Maarten Luther: een rebel?

DezeMaand2

 

Maarten Luther schreef: ‘Laat ieder die daartoe in staat is hem doodslaan, afmaken of doorsteken. Er is niets giftiger of duivelser dan een rebel.’ Toch staat de hervormer zelf te boek als rebel. Was het niet Luther die het kerkelijk gezag aanklaagde in 95 stellingen die hij opstandig vastspijkerde op de deuren van de slotkerk in Wittenberg? En was het ook niet Luther die een pauselijke bul verbrandde, koppig tegen de keizer standhield op de Rijksdag in Worms en trouwde met een gevluchte non?

 

Jaar van de Reformatie 

Het jaar 2017 staat in het teken van 500 jaar Reformatie. Zo werd er een familiefilm gemaakt over de reformatie in de Lage Landen (STORM), zijn er talloze themareizen naar het ‘land van Luther’, zijn er vele boeken over de man, de tijd en zijn invloed verschenen, is er een ‘Groot Reformatiekoor’ in het leven geroepen en viert Museum Catharijneconvent de hervormer met een grote tentoonstelling.

 

Straffeloos commentaar geven 

Startpunt van de Reformatie is de aanslag van de 95 stellingen op 31 oktober 1517. Of die ze echt zijn aangeslagen, is overigens onderwerp van onderzoek geweest (zie kader). Dit demonstratief verkondigen van die stellingen heet een rebelse daad, die het begin van de vorming van een nieuwe kerk betekende. Maar hoe rebels was het eigenlijk? De aflaathandel - waar de stellingen kritiek op leverden - was destijds nog niet officieel kerkelijk ‘gedefinieerd’, wat betekende dat academici er nog straffeloos commentaar op mochten leveren. De slotkerk in Wittenberg deed in Luthers tijd dienst als een soort aula van de universiteit. Op de deur werd wel vaker een verzameling stellingen gespijkerd. Over zo’n disputatie (letterlijk: redetwist) wilde een geleerde dan met andere academici van gedachten wisselen. Tijdgenoten keken dus waarschijnlijk echt niet op van deze theoloog uit Wittenberg die een perkament met wat stellingen aan de kerkdeur vastmaakte.

 

Rebelse ondertoon

Toch was Luther méér van plan dan er alleen met collega’s over praten. Waarom zou hij anders een exemplaar van de 95 stellingen naar de aartsbisschop Albrecht van Mainz en bisschop Hieronymus van Brandenburg sturen? In de begeleidende brief protesteerde hij tegen de verkoop van aflaten. Luthers stellingen ademen bovendien niet puur een academische wil tot discussiëren, maar weerspiegelen ook een licht kritische geest. Neem bijvoorbeeld stelling 86. Hierin vraagt Luther zich af: ‘Waarom bouwt de paus nu niet liever de Sint-Pieterskerk van zijn eigen geld in plaats van dat van de arme christenen, terwijl toch zijn vermogen groter is dan dat van de rijkste Crassus?’ Hier is de rebelse ondertoon onmiskenbaar.

 

Op één lijn met Hus en Wycliff

Luther wilde in 1517 helemaal niet rebels uit de moederkerk stappen. Je kunt dit ook al opmaken uit de tamelijk voorzichtige toon van zijn stellingen, die eerder de kerk waarschuwen dan dat ze er echt tegenaan schoppen. Hij dacht zelfs dat de kerkelijke machthebbers hem hiervoor dankbaar zouden zijn. Toch bleek de praktijk weerbarstiger: Rome zag niets in zijn protesten en Luther distantieerde zich steeds meer van deze kerk die aan heel andere zaken waarde hechtte dan hijzelf. Steeds openlijker keerde hij zich tegen de kerk met haar aflaathandel, haar heiligenverering en haar veel te machtige paus. In 1519 vond een dispuut plaats tussen Luther en zijn collega-theoloog Johannes van Eck over de onfeilbaarheid van de paus. Van Eck stelde Luther hier gelijk aan ketters uit eerdere eeuwen, John Wycliff en Johannes Hus, waarop Luther toegaf dat hun leer inderdaad veel christelijke en evangelische elementen bevatte. Met deze uitspraak keerde hij zich publiekelijk tegen de kerk die Hus als ketter naar de brandstapel had gestuurd. Deze theologische discussie tussen geleerden bleek het begin van een keten van gebeurtenissen die Luther uiteindelijk buiten de kerk deden belanden.

 

Verdedigen tegenover de keizer

In 1520 volgde een pauselijke bul, die Luther opdroeg om 41 van zijn uitspraken te herroepen. Zijn reactie? Hij verbrandde de bul, samen met het pauselijk wetboek. Een daad van een rebel, maar wel één tegen wil en dank. Hij zou over deze ontwikkelingen eens hebben gezegd: 'Ik vrees dat het liedje wel eens te hoog zou kunnen worden voor mijn stem.’ Het tegendeel bleek waar, Luther hield vol en werd hét gezicht van een beweging die zich fel afzette tegen de gevestigde kerkelijke orde.

In 1521, toen de kerkelijke ban inmiddels over hem was uitgesproken, verdedigde een koppige Luther eerst zijn leer tegenover de keizer op de Rijksdag in Worms. Keizer Karel V vroeg hem om twintig van zijn boeken te herroepen. Dit weigerde de hervormer, waarop een rijksban volgde. Luther verdween toen voor een korte periode van het toneel. Na een jaar te zijn ondergedoken op de Wartburg, keerde hij terug naar Wittenberg, de plek waar hij eerder de stellingen had aangeslagen en hoogleraar Bijbelse theologie was. Hij schreef, reisde en disputeerde in de daaropvolgende jaren wat af en had vele aanhangers, met name onder de lagere klassen van de Duitse samenleving. 

