3 mei: Napoleon laat opstandelingen in Madrid executeren

 

El Tres de Mayo by Francisco de Goya from Prado thin black margin

 

Francisco Goya (1746-1828) begon op zijn dertiende aan een schildersopleiding en maakte snel carrière. Hij startte met kerkinterieurs, ging over op ontwerpen voor decoratieve wandtapijten voor de koninklijke tapijtweverijen en werd heel bedreven in portretten van adellijke lieden. Geld en nieuwe opdrachten stroomden binnen en hij mocht zich na de troonsbestijging van Karel IV hofschilder noemen, al was hij soms  satirisch vilein in zijn aanpak van de koninklijke kliek. Bij zijn portret van de snoevende familie van de oliedomme Karel IV tekent een schrijver-tijdgenoot aan: “de bakker op de hoek en zijn vrouw nadat ze loterij gewonnen hebben”. Eén van Goya's indrukwekkendste doeken is hier afgebeeld. Het hangt in het Prado in Madrid en toont de executie op 3 mei 1808 van opstandelingen tegen de Franse bezetting van Spanje die eind 1807 was begonnen. 

 

 Ad Roelofs

 

Het Continentaal Stelsel

Waarschijnlijk had Napoleon meerdere redenen om zich eind 1807 militair over Spanje te “ontfermen”. Een ondergeschikte buurstaat kan nuttig zijn. Ook was het niet te versmaden om weer eens een van zijn broers aan een troon te helpen, zoals hij dat ook elders in Europa had gedaan, zoals in Nederland met zijn broer Lodewijk Bonaparte. Bovendien kon Portugal vanuit Spanje onder druk worden gezet of misschien zelfs worden aangevallen. Engeland en Frankrijk lagen immers met elkaar overhoop en Portugal was op de hand van Engeland. Napoleon wilde voorkomen dat vanuit Portugal goederen naar Engeland werden uitgevoerd. Hij had immers in 1806 het Continentaal Stelsel afgekondigd, de economische blokkade die handel tussen het Europese vasteland en Engeland onmogelijk moest maken. Misschien dacht hij ook dat Spanje door zijn Zuid-Amerikaanse koloniën rijkelijk bevoorraad werd met edelmetalen en dat spul kon hij goed gebruiken. 

 

Koning Jozef was een indringer

Eerst liep alles van een leien dakje: de zwakke Spaanse koning Karel IV deed op Napoleons eis afstand deed van de troon; Karels zoon volgde dat voorbeeld. Napoleons broer Jozef kon vervolgens plaats nemen op die zetel. Het leek alsof de Fransen in alle opzichten vrij entree kregen, maar dit duurde niet lang. De Spanjaarden beschouwden koning Jozef als een intruso rey (indringerkoning) en de Madrilenen waren er op zijn zachtst gezegd niet blij mee dat Franse troepen in paradepas door Madrid marcheerden. De meeste Spanjaarden hadden weinig op met de idealen van de Franse revolutie die Napoleon uitdroeg; integendeel, ze waren beducht voor het atheïstische aspect ervan.

 

Op 2 mei was de beer los

Geestelijken wakkerden die angstgevoelens aan en creëerden daarmee een opstandige stemming onder de bevolking. Op 2 mei 1808 was de beer los. Er werd hevig gevochten in de straten en op de pleinen van de stad, maar op 3 mei was het al voorbij. De bezetter kreeg de overhand en er volgden standrechtelijke executies. De rebellie in Madrid bleek de ouverture voor een reeks opstanden die door heel Spanje golfden en het begin waren van een jarenlange onafhankelijkheidsoorlog die tot mei 1813 duurde, toen Napoleon ten val kwam. 

