Mussert en Schermerhorn

Kok 1A

 

 

De redactie ontving onderstaande correcties en aanvullingen op het artikel van Frans Kok, ‘Doodvonnis Anton Mussert … werd ondertekend door zijn oude studievriend’ in Geschiedenis Magazine 8,  november/december 2017. Ze zijn gestuurd door Herman Langeveld, auteur van De man die in de put sprong. Willem Schermerhorn 1894-1977 (Boom 2014). In rood per onderwerp de reactie van Frans Kok. De redactie heeft beide brieven ingekort.

 

Over de studententijd

*Langeveld: Schermerhorn en Mussert volgden als student aan de Technische Hogeschool Delft  geen facultatieve colleges Staatsrecht bij de uiterst conservatieve hoogleraar Valckenier Kips, want deze colleges maakten deel uit van het verplichte curriculum. Schermerhorn was geen voorzitter van (de Delftse afdeling van) de Christelijke Studentenbond, maar van de Vrijzinnig-Christelijke Studentenbond.

 

Kok: De Vrijzinnig-Christelijke Studentenbond (VCSB) is de officiële naam, maar in de wandelgangen wordt die vaak de Christelijke Bond genoemd. Om hem te onderscheiden van het Delfts Studenten Corps (DSC) en de katholieke vereniging Sanctus Virgilius (Virgiel). De Gereformeerden hadden in 1915 nog geen eigen studentenvereniging.

 

Waar komt het ‘pafferig ventje’ vandaan?

*Langeveld: Het citaat over Mussert als pafferig ventje komt niet uit een brief maar uit een dagboekaantekening van Schermerhorn, waarin hij Mussert naast A.H.Colijn zette, zoon van de minister-president en manager bij de Koninklijke/Shell op Nieuw-Guinea. Het volledige citaat luidt: ‘Bij zóó iemand vergeleken is Mussert niet meer dan een opgeblazen, pafferig ventje.’

 

Kok: Het citaat komt inderdaad uit het dagboek van Schermerhorn. Deze kleine verschrijving tast echter de betekenis van het citaat niet aan.

 

 

Betrokkenheid bij de EDD

*Langeveld schrijft over de jaren dertig, waarin Mussert als leider van de NSB en Schermerhorn als voorzitter van de belangrijkste anti-NSB-organisatie Eenheid door Democratie (EDD) tegenover elkaar kwamen te staan: Er is geen enkele aanwijzing dat Schermerhorn betrokken was bij de oprichting van EDD; zijn activiteit in deze organisatie begon met zijn voorzitterschap in 1938. En dus is het ook onjuist om van Schermerhorn te zeggen, zoals in het artikel staat, dat hij ‘de partij [de NSB] in 1935 de voet dwars had gezet.’

 

Kok: Zoals bekend was het Schermerhorn die op 27 juni 1935 de EDD oprichtte, samen met Pieter Geyl. Dat Schermerhorn pas actief werd in de EDD toen hij in 1938 voorzitter werd, is dus apert onjuist. Het is voor een belangrijk deel aan Schermerhorn te danken (die al vanaf begin 1934 in allerlei artikelen fulmineerde tegen de NSB) dat de aanhang van de NSB na de verkiezingen van 1935 begon te dalen. Bij de kamerverkiezingen van 1937 was de NSB bijna gehalveerd en haar politiek rol uitgespeeld. Het is volkomen correct om te stellen dat de NSB een wrok koesterde tegen Schermerhorn omdat hij die partij in 1935 de voet dwars had gezet.

 

In hoeverre was Schermerhorn betrokken bij het doodvonnis?

*Langeveld:  Doodvonnissen werden niet uitgesproken of ondertekend door de minister-president (in dit geval Schermerhorn), zoals in de kop en introductie van het artikel staat, maar door het Bijzonder Gerechtshof, in hoger beroep door de Bijzondere Raad van Cassatie: de politiek kwam hier niet aan te pas. Alleen bij de vraag of er gratie verleend diende te worden, was er een rol weggelegde voor de politiek in de persoon van de minister van Justitie. Nadat Mussert door Gerechtshof en Raad van Cassatie ter dood was veroordeeld, diende zijn zwager voor hem een gratieverzoek in. Begin februari 1946 besprak het kabinet een nota van de minister van Justitie, waarin deze voorstelde een zodanig gebruik van het gratierecht te maken, dat het aantal executies tot enkele tientallen beperkt zou blijven. Onder de categorieën wier gratieverzoek afgewezen diende te worden, noemde de minister ‘de voornaamste leiders van de NSB’. De ministerraad, en dus ook Schermerhorn, betuigde zijn instemming met de nota. Alleen op deze indirecte wijze, door akkoord te gaan met het advies van de minister van Justitie aan het staatshoofd om de voornaamste leiders van de NSB geen gratie te verlenen, was Schermerhorn betrokken bij de executie van zijn oude studiemakker.

 

Kok: De procedure is dat de minister van Justitie, Kolfschoten in dit geval, de kwestie van gratiëring voorlegt aan de ministerraad. Dat was op 11 februari 1946. Onder leiding van Schermerhorn vond daarover een uitgebreide discussie plaats (het was vanzelfsprekend geen hamerstuk). Het kabinet besloot tot afwijzing. De notulen en de besluitenlijst van de ministerraad vallen onder de directe verantwoordelijkheid van minister-president, oftewel Schermerhorn. Hij keurde ze goed en voorzag ze van zijn handtekening. Op deze wijze was Schermerhorn betrokken bij de executie van Anton Mussert. Ik heb niets anders beweerd. 

 

Afbeelding: Arrestatie Mussert op 7 mei 1945

*  Uw e-mailadres

*
  Voer de code in: