Viktor Orbán opnieuw premier van Hongarije

1


Viktor Orbán is opnieuw herkozen tot premier van Hongarije. Hiermee begint hij aan zijn vierde termijn aan het hoofd van de rechts-nationalistische partij Fidesz. Zijn uitgesproken anti-immigratiestandpunt was leidend in de gevoerde campagne. Veel tegenstand krijgt Orbán niet vanuit de versplinterde oppositie. De hekken die hij bouwde om vluchtelingen aan de grenzen te weren, staan zijn idealen om het land te herenigen met Hongaren in de buurlanden in de weg, schreef Ivo van de Wijdeven twee jaar terug in Geschiedenis Magazine.

 

Trauma van Hongarije

Het Verdrag van Trianon (1920) is een van de vijf vredesverdragen die de overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog sloten met de verliezers. Trianon is het minder bekende broertje van het Verdrag van Versailles met Duitsland. De meeste Hongaren noemen het ook vandaag de dag nog het ‘dictaat’ dat Hongarije ten onrechte werd opgelegd. Door het Verdrag van Trianon verloor het land namelijk twee derde van zijn grondgebied en kwamen drie miljoen Hongaren in de buurlanden te wonen. De huidige premier Viktor Orbán wil hen graag herenigen met het moederland, toch bouwde hij hekken om de grenzen van Hongarije om vluchtelingen te weren.

‘Trianon’ is in de rest van Europa lang zo bekend niet als in Hongarije. Het begrip duikt vandaag de dag vooral op in de retoriek van de extreemrechtse partij Jobbik. Partijleider Vona Gábor studeerde psychologie en geschiedenis en speelt slim in op een van de grootste trauma’s uit de recente geschiedenis van Hongarije. Jobbik werd in 2003 opgericht en wist bij de laatste parlementsverkiezingen in 2014 zo’n eenentwintig procent van de stemmen binnen te halen met een ultranationalistisch en op z’n zachtst gezegd xenofoob verkiezingsprogramma.

 

Gesloten grenzen

De groei van Jobbik ging de afgelopen jaren vooral ten koste van de Fidesz-partij van zittend premier Viktor Orbán. Fidesz boekt sinds 1998 successen met een conservatief programma dat de nadruk legt op traditionele Hongaarse normen en waarden. Vooral na de economische crisis van 2008 is dat een welkome boodschap gebleken in Hongarije, waar het geloof in de Europese Unie een gevoelige knauw heeft gekregen. In reactie op de opkomst van Jobbik is Orbán een nog nationalistischer koers gaan varen. Zo verzet hij zich sinds het begin van de vluchtelingencrisis tegen de opvang van wat zijn regering steevast ‘illegale immigranten’ noemt.

Die opstelling kan rekenen op scherpe kritiek vanuit Brussel, maar zorgt ervoor dat Fidesz in het neogotische parlementsgebouw in Budapest de absolute meerderheid stevig in handen weet te houden. Sinds Orbán de grenzen heeft gesloten voor vluchtelingen, lijkt het tij in de opiniepeilingen gekeerd. Maar de premier zou Jobbik pas echt de wind uit de zeilen nemen door vooruitgang te boeken op het dossier ‘Trianon’.

 

Eerste Wereldoorlog

Hongarije was vóór 1918 onderdeel van het Oostenrijks-Hongaarse imperium in Centraal-Europa. Sinds 1867 stond het als koninkrijk binnen de Habsburgse dubbelmonarchie op gelijke voet met het keizerrijk Oostenrijk. Ruim een maand na de moord op aartshertog Frans Ferdinand door een Bosnische Serviër op 28 juni 1914 in Sarajevo begon Oostenrijk-Hongarije, met Duitse steun, aan een militaire invasie van Servië. Doordat de Russen en Fransen garant stonden voor de Servische territoriale integriteit en de Duitsers zich van twee kanten bedreigd voelden, brak de Eerste Wereldoorlog uit. Deze verliep desastreus voor Oostenrijk-Hongarije en aan het eind van de oorlog werd de keizer aan de kant gezet.

