(On)gelovig in de Oudheid

Kuin4

 

Griekse godenbeelden zijn van spierwit marmer, en iedereen in de Oudheid geloofde in godheden als Zeus en Athena. Of toch niet? Inger Kuin heldert drie veelvoorkomende misverstanden over antieke religie op, als voorproefje van haar nieuwe boek Leven met de goden.

 

De man op een wolk

De christelijke God is een man met een baard op een wolk. Althans, dit is een beeld dat veel mensen in hun hoofd hebben dankzij kunstenaars als Michelangelo die God op deze wijze iconisch vormgaf met zijn Schepping van de Mens in de Sixtijnse Kapel in het Vaticaan. Ook in de Oudheid was de antropomorfe god de norm. Zo blijkt uit afbeeldingen van de goden in antieke literatuur en in kunst, maar ook uit overgeleverde beschrijvingen van dromen en van (vermeende) ontmoetingen met de goden, dat de Grieken en Romeinen zich hun goden over het algemeen voorstelden als personen met menselijke lichamen. Hun beeltenis speelde een belangrijke rol in de godenverering en vormde het middelpunt van de tempel. In Athene werd bijvoorbeeld ieder jaar tijdens het Panathenaeia festival een mantel (peplos), geweven door de voornaamste vrouwen van de stad, aangeboden aan het beeld van Athena Polias in de Erechtheion-tempel op de Acropolis.

 

1. Dat marmer was niet wit

Wij kennen vooral de marmeren beelden, maar de vroege godenbeelden waren van hout. Deze xoanon bootsten soms het antropomorfe lichaam van de god na, maar soms ook helemaal niet. Door de eeuwen heen werden de beelden steeds naturalistischer en werd hout als materiaal vervangen door marmer, brons, ivoor en zelfs goud. En ze werden beschilderd; hoogtepunt van deze ontwikkeling zijn de kleurrijke, levensechte godsbeelden van de beroemde beeldhouwer Pheidias uit de 5de eeuw v.Chr..

 

Kostbaarder is niet goddelijker

Op de meeste plaatsen bleven de oude, houten beelden in gebruik naast deze nieuwe vorm van sculptuur. En hoewel de beelden steeds mooier en duurder werden om de goden zo groot mogelijke eer te bewijzen, dachten mensen niet per se dat kostbare beelden goddelijker waren. Pausanias, reiziger en schrijver uit de 2de eeuw n.Chr., zegt zelfs dat het tegenovergestelde het geval was: de houten beelden werden als goddelijker beschouwd juist omdát ze zo oud waren. Zo werd in Athene tijdens het Panathenaeia festival de peplos niet aangeboden aan het extravagante Athena-beeld van Pheidias in het Parthenon, maar aan de oudere, houten Athena Polias.

 

Oogverblindend wit

Archeologen doen al decennia lang onderzoek naar dit kleurgebruik in antieke sculptuur, zowel in kleding als huidskleur. Zij baseren zich op spaarzame verfresten en antieke beschrijvingen van beelden. Ook dankzij het gebruik van uv-licht kan er steeds meer gereconstrueerd worden. Toch associëren de meesten van ons het oude Griekenland met de oogverblindend witte naakten en reliëfs in de musea. Op deze exemplaren is echter de verf weggesleten.

 

Achterhaald

Hoe stevig het idee verankerd is dat de antieke kunst wit is, merkte de Amerikaanse oud-historica Sarah Bond toen ze in het voorjaar van 2017 in diverse online-publicaties schreef over kleurgebruik in de Oudheid en er voor pleitte hier in tentoonstellingen, films en onderwijsprogramma’s meer aandacht aan te besteden. Het kwam haar op doodsbedreigingen te staan uit rechts-extremistische hoek, van mensen die koste wat het kost willen vasthouden aan het achterhaalde idee dat de klassieke voorouders wit waren; de witheid van de bewaard gebleven beelden heeft dit gevoed.

De werkelijkheid is dat het middellandse zeegebied in de Oudheid werd bevolkt door mensen met een scala een huidskleuren en vele verschillende etnische achtergronden. Ook los van deze discussie zijn de felgekleurde reconstructies zeker even wennen, omdat we zo lang alleen naar geïdealiseerde spierwitte (goden)lichamen hebben gekeken.

 

2. Er waren vanaf de 6de eeuw twijfelaars en ongelovigen

Het was in zekere zin onontkoombaar: het ritme van het dagelijks leven werd bepaald door een uitpuilende kalender van religieuze festivals en rituelen. Het landschap werd in belangrijke mate gevormd door heiligdommen en tempels en bepaalde priesterschappen konden gunstig zijn voor een politieke carrière. Beelden waren er alom, maar hoe wijdverspreid was het geloof in de Oudheid eigenlijk?

 

‘Als koeien, paarden of leeuwen handen hadden en met die handen konden tekenen en afbeeldingen konden maken, dan zouden paarden goden tekenen in de vorm van paarden, koeien in de vorm van koeien, en ze zouden de goden dezelfde lichamen geven als die van henzelf.’

 

Wat bedoelde Xenophanes van Colophon (6de eeuw v.Chr.) hiermee? Hoe verging het Socrates, een andere bekende religie-criticus? En wat is het derde misverstand dat Inger Kuin opheldert? Lees het in ons maart-nummer, nu in de winkel!

 

Afbeelding: Als een van de weinigen in de Griekse Oudheid kreeg Socrates een proces met ook een religieuze achtergrond en werd ter dood veroordeeld. Hij dronk de gifbeker omringd door leerlingen en vrienden. Jacques Louis David schilderde het tafereel waardig in 1787. Metropolitan Museum of Art, New York

 

Inger Kuin is onderzoeker en docent aan de Rijksuniversiteit Groningen bij Oude Geschiedenis. Eind 2017 kwam haar boek Leven met de goden: Religie in de Oudheid uit (AUP). 

*  Uw e-mailadres

*
  Voer de code in: