Daniel Ellsberg en de Pentagon Papers

Pentagon Papers

 

Twee medewerkers van het ministerie van Defensie onthullen in de jaren '70 dat de Amerikaanse regering gelogen heeft over de Vietnamoorlog. In Nederlandse bioscopen draait er nu een film gemaakt door Spielberg over deze 'Pentagon Papers'. De film, The Post, volgt het brein achter de onthullingen: Daniel Ellsberg. Bert Schaafsma schreef eerder een artikel over deze klokkenluider. 

 

Overwinning slechts een kwestie van tijd? 

Het is 1967, de Vietnamoorlog woedt volop. Minister van Defensie Robert McNamara staat op het vliegveld na een bezoek aan het oorlogsgebied de pers te woord. Hij zegt dat er sinds de komst van 20 000 man extra militairen behoorlijk vooruitgang is geboekt en dat de overwinning slechts een kwestie van tijd is. Achter hem staat Defensiemedewerker Daniel Ellsberg. In een documentaire die later over hem is gemaakt, horen we wat Ellsberg toen dacht: ‘Ik hoop nooit in een positie te komen waarin ik zo moet liegen.’ Kort tevoren in het vliegtuig had de minister namelijk geconstateerd dat alle tot dan toe genomen militaire maatregelen geen resultaat hadden en dat de overwinning verder weg was dan ooit. Ellsberg was bij dat gesprek.

 

Geheim onderzoek

McNamara laat vervolgens in het geheim een groep historici en militairen onderzoeken hoe het kan dat de Amerikaanse inspanningen al 20 jaar niets uithalen. Ellsberg is een van hen. Uit het rapport blijkt later dat de regering gelogen heeft om de publieke opinie gunstig te stemmen en dat al jaren bekend is dat de oorlog een verloren zaak is. Hij is degene die de documenten uit gewetensnood als de ‘Pentagon Papers’ aan de grote klok hangt.

 

Vietcong bestrijden

Daniel Ellsberg (1931) geldt na zijn studie aan Harvard als briljant en veelbelovend. Zijn specialisme is ‘decision-making under uncertainty’. Hij komt in dienst van de denktank Rand Corporation, die hem in 1964 op het ministerie van Defensie het Pentagon detacheert als naaste medewerker van de minister. Het is midden in de Koude Oorlog, en de strijd in Vietnam wordt steeds verder opgevoerd. Hij adviseert over de te volgen strategie om het communisme een halt toe te roepen en de Vietcong in Zuid-Vietnam te bestrijden.

 

Radicale verandering van visie 

In 1965 vertrekt hij vrijwillig als militair naar Vietnam, om met eigen ogen de gevolgen van de Amerikaanse politiek te zien.De werkelijkheid is anders dan hij zich in Washington had voorgesteld.Op zijn expedities door rijstvelden en jungle signaleert hij in plaats van vooruitgang een alsmaar escalerend conflict met toenemend geweld ten koste van vele onschuldige slachtoffers. Hij komt gedesillusioneerd terug. Hij begint te twijfelen aan de Amerikaanse missie. De Pentagon Papers doen Ellsberg uiteindelijk radicaal van visie veranderen. Als voormalig lid van de studiegroep en als medewerker van RAND is hij een van de zeer weinigen die het rapport en de onderliggende documenten mochten inzien.

 

Hij werkt nog steeds voor Defensie, maar zijn geweten laat hem niet met rust. Gestimuleerd door Patricia Marx, de vrouw met wie hij in 1970 trouwt, woont hij demonstraties bij tegen de oorlog. Zo komt hij in contact met dienstweigeraars: jonge mensen die liever vijf jaar de gevangenis ingaan dan zich melden en worden uitgezonden naar Vietnam. Bij een toespraak van een van hen raakt hij zeer geëmotioneerd. Achteraf ziet hij dit moment als beslissend, ‘alsof een bijl mijn hoofd spleet.’ Niet zozeer om wat de man zei, maar om het voorbeeld dat hij gaf: vijf jaar van zijn leven, ‘because he thought it was the right thing to do.’