 

Niet ongestraft

Hoewel de Hongaren beweerden dat zij tegen hun wil door de Oostenrijkers waren meegesleurd in het krijgsgewoel, vonden de overwinnaars dat Hongarije als een van de twee rechtmatige erfgenamen van de dubbelmonarchie niet ongestraft mocht blijven. Tijdens de vredesconferentie in Parijs besloten Franse en Engelse diplomaten twee derde van het Hongaarse grondgebied toe te wijzen aan Tsjechoslowakije, Roemenië, Joegoslavië, Italië en zelfs aan Oostenrijk. Hongarije kromp van 282.000 naar 93.000 vierkante kilometer. Van de tien miljoen Hongaren kwamen er drie miljoen als minderheid net buiten de nieuwe grenzen terecht. Ook economisch kreeg Hongarije een zware klap. Het land verloor vijf van de tien grootste steden, een belangrijk deel van zijn omvangrijke spoorwegnet en cruciale industrie- en mijnbouwgebieden.

 

Geen schoonheidsprijs

De verontwaardiging was groot. De Hongaren vonden dat er met twee maten werd gemeten, omdat het in de Veertien Punten van de Amerikaanse president Woodrow Wilson vervatte zelfbeschikkingsrecht voor alle volken – een belangrijke basis voor de naoorlogse vredesverdragen – niet voor hen leek te gelden.

Internationaal zijn historici het erover eens dat het Verdrag van Trianon absoluut geen schoonheidsprijs verdient. Ze zijn echter tevens van mening dat het erg moeilijk zou zijn geweest een betere oplossing te vinden voor alle wensen die vlak na de Eerste Wereldoorlog leefden onder de verschillende volken in Centraal- en Oost-Europa. Het Hongaarse deel van de dubbelmonarchie telde achttien miljoen inwoners: naast tien miljoen Hongaren ook acht miljoen mensen met een andere nationaliteit. Hoe de grenzen ook zouden zijn getrokken, het had altijd zure gezichten opgeleverd.

 

reserve Miklós Horthy and Adolf Hitler 1938

Hitler op bezoek bij de Hongaarse leider Miklós Horthy in 1938.

 

Aansluiting bij Hitler

Tussen de wereldoorlogen stond het Hongaarse buitenlands beleid geheel in het teken van het terugwinnen van het verloren grondgebied. Dit was ook een belangrijke drijfveer voor dictator Miklós Horthy, die van 1920 tot 1944 als regent over het Koninkrijk Hongarije heerste, om aansluiting te zoeken bij Hitler en Mussolini. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wist Horthy grondgebied te heroveren, maar als bondgenoot van nazi-Duitsland behoorde Hongarije na de oorlog opnieuw tot de verliezers. Het moest het heroverde gebied weer inleveren en de grenzen van Trianon werden hersteld.

 

Groot-Hongarije

Na de Tweede Wereldoorlog kwam Hongarije als communistische volksrepubliek in de Sovjet-invloedssfeer terecht. De communistische partij beschouwde het Verdrag van Trianon als een non-issue. Het gaf immers geen pas om met broedervolken te bakkeleien om grondgebied. De gedachte aan Groot-Hongarije moest plaatsmaken voor het ideaal van de communistische heilstaat.

Maar na de val van het IJzeren Gordijn keerde het onderwerp al vrij snel terug op de politieke agenda. De eerste, centrumrechtse premier van postcommunistisch Hongarije, József Antall, verklaarde vlak na zijn aantreden in 1990 dat hij ‘in spirituele zin’ premier van alle vijftien miljoen Hongaren was – dus ook van de minderheden in de buurlanden. Hoewel deze door de jaren heen steeds kleiner zijn geworden, hebben ze in sommige landen nog steeds een aanzienlijke omvang. Bij volkstellingen in 2011 vormden Hongaren respectievelijk 8,5 en 6,5 procent van de bevolking van Slowakije en Roemenië.