 


Müntzer en de Duitse Boerenoorlog

Een van deze aanhangers was de theoloog Thomas Müntzer. Aanvankelijk was Müntzer een bewonderaar en uitdrager van Luthers gedachtegoed, maar in de jaren ’20 brak hij met die ideeën omdat hij ervan overtuigd was dat een christen met geweld moet opstaan tegen een overheid die mensen onderdrukt. Luther was er juist van overtuigd dat je altijd de wereldlijke overheid moet respecteren. Hij geloofde op grond van een gedeelte uit het Bijbelboek Romeinen dat regeerders (hoe slecht ook) niet mochten worden aangevallen, ze zijn immers aangesteld door God. Christenen hebben geen strijd te leveren tegen wereldlijke machten, zoals koningen en andere adellijke lieden, maar tegen geestelijke machten (de duivel en het kwaad).

 

 

Deze Thomas Müntzer voegde de daad bij het woord. Hij was een van de leiders in wat later de Duitse Boerenoorlog (1524-1525) zou gaan heten. Deze oorlog kwam voort uit verschillende losse opstanden in het zuiden en midden van Duitsland, die al vanaf 1518 plaatsvonden en gericht waren tegen de overheid, grondbezitters en de adellijke stand. Boeren weigerden herendiensten uit te voeren of hun tienden (belasting) te betalen. Vanaf het voorjaar van 1524 vonden zulke oproeren steeds vaker plaats. Groepen horigen, boeren en enkele (protestantse) leden van de lage adel streden voor meer rechten en vrijheden, die ze samenvatten in de Twaalf Artikelen van Zwaben.

 

 

‘Niets giftiger of duivelser dan een rebel’

Aanvankelijk begreep Luther het standpunt van Müntzer en de onderdrukte boeren. Hij leefde mee met hun ellende en wilde ook een eind aan het onrecht, alleen zocht hij de oplossing niet in een opstand tegen het gezag. Ook hier was hij dus niet zo rebels als hij in latere geschiedenisverhalen gemaakt is. In zijn pamflet ‘Ermahung zum Frieden’ riep hij de boeren op niet te vechten, maar vrede te sluiten, want God zelf zou in opstand komen tegen het onrecht. Toch verspreidden de opstanden zich in 1525 over heel Duitsland en gedeelten van Oostenrijk. Kastelen werden in de fik gestoken en bloedige aanvallen ingezet, hoewel veel boeren geen enkele militaire ervaring hadden en nauwelijks over wapens beschikten. Om te vechten gebruikten ze voornamelijk zeisen en dorsvlegels. Op 16 april 1525 vond het Weinbergse Bloedbad plaats. Een grote groep boeren bezette het kasteel van Weinberg, waar ze de graaf van Helfenstein en nog zeventig andere edelen gevangennamen en op gruwelijke wijze om het leven brachten.

Andere groepen opstandelingen verwierpen deze moordactie echter, en de verantwoordelijke aanvoerder werd vervangen. Ook Luther vond het veel te ver gaan. Dergelijke ongereguleerde rebellie tegen de zittende overheid was uit den boze!

 

 

Doodslaan, afmaken of doorsteken

Luther schreef een stuk tot vermaning, ‘Wider die räuberischen und mörderischen Bauern’, waarin hij de vorsten van de deelstaten opriep om hard tegen hen op te treden: ‘Laat ieder die daartoe in staat is hen doodslaan, afmaken of doorsteken. Er is niets giftiger of duivelser dan een rebel.’ Luther was - naast zijn persoonlijke afkeer gebaseerd op de Bijbel - bang voor een bloedige revolutie in heel Duitsland. Hij koos hier dus duidelijk de kant van de adel en de vorsten. Dit verwarde veel boeren en maakte ze boos. Velen van hen waren aanhangers van de Reformatie. Zij hadden verwacht dat Luther als boegbeeld van die beweging hen in de strijd tegen de onderdrukking zou steunen.

 

 

Een rebel?

Mogen we Luther een rebel noemen? De term lijkt te passen bij de figuur die tekeerging tegen Johannes van Eck, een pauselijke bul verbrandde, de keizer trotseerde en een eigen kerk begon waarin predikers mochten trouwen. Maar als we Luther zelf de term uit laten leggen, krabbelen we terug: een rebel is volgens hem iemand die fysieke strijd levert tegen de wereldlijke overheid. Luther vocht zeker, maar dan tegen de ‘geestelijke overheid’. Ook leverde hij geen fysieke strijd, maar één in woord en beeld. Luther vond zichzelf dus absoluut geen rebel. Maar is hij het daarom ook niet?

 

 

KADER: Zijn ze echt aangeslagen?

Of de stellingen écht aan de kerkdeur van de slotkerk in Wittenberg zijn genageld, blijft een vraag. Luther zelf heeft het nooit specifiek zo genoemd, terwijl hij anderen wel vertelde dat hij op 31 oktober brieven (met bijgevoegde stellingen) naar aartsbisschop Albrecht van Mainz en de bisschop van Brandenburg had gestuurd. Het verhaal dat hij ze werkelijk heeft opgehangen heeft ons bereikt via Melanchthon en via Luthers secretaris Georg Rörer, die beiden op dat moment niet in Wittenberg aanwezig waren. Het is daarnaast ook de vraag of de stellingen niet zijn vastgeplakt met was of lijm in plaats van - meer heroïsch - te zijn aangeslagen. Het mysterie houdt de Duitse de gemoederen al vanaf 1962 bezig, toen de katholieke historicus Erwin Iserloh voor het eerst de ‘Thesenanschlag’ in twijfel trok. 

 

Afbeelding: Aanslag van de stellingen, Ferdinand Pauwels, 1872

*  Uw e-mailadres

*
  Voer de code in: