Robert Kennedy: vredesduif of havik?

Voeten1

 

Op 5 juni 1968 kreeg Democratisch presidentskandidaat Robert Kennedy in Los Angeles drie dodelijke kogels op zich afgevuurd. Hij stierf de volgende dag. Senator Kennedy was voor velen een baken van hoop en bleef dat nog lange tijd. Stefan Voeten bekijkt welke rol zijn boek over de Cubacrisis daarin speelde.

 

Hoop

Robert F. Kennedy was voor velen een icoon van hoop en verandering, net als zijn broer John was geweest tot hij in 1963 werd vermoord. Barack Obama zei nog in 2005 bij de uitreiking van de naar Robert Kennedy genoemde mensenrechtenprijs dat Robert ‘was able to look us in the eye and tell us that no matter how many cities burned with violence, no matter how persistent the poverty or the racism (…), hope would come again.’

 

Thirteen Days

Dit positieve beeld gaat terug op de