Opvang oorlogsvluchtelingen in Portugal

SLOET

 

Veel mensen die in de Tweede Wereldoorlog voor de nazi’s vluchtten, strandden in het neutrale Spanje en Portugal. Eind van de zomer werd in het Portugese Vilar Formoso, waar de meeste vluchtelingen de grens met Spanje overstaken, een permanente expositie geopend over deze vluchtelingenstroom. Een afdeling is gewijd aan Nederlandse vluchtelingen en hoe de ook gestrande baron Sloet tot Everlo zich voor hen inzette. Loe Schoonbrood en Menno Postma vertellen dit tot nu toe onbekende verhaal.

 

Enige vrijhaven op het West-Europese vasteland 

Het is 25 juni 1940 als op het kleine station van Estoril aan de kust bij Lissabon de trein tot stilstand komt waaruit Reinout J.A.D. baron Sloet tot Everlo (45) en zijn kersverse echtgenote Dora (40) stappen. Zij is de dochter van Cornelis de Jong, directeur van de Douwe Egbertsfabrieken, hij een gewezen seminarist zonder beroep en zoon van een arts uit Hilversum. Op 10 mei waren ze op huwelijksreis in Rome verrast door de Duitse inval in Nederland. Naar huis terugkeren kon niet meer. De voortdurende gevechten op Franse bodem en de honderdduizenden vluchtelingen die de wegen versperden, maakten dat onmogelijk. Na omzwervingen door Italië en het door de Duitse Wehrmacht al bijna overrompelde zuiden van Frankrijk restte alleen het neutrale Portugal. Weliswaar zuchtte het onder de dictatuur van de katholieke António Oliveira Salazar, maar het bezat met Lissabon nog de enige vrijhaven op het West-Europese vasteland. En van antisemitisme was hier weinig te merken.

 

Geen honorair-attaché 
Vanuit hun voorlopige verblijfplaats in Estoril biedt Sloet zijn diensten aan aan de Nederlandse legatie in Lissabon (waar nu ook geëvacueerde diplomaten van de posten Parijs, Brussel en Rome - soms tijdelijk - onderdak hebben gevonden). In november wordt hij assistent van Van Harinxma thoe Slooten, die namens de Nederlandse regering in Londen verantwoordelijk is voor de vluchtelingen in Lissabon. Begin 1941 wordt Sloet onbezoldigd secretaris-penningmeester van een steuncomité waarin leden van de legatie en vrouwelijke vrijwilligers zitting hebben, het Comité de Auxilio às Vitimas de Guerra Hollandesas em Portugal. Dit kwam voort uit een provisorisch opvangcomité dat de Nederlandse legatie in de eerste verwarrende dagen na 10 mei oprichtte om Nederlandse vluchtelingen te helpen.
Zijn taak bij Van Harinxma legt hij enige tijd later neer. Sloet wordt niet benoemd tot honorair-attaché, een post die zijn voorganger in het comité nog wél bekleedde. De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken in Londense ballingschap, E.N. van Kleffens, vreesde namelijk dat de post Lissabon daarmee in Duitse ogen te groot zou worden en dat Portugal, onder Duitse druk, maatregelen tegen de legatie zou nemen. Iets dat Van Kleffens te allen tijde wil voorkomen. Voor hem staat continuïteit van deze post onder alle omstandigheden voorop. Strategisch is Portugal immers enorm belangrijk geworden, want als neutraal land heeft het nog steeds open verbindingen over zee naar de Verenigde Staten, Azië, Zuid-Afrika en (tot maart 1942) naar Nederlands-Indië. Daarnaast is er een luchtverbinding naar Engeland en de Verenigde Staten.

 

Overvolle wachtkamer
Er zijn in Lissabon verschillende (internationale) vluchtelingenorganisaties actief, die ook wel onderling contact hebben, want het wemelt er sinds 1938 van mensen die aan de nazi’s proberen te ontkomen. De toestroom van Joodse vluchtelingen naar Portugal is begonnen met de Anschluss van Oostenrijk in maart van dat jaar. Volgens officiële Portugese cijfers komen er in 1940 43.450 vluchtelingen het land binnen en vertrekken er 36.579. Het totale aantal voor 1938-1945 ligt rond de 100.000. Lissabon is in de zomer van 1940 als een reusachtige wachtkamer overvol met angstige mensen. In de haven: eindeloze kades met vluchtelingen tussen opgestapelde koffers en kisten. In de oude binnenstad: lange rijen wachtenden bij de consulaten van de Verenigde Staten, Panama, Cuba, Honduras en andere landen in Midden- en Zuid-Amerika. Allemaal willen ze maar één ding: papieren om zo snel mogelijk weg te komen. De geruchtenmachine over een Duitse inval via Spanje draait op volle toeren. Hotels, pensions, particuliere huizen, alles wat maar een onderkomen biedt, wordt als een geschenk uit de hemel beschouwd en in dank aanvaard. Het leven in Lissabon en langs de kust staat volledig op zijn kop. 

 

Sloet koopt ook de badpakken

De eerste golf Nederlandse vluchtelingen bestaat voornamelijk uit Joodse industriëlen en diamanthandelaren (die een Nederlands paspoort hebben maar vaak wonen en werken in Antwerpen). Na hen volgden honderden doorgaans minder gefortuneerden die door hun (politieke) achtergrond eveneens niets goeds van de nazi’s te verwachten hadden. Nu Sloet ook deel uitmaakt van het Steuncomité, heeft hij tijdelijk twee petten op: hij kan de vluchtelingen helpen via zijn werk voor Van Harinxma, die belast is met het evacueren van vluchtelingen vanuit Frankrijk en Spanje naar Portugal en het organiseren van hun doorreis, en via het Steuncomité door hun opvang en verblijf in Portugal te regelen.

 

De acties van Sloet blijven niet beperkt tot het opvangen en helpen van vluchtelingen: in 1943 probeert hij voedseltransporten naar bezet Nederland op te starten, maar hij wordt gedwarsboomd. Hoe? Lees het in ons decembernummer, nu nog in de winkel! 


Aanmelden nieuwsbrief