1957 arriveerden The Tielman Brothers uit Indonesië in Nederland. Zij speelden op hoog niveau show- en rock-’n-rollmuziek toen Nederlandse bands nog in de kinderschoenen stonden. Vol bravoure stonden ze op het podium, ze beheersten hun instrument tot in de tenen (soms letterlijk). Aankomende Nederlandse muzikanten keken huizenhoog op tegen deze Indisch-Nederlandse jongens. De broers hadden er in hun geboorteland al een hele carrière opzitten. Die begon tijdens de ‘politionele acties’ en ze traden ook voor de Nederlandse soldaten op. Harm Peter Smilde zocht dit Indische verleden uit.

 

Talent voor ritme

Op een dag begin 1948 werd Herman Tielman ’s morgens wakker van een geluid dat hij niet kende: zijn kinderen speelden op de muziekinstrumenten die na een verjaardagsfeestje in huis waren achtergebleven. Herman stootte zijn vrouw aan en zei verbaasd: ‘Zeg, hoor je dat ritme?’ De broers Reggy (14), Ponthon (13), Andy (11) en Loulou (9) Tielman hadden nog geen idee van akkoorden en vingerzettingen, maar vader Tielman hoorde hun talent. Zo is het althans gegaan volgens een terugblik in het Indische blad De Vrije Pers uit 1950. Herman Tielman was zelf in de jaren ’30 (naast zijn baan als ‘werkbaas’ van de gemeente Soerabaja op Java) een begenadigd parttime muzikant geweest: hij speelde gitaar en banjo. Samen met zijn broer Hendrik vormde hij een duo. Na het overlijden van Hendrik bleef Herman tot de oorlog gelegenheidsmuzikant. 

 

Gezinsorkestje 

Na de ontdekking van het talent van zijn kinderen ging hij flink met hen repeteren. Daarnaast leerde hij hun showelementen, want zijn motto was: ‘De mensen luisteren met hun ogen.’ Reggy speelde banjo, Ponthon staande bas, Andy gitaar en Loulou drums. Zusje Jane verzorgde dansjes. Vader had de muzikale leiding en moeder Flora deed de kleding en de aankondigingen. Het repertoire bestond uit jazz, hawaiian- en rumbamuziek en Timorese volksliedjes. Herman Tielman noemde zijn gezinsorkestje de Timor Rhythm Brothers, naar het eiland West-Timor waar zijn vader vandaan kwam en waar ook Herman (hoewel in Manado, Celebes geboren) waarschijnlijk grotendeels is opgegroeid. 

 

Pakanbaroe-spoorlijn en Soemobito-kamp

Voor die dag in 1948 had het gezin Tielman een roerige periode beleefd. Begin 1942 veroverden de Japanners wat toen nog Nederlands-Indië heette. Herman Tielman was eind 1941 gemobiliseerd en werd als dienstplichtig KNIL-militair (‘Soldaat 2e klasse’) vrijwel direct krijgsgevangen gemaakt. Uit zijn Japanse interneringskaart valt op te maken dat hij na zijn tijd in een Japans kamp in Soerabaja gewerkt heeft als dwangarbeider aan de Pakanbaroe-spoorlijn op Noord-Sumatra, waar duizenden dwangarbeiders omkwamen. 

Moeder Flora en de kinderen kwamen naar verluidt door bemiddeling van haar eerste echtgenoot Louis Napoleon Uchtmann niet in een kamp terecht; ze woonden in Soerabaja. 

Na de capitulatie van de Japanners in augustus 1945 riepen Indonesische nationalisten de Republik Indonesia uit; het luidde de uiterst gewelddadige Bersiap-periode in die tot begin 1946 duurde. (De strijdkreet van de militante nationalisten Bersiap betekent Wees paraat!). De Indonesische volkswoede richtte zich tegen alles wat Nederlands, Indisch-Nederlands of Chinees was en tegen Indonesiërs die van een pro-Nederlandse houding verdacht werden. 

 

In een Japans interneringskamp 

Nu kwamen Flora en haar kinderen door toedoen van Indonesische nationalisten wel in een kamp terecht, Soemobito op Oost-Java. De omstandigheden waren er net als in de Japanse interneringskampen tijdens de oorlog erbarmelijk. In het voorjaar van 1946 kwamen ze weer vrij en werden ze met Herman herenigd, die in dienst bleef van het KNIL (tot 1948) en ook weer muziek ging maken. Alsof er niets was gebeurd, zou je bijna zeggen.

 

Maar er was wel veel gebeurd en veranderd.. Wat dan precies? En hoe had dat invloed op de rock-'n-roll-carrière van de broertjes Tielman? Lees het in ons juni-nummer, nu in de winkel! 