 

Gepeperde rekening voor Hollandse hulp

In de oorlog in Spanje speelden ook buitenlandse soldaten een rol. Zo werd het Franse leger bijgestaan door een Hollandse Brigade onder leiding van generaal Chassé. Napoleon eiste op 17 augustus 1809 van broer Lodewijk dat hij binnen tien dagen een brigade van drieduizend man leverde, wat gebeurde - een huzarenstukje om van allerlei plaatsen zo snel zoveel man bij elkaar te sprokkelen. J.A. de Moor en H.Ph. Vogel beschrijven in hun Duizend miljoen maal vervloekt land (1991) dat Chassé met zijn brigade op 2 september vertrok en te voet door Frankrijk naar Spanje reisde. Half oktober kwamen ze daar aan. Het ontbrak veelal aan de toegezegde uitrusting en verzorging maar Napoleons regering presenteerde achteraf wel een gepeperde rekening.

 

Willem II zingt Ierse liedjes

Het Spaans-Portugese leger aan de andere kant had overigens ook een Nederlander aan boord: het werd geholpen door een Engels leger met Wellington aan het hoofd; aan zijn zijde als adjudant de latere Nederlandse koning Willem II. Willem studeerde in Engeland, maar met het oog op zijn toekomst diende hij als militair ervaring op te doen in een oorlog. Als 18-jarige meldde hij zich in 1811 aan voor het Engelse leger, wat hem graag accepteerde want het gerucht ging dat hij zich zou verloven met de Engelse prinses Charlotte. Dit vooruitzicht én zijn adelijke status leverden hem een positie op als contactpersoon met de hoge Spaanse adel. Kennelijk naar wens want Wellington was bijzonder tevreden over hem, en ook in Britse kranten oogstte Willem bewondering.

Hij toonde zich dan ook een (over)moedig soldaat. Niet zelden ging hij voorop in het dodelijkste vuur en moedigde hij zijn manschappen aan. Maar ook verhinderde hij eens met getrokken sabel dat zij gingen plunderen. Hij zong zichzelf en zijn manschappen luidkeels moed in met Ierse liedjes. 

 

Woord guerrilla stamt uit deze oorlog

En moed had een militair wel nodig. Het was een afgrijselijke oorlog in een schraal, onherbergzaam land. Het gruwelijkst voor de Fransen, inclusief de Hollandse Brigade, waren de talrijke meedogenloze Spaanse guerrillastrijders. Van de brigade-infanteristen keerden slechts enkele tientallen thuis uit Spanje, dat ritmeester Van Zuylen van Nijevelt het “duizend miljoen maal vervloekt land” noemde. Niemand kon zich ook maar één moment waar dan ook veilig wanen. Het woord guerrilla stamt niet voor niets uit deze oorlog, de verslagen van moord- en martelpraktijken spreken boekdelen. 

 

Opdracht aan Napoleon doorgekrast

Dit is ook wat we zien de nachtmerrieachtige gravures over de wreedheden van de oorlog (Desastres de la Guerra) die Goya later maakte, en in zijn doeken over 2 en 3 mei 1808. Wat we echter niet zien, is dat Goya de liberale idealen van de Franse revolutie steunde en het betreurde dat daar na 1813 niets van over was in zijn land. 

 

Napoleon was voor veel Europese intellectuelen aanvankelijk een held omdat hij een moderne frisse wind liet waaien. Maar wie zichzelf tot keizer kroont, met legers de grens oversteekt en daar aan het moorden slaat, wekt in dat andere land onvermijdelijk patriottische - in dit geval antiFranse - gevoelens. Dit gebeurde bij Beethoven, die woedend de opdracht aan Napoleon doorkraste in zijn Eroïca nadat burger Napoleon in 1804 keizer was geworden, en het gebeurde vermoedelijk ook met Goya. 

 

Ademt het hier afgebeelde schilderij misschien iets van de afgestrafte bewonderaar? Zeker is dat Goya na de oorlog emigreerde naar Frankrijk en alleen voor zijn pensioenuitbetaling naar het inmiddels weer solide autocratische Spanje kwam. 

 

Aanmelden nieuwsbrief