 

Medeplichtigheid

Ellsberg beseft dat ook hij iets kan doen. Hij besluit zich voortaan in te zetten voor terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Vietnam. Hij zet zijn loopbaan op het spel en riskeert een levenslange gevangenisstraf als hij besluit tot openbaarmaking van de Pentagon Papers. De regering weet, en hij weet, dat de oorlog niet is te winnen en dat er alleen maar meer slachtoffers zullen vallen. Daarover zwijgen, beschouwt hij nu als medeplichtigheid: ’Niet alleen de top heeft zaken verborgen gehouden voor het volk, maar ook ik heb dat gedaan.’

 

De persen draaien 

Nachtenlang is hij bezig met het kopiëren van de duizenden pagina’s aan documenten. Zijn vriend en RAND-collega Tony Russo en zelfs zijn eigen nog jonge kinderen helpen hem daarbij. Hij spreekt erover met William Fullbright en andere senatoren die kritisch staan ten opzichte van de oorlog,  maar die durven niet mee te werken aan de openbaarmaking van staatsgeheimen. Ook de pers twijfelt, want een publicatieverbod zou het gevolg kunnen zijn. De New York Times hakt uiteindelijk de knoop door. Terwijl Ellsberg in de bioscoop zit om afleiding te zoeken, draaien de persen van de krant. Uit voorzorg staan rond de drukkerij overal bewakers met wapens. Het eerste artikel verschijnt de volgende dag, 13 juni 1971.

 

 

 

 

‘De verdomde New York Times

President Nixon en zijn twee nationale veiligheidsadviseurs Henry Kissinger en Alexander Haig zijn furieus. De tapes met hun gesprekken liegen er niet om: Haig: ‘Die verdomde New York Times brengt een uiterst geheim regeringsdocument(…), dit is een zeer ernstig veiligheidsrisico.’ Nixon, nog niet wetend wie hij moet beschuldigen: ‘we moeten die verdomde klootzakken vervolgen die het aan de Times hebben gegeven.’

Intussen komen de onthullingen. Het Tonkin-incident bijvoorbeeld blijkt geen Noord-Vietnamese aanval te zijn geweest, maar een provocatie door de Amerikanen om de inzet van grondtroepen te rechtvaardigen. De Zuidvietnamese president Diem is met medeweten van de Amerikanen vermoord, toen zijn bewind niet populair bleek. Onder het kopje What they said in public and in private wordt duidelijk dat McNamara op de vraag waarom Amerika in Vietnam vecht, het volgende ontluisterende antwoord heeft gegeven: ‘10% om de Zuidvietnamezen te helpen. 20% om de Chinezen te stoppen. 70% om ons gezicht te redden.’

 

Publicatieverbod

Dit willen de mensen weten. Het zal je kind maar wezen, dat om die reden naar Vietnam moet. De media staan te dringen. Nixon krijgt het gedaan dat de Times moet stoppen met publiceren, maar Ellsberg heeft de Pentagon Papers nog naar andere kranten gelekt. De Washington Post treft vervolgens ook een publicatieverbod, maar er zijn maar liefst vijftien andere kranten die het estafettestokje willen overnemen. In hoeverre het bekend worden van de Pentagon Papers heeft bijgedragen aan het eind van de oorlog, is niet te meten. Wel is zeker dat de publicatie grote invloed heeft gehad op de publieke opinie.

 

Loodgieters

Inmiddels wordt bekend dat Daniel Ellsberg het brein is achter de onthullingen. Hij duikt onder. De advocaat die Nixon in de arm neem, betwijfelt of Ellsberg kan worden veroordeeld vanwege de vrijheid van meningsuiting. De publicatie van de Pentagon Papers is al niet meer tegen te houden. Dan gooit Nixon het over een andere boeg. Ellsberg móet worden gepakt, oftewel, in het van hem bekende onparlementaire taalgebruik: ‘Let’s get the son-of-a-bitch into jail. …Geen zorgen over de rechtszaak, alles moet over hem in de openbaarheid komen, een berechting in de pers. We zullen hem vernietigen door de media.’  Voor Henry Kissinger is Ellsberg ‘the most dangerous man in America’ - wat de titel wordt van een veelgeprezen documentaire over Ellsberg uit 2010 van Judith Ehrlich en Rick Goldsmith.