 

Stemrecht

Jobbik heeft die 2,5 miljoen Hongaren in het buitenland geadopteerd. Regeringspartij Fidesz heeft daar goed naar gekeken en streeft nu ook naar ‘de eenmaking van de Hongaarse natie over alle grenzen heen’. In 2010 heeft het Hongaarse parlement met een overweldigende meerderheid 4 juni, de datum waarop in 1920 het Verdrag van Trianon werd ondertekend, uitgeroepen tot ‘Dag van Nationale Saamhorigheid’. Daarnaast hebben Hongaren in het buitenland bij een grondwetsherziening in 2011 actief en passief stemrecht in Hongaarse verkiezingen gekregen – een ontwikkeling die vooral in Slowakije argwanend werd gadegeslagen.

 

Stefanus de Heilige

In de Hongaarse politiek speelt geschiedenis een grote rol. Sinds 2013 is het verboden de zogenaamde Stefanskroon te beledigen. Deze is volgens de overlevering gedragen door Stefanus de Heilige (975-1038), die in het jaar 1000 tot eerste koning van Hongarije werd gekroond. Ten tijde van de dubbelmonarchie werden de gebieden die vanuit Budapest werden bestuurd, de Landen van de Heilige Hongaarse Stefanskroon genoemd. Daarna gebruikte Horthy de kroon als historische rechtvaardiging voor de Hongaarse aanspraken op het in 1920 verloren gebied. Net als tijdens het interbellum is de Stefanskroon tegenwoordig weer hét nationale symbool van Hongarije.

 

Herwaardering van een dictator

Wie eraan twijfelt dat Orbán een nationalistische boodschap wil uitdragen, kan gaan kijken in het Nationaal Museum in Budapest, dat is gewijd aan de geschiedenis van Hongarije. In zaal 17 wordt gesteld dat de grootmachten er met het Verdrag van Trianon voor zorgden dat Hongarije ‘weerloos was tegen de langzaam maar zeker groeiende invloed van nazi-Duitsland’. Zaal 19 is gewijd aan de ‘succesvolle herziening’ van het verdrag en de daaropvolgende verschrikkingen van de Duitse en de Sovjetbezetting.

Bovendien pleit het historische onderzoeksinstituut Veritas, dat de regering-Orbán in 2014 in het leven heeft geroepen, voor een herwaardering van het bewind van Horthy. Veritas doet er alles aan om de dictator in een positief daglicht te plaatsen, de misstanden tijdens zijn regime onder het tapijt te vegen en Hongarije te afficheren als een onschuldig slachtoffer van nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie. Tot woede van de Hongaarse oppositie.

 

Idealen onverenigbaar

Overal in Hongarije, op posters en T-shirts, kom je afbeeldingen van Groot-Hongarije tegen. De politicus die dit ideaal een stukje dichterbij weet te brengen, kan rekenen op ongekende populariteit. Daarom is het opmerkelijk dat Orbán er in 2015 voor koos de grenzen te sluiten uit angst voor vluchtelingen. Door het grondgebied van Hongarije zo duidelijk af te bakenen met metershoge hekken en prikkeldraad is ook de afstand tot de Hongaarse minderheden in de buurlanden groter geworden. Zo heeft de Slowaakse premier Robert Fico aangekondigd eveneens een hek te gaan bouwen langs de grens met Oostenrijk en Hongarije.

Orbáns idealen lijken daarom onverenigbaar met elkaar. Hij verzet zich uit naam van nationale soevereiniteit te vuur en te zwaard tegen de Europese Unie, maar die vormt met haar open grenzen en samenwerking juist een 21ste-eeuwse oplossing voor het probleem van de Hongaarse minderheden. Orbán lijkt te kiezen voor een zuiver Hongaars Hongarije en voor meer rechten voor Hongaren in de buurlanden. Dat is een echt 20ste-eeuwse oplossing, met naar alle waarschijnlijkheid een zeer geringe kans van slagen.

 

Afbeelding: De prikkeldraadbarrière bij de grens tussen Hongarije en Servië die vluchtelingen moet tegenhouden.

 


Ivo van de Wijdeven is historicus en politiek analist. Uitgeverij Spectrum publiceerde zijn boek De rafelranden van Europa over de complexe geschiedenis van de Europese grenzen. Onlangs verscheen ook zijn nieuwste werk De spoken van Visegrád, over de vier Centraal-Europese landen Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije in het interbellum en de conflicterende drijfveren van de Europese Unie.

 

Aanmelden nieuwsbrief