 

Afbeelding De voorloper van de Tielman Brothers: de Tiomor Rhythm Brothers. Foto genomen in Makassar, ca. 949 

Rock-’n-roll pioniers

De Indische leerschool van The Tielman Brothers

 

[intro]

In 1957 arriveerden The Tielman Brothers uit Indonesië in Nederland. Zij speelden op hoog niveau show- en rock-’n-rollmuziek toen Nederlandse bands nog in de kinderschoenen stonden. Vol bravoure stonden ze op het podium ze beheersten hun instrument tot in de tenen (soms letterlijk). Aankomende Nederlandse muzikanten keken huizenhoog op tegen deze Indisch-Nederlandse jongens. De broers hadden er in hun geboorteland al een hele carrière opzitten. Die begon tijdens de ‘politionele acties’ en ze traden ook voor de Nederlandse soldaten op. Harm Peter Smilde zocht dit Indische verleden uit.

 

[platte tekst]

Op een dag begin 1948 werd Herman Tielman ’s morgens wakker van een geluid dat hij niet kende: zijn kinderen speelden op de muziekinstrumenten die na een verjaardagsfeestje in huis waren achtergebleven. Herman stootte zijn vrouw aan en zei verbaasd: ‘Zeg, hoor je dat ritme?’ De broers Reggy (14), Ponthon (13), Andy (11) en Loulou (9) Tielman hadden nog geen idee van akkoorden en vingerzettingen, maar vader Tielman hoorde hun talent. Zo is het althans gegaan volgens een terugblik in het Indische blad De Vrije Pers uit 1950. Herman Tielman was zelf in de jaren ’30 (naast zijn baan als ‘werkbaas’ van de gemeente Soerabaja op Java) een begenadigd parttime muzikant geweest: hij speelde gitaar en banjo. Samen met zijn broer Hendrik vormde hij een duo. Na het overlijden van Hendrik bleef Herman tot de oorlog gelegenheidsmuzikant.

Na de ontdekking van het talent van zijn kinderen ging hij flink met hen repeteren. Daarnaast leerde hij hun showelementen, want zijn motto was: ‘De mensen luisteren met hun ogen.’ Reggy speelde banjo, Ponthon staande bas, Andy gitaar en Loulou drums. Zusje Jane verzorgde dansjes. Vader had de muzikale leiding en moeder Flora deed de kleding en de aankondigingen. Het repertoire bestond uit jazz, hawaiian- en rumbamuziek en Timorese volksliedjes. Herman Tielman noemde zijn gezinsorkestje de Timor Rhythm Brothers, naar het eiland West-Timor waar zijn vader vandaan kwam en waar ook Herman (hoewel in Manado, Celebes geboren) waarschijnlijk grotendeels is opgegroeid.

 

Pakanbaroe-spoorlijn en Soemobito-kamp

Voor die dag in 1948 had het gezin Tielman een roerige periode beleefd. Begin 1942 veroverden de Japanners wat toen nog Nederlands-Indië heette. Herman Tielman was eind 1941 gemobiliseerd en werd als dienstplichtig KNIL-militair (‘Soldaat 2e klasse’) vrijwel direct krijgsgevangen gemaakt. Uit zijn Japanse interneringskaart valt op te maken dat hij na zijn tijd in een Japans kamp in Soerabaja gewerkt heeft als dwangarbeider aan de Pakanbaroe-spoorlijn op Noord-Sumatra, waar duizenden dwangarbeiders omkwamen.

Moeder Flora en de kinderen kwamen naar verluidt door bemiddeling van haar eerste echtgenoot Louis Napoleon Uchtmann niet in een kamp terecht; ze woonden in Soerabaja.

Na de capitulatie van de Japanners in augustus 1945 riepen Indonesische nationalisten de Republik Indonesia uit; het luidde de uiterst gewelddadige Bersiap-periode in die tot begin 1946 duurde. (De strijdkreet van de militante nationalisten Bersiap betekent Wees paraat!). De Indonesische volkswoede richtte zich tegen alles wat Nederlands, Indisch-Nederlands of Chinees was en tegen Indonesiërs die van een pro-Nederlandse houding verdacht werden.

Nu kwamen Flora en haar kinderen door toedoen van Indonesische nationalisten wel in een kamp terecht, Soemobito op Oost-Java. De omstandigheden waren er net als in de Japanse interneringskampen tijdens de oorlog erbarmelijk. In het voorjaar van 1946 kwamen ze weer vrij en werden ze met Herman herenigd, die in dienst bleef van het KNIL (tot 1948) en ook weer muziek ging maken. Alsof er niets was gebeurd, zou je bijna zeggen.

 

Met een escorte van jeeps naar het optreden

Maar er was wel veel gebeurd en veranderd

Aanmelden nieuwsbrief