Hunt op Ellsberg

Het Witte Huis benadert CIA-man Howard Hunt, die in 1961 de mislukte invasie in de Varkensbaai in Cuba voorbereidde. Samen met andere bekenden van de president moet hij alles over Ellsberg uitzoeken. Bij wijze van grap worden ze de White House Plumbers genoemd. Ze breken als ‘loodgieters’ in in het kantoor van de psychiater van Ellsberg om belastend materiaal te vinden teneinde Ellsbergs goede naam en geloofwaardigheid te beschadigen. Tijdens het proces, waar Ellsberg 115 jaar tegen zich hoort eisen, komen Nixons illegale praktijken echter aan het licht en wordt Ellsberg vrijgesproken. Even later, in 1972, zet Nixon overigens zijn Loodgieters weer in, nu voor een inbraak in het hoofdkantoor van de Democraten het Watergate Hotel in Washington. De Watergate-affaire kost hem uiteindelijk zijn presidentschap: zo bijt de slang in zijn eigen staart.

 

Collateral murder

Politiek en geweten staan soms op gespannen voet met elkaar. De geschiedenis kent daarvan vele voorbeelden, uit dictaturen en democratieën: Maarthen Luther, Giordano Bruno en Galileo, Poncke Princen, Daniel Ellsberg, Julian Assange. Ook Bradley Manning (1987) hoort op dit lijstje. Deze jonge militair heeft geheime gegevens vanuit Irak gelekt naar Wikileaks. Hij veroorzaakte veel ophef door de video ‘Collateral Murder’, waarop te zien is dat onschuldige Irakese burgers vanuit een helikopter in koelen bloede worden neergeschoten door Amerikaanse militairen. Net als Ellsberg loopt hij wekenlang rond met de vraag of hij gegevens moet publiceren en net als bij hem wint zijn geweten het van het staatsbelang en van de eventuele persoonlijke gevolgen. 

 

23 uur per dag in een isoleercel 

De reactie van de andere kant, de machthebbers, liegt er ook  niet om. Zo heeft Bradley Manning sinds juli 2010 een jaar onder speciaal regime in de gevangenis gezeten waar hij in afwachting van zijn proces 23 uur per dag in een isoleercel van twee bij vier meter verbleef. Hij mocht een uur per etmaal rondjes lopen in een lege kamer, geboeid, moest ongekleed slapen en zich elke ochtend om 5 uur naakt presenteren voor de ochtendinspectie. Enzovoorts. Zijn behandeling is inmiddels na (internationaal) protest wel enigszins verbeterd. Een van de mensen die het voor hem opnemen was de destijds 80-jarige Ellsberg.


In 2013 werd Bradley Manning - inmiddels Chelsea Manning - veroordeeld tot 35 jaar celstraf, wegens spionage en diefstal. Begin 2017 besloot Obama tot een vervroegde vrijlating van Manning. Op 17 mei 2017 werd ze in vrijheid gesteld. 

 

KADER


Pentagon Papers

In 1969 komt een geheim rapport gereed over de Amerikaans-Vietnamese relatie tussen 1945 en 1967. Het 47-delige encyclopedische werk bestaat uit zo’n 3000 pagina’s historische analyse en 4000 pagina’s regeringsdocumenten. Oud-minister van Defensie Robert McNamara (in 1969 al vertrokken)  gaf er de opdracht toe in 1967, en houdt het project geheim voor de andere leden van de regering.

De betrokken auteurs zijn militaire officieren in dienst, academici en burgers van het ministerie. Er worden vijftien kopieën gemaakt; twee daarvan komen terecht bij de Rand Corporation. Deze denktank is de werkgever van Daniel Ellsberg, die zelf ook enige maanden heeft meegewerkt aan het rapport. Hij laat de geheime documenten en analyses uitlekken naar de kranten. In juli 1971 begint de New York Times met het publiceren van en over de Pentagon papers. 

Aanmelden nieuwsbrief