NSB-ruïne wordt rijksmonument

2

 

De 'Muur van Mussert', het omstreden, maar enige overgebleven bouwwerk van de NSB in Nederland, wordt toch verklaard tot rijksmonument. De Nationaal-Socialistische Beweging wilde bij de muur bij het Nationaal Tehuis te Lunteren, nu onderdeel van een camping, het Nederlandse volk verenigen. Maar het sloeg niet aan, zo schreef René van Heijningen eerder in Geschiedenis Magazine.

 

Cultus van het vaderland

Een monument voor de eeuwigheid moest het worden: de muur die NSB-leider Anton Mussert in 1938 op de Goudsberg bij Lunteren liet bouwen. Een podium waar de zegeningen van het nationaalsocialisme zouden worden gepredikt, opdat het Nederlandse volk, ‘in herboren Godsvertrouwen, hernieuwde liefde voor Volk en Vaderland en herwonnen arbeidseer’, weer een grote toekomst tegemoet zou kunnen gaan. Zodat het nageslacht zou zeggen: ‘In Alkmaar begon de victorie, in Lunteren begon de wederopstanding.’

 

Klein Neurenberg

Waar de Duitse nazi’s in de jaren '30 ieder jaar in september in Neurenberg hun opwachting maakten, trokken hun Nederlandse geestverwanten op Tweede Pinksterdag naar Lunteren. De beelden van uitzinnige mensenmassa’s in nazi-Duitsland zijn iedereen bekend, vooral dankzij Triumph des Willens, Leni Riefenstahls filmische verslag van de Neurenbergse Reichsparteitage van 1934. Ging het er op de Veluwe ook zo aan toe?

Een getrouwe kopie van ‘Neurenberg’ is ‘Lunteren’ qua architectuur in ieder geval niet geworden. Was het partijdagterrein in Neurenberg vooral een Willensausdruck, een toonbeeld van de macht en kracht van het nieuwe Duitsland, zijn kleine broertje in Lunteren moest iets anders uitstralen. Hier wilde de NSB haar grootste ideaal in praktijk brengen: de verdeelde natie verenigen in één Germaanse volksgemeenschap.

 

Bakermat van de ‘Noordmens’

Met de beslissing om hun partijdagen voortaan in Lunteren te organiseren gingen de Nederlandse nationaalsocialisten een nieuwe ideologische koers varen. Bloed-en-bodemtheorieën deden hun intrede in de partij. De beweging nam afscheid van de ‘asfaltoptochten’ in de grote steden en keerde terug naar het platteland, het hart van volk en bodem. De Veluwe werd tot bakermat van de Germaanse cultuur verklaard. ‘Wel moeilijk had Mussert een schooner en tegelijkertijd historischer stukje Nederland kunnen aanwijzen,’ zo oordeelde de partijkrant Volk en Vaderland. ‘Hier was het, dat onze vaderen het eerst toefden.’ Op de ‘oude, trouwe Veluwe’ zou de ziel van het volk nooit verdwenen zijn. Het volk, dat onder invloed van vreemde culturen, stelsels, ideologieën en partijen was losgeraakt van zijn eigen tradities, zou zich op de Veluwe hervinden.

 

'Onzen Germaanschen bodem'

In vergelijkbare termen werd ook de keuze voor het terrein in Lunteren verklaard. De Goudsberg was volgens een NSB-persbericht uit 1940 ‘het levend symbool van de verbondenheid aan onzen Germaanschen bodem’. De naam had niets te maken met gouden bergen, maar sloeg op ‘oude Germaansche Godsbergen’, waar volgens de ideologen van de NSB het voorgeslacht ter godsverering bijeengekomen was. Waar de culturen van het ‘Zuid-Oosten’ hun goden opsloten in tempels, daar had de ‘Noordmens’ zijn heilige plaatsen altijd in de openlucht gevonden. Een monument van zwerfstenen of een enkele boom, ‘symbool van organische groei, verbinding van hemel en aarde’, was genoeg.

 

SS-leider Himmler komt inspecteren

De Duitsers noemden zo’n gewijde plaats in de openlucht waar de oude Germanen bij elkaar waren gekomen om hun goden te eren, te vergaderen en recht te spreken een Thingstätte. Een Thing of Ding was een volks- of gerechtsvergadering naar oud Germaans recht en het begrip komt nog steeds voor in IJsland, Denemarken en Noorwegen, waar het parlement respectievelijk Althing, Folketing en Storting heet. Geen wonder dat Reichsführer-SS Heinrich Himmler, zelf een streng gelovige in bloed-en-bodemtheorieën, tijdens een tweedaags bezoek aan Nederland tijd vrijmaakte om de Goudsberg te bezoeken. Op dinsdag 19 mei 1942 bezichtigde hij samen met Mussert het NSB-terrein in Lunteren. Op foto’s is een geïnteresseerde Himmler te zien, die door een goedgeluimde Mussert wordt rondgeleid.

Heel verrast zal het nazi-kopstuk door het gebodene niet zijn geweest. Wat hij te zien kreeg, was een nationaalsocialistisch openluchttheater zoals er in Duitsland sinds de machtsovername van Hitler in 1933 tientallen waren verrezen.

 

himmler

Een duidelijk trotse Mussert leidt SS-leider Heinrich Himmler (licht uniform) rond achter de muur op de Goudsberg in mei 1942.

 

Thingspiel

Deze theaters, ook Thingstätten genoemd, boden plaats aan een specifieke vorm van nationaalsocialistisch toneel, het Thingspiel. Het was een vorm van volkstheater dat moest zorgen voor een unieke gemeenschappelijke beleving. Hiervoor zorgden een aantal factoren. Allereerst de locatie: Thingstätten werden gebouwd op mooie plekjes waar de natuur zorgde voor een ‘special effect’. Vaak vormde een bomenrij of een heuvelrug - zoals in Lunteren de Goudsberg - het decor waarvoor het podium werd gebouwd. Op deze manier werd een illusie van organische eenwording met de natuur geschapen die indruk moest maken op de toeschouwers.

 

Verbonden met het volk

Een tweede factor was de massaliteit. Het aantal toeschouwers - de theaters varieerden in grootte van drie- tot twintigduizend zitplaatsen - maar ook het aantal toneelspelers, dat in de honderden kon lopen, schiep een sfeer die onvergelijkbaar was met die van een klassieke theaterzaal. Bovendien werd het publiek aangemoedigd actief deel te nemen aan het drama. Het samen zingen en declameren moest de scheiding tussen publiek en spelers opheffen. Het volk werd acteur, de acteur een volksgenoot.

Ten slotte verkleinde ook de amfitheatervorm letterlijk de afstand tussen acteurs en volk. Het podium bestond uit drie terrasvormige lagen die onderling verbonden waren met trappetjes en waarvan het laagste terras aansloot bij het niveau van de toeschouwers. Ook ‘de muur van Mussert’ is volgens dit principe gebouwd.

 

Ritueel gedoe

Tot een echt Thingspiel is het in Lunteren nooit gekomen. Wel kregen de partijdagen van de NSB na de verhuizing naar de Veluwe een andere invulling dan voorheen. Het theatrale aspect nam in belang toe. Deze omslag had zich al aangekondigd in 1935 in Den Haag, op de laatste partijdag die werd gehouden in een stad. K.H. Tusenius, een hoge NSB-functionaris, had daar in Loosduinen een ‘circusvoorstelling’ waargenomen: ‘Het was binnen- en buitenlandse politiek, het was een beetje Germaanse naäperij van de buren, het was in één woord “show”.’ Een show die bovendien alle trekken had van een kerkelijke liturgie, waarbij zelfs de collecte in de pauze niet werd vergeten. Met religieus ceremonieel zoals het herdenken van de doden, klokgelui, ritueel gedoe met vlaggen, religieus geïnspireerde samenzang en toespraken die de messiaanse opdracht van de beweging benadrukten, werd getracht een sacrale sfeer te scheppen.

 

Het hele volk was uitgenodigd

Dat de NSB in 1936 beweerde met de bijeenkomsten in Lunteren iets eigens te hebben geschapen dat niet als een gewone (besloten) partijvergadering beschouwd mocht worden, was niet alleen maar propaganda. Het waren openbare bijeenkomsten waarvoor het hele Nederlandse volk werd uitgenodigd. Gaf dat volk aan de uitnodiging gehoor? Kwam de volksgemeenschap in Lunteren echt tot stand? De NSB beweerde van wel. In haar perspublicaties circuleerden bezoekersaantallen die opliepen tot maar liefst 70 000 personen, wat betekende dat ongeveer de helft van de bezoekers niet van NSB-huize kon zijn.

 

Getrouwe afspiegeling van het volk?

Maar de werkelijkheid was anders. In Lunteren werd de volksgemeenschap niet gerealiseerd. Zo vormden de aanwezigen op de Goudsberg geen getrouwe afspiegeling van het Nederlandse volk. Was op de partijdagen in de eerste helft van de jaren dertig de gegoede burgerij oververtegenwoordigd, in Lunteren liet steeds meer de gewone man zijn gezicht zien. Ook de bezoekersaantallen wezen niet op het ontstaan van een volksgemeenschap. Met een cijfer dat jaarlijks tussen de 15 000 en 20 000 mensen schommelde - ruim 10 000 minder dan het aantal bezoekers van de laatste landdag in Den Haag/Loosduinen - werd geen kwantitatieve doorbraak geforceerd. Het wachten was op de helpende hand van de oosterburen.

 

René van Heijningen is historicus en werkt als informatie- en collectiespecialist bij het niod Instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies. In 2015 publiceerde hij bij uitgeverij Boom De Muur van Mussert.

 

Lees hier de nieuwsaanleiding van NOS

 

Afbeelding: NSB-voorman Anton Mussert spreekt op ‘zijn muur’ tijdens de bijeenkomst van de NSB in Lunteren in juni 1940.

 

*  Uw e-mailadres

*
  Voer de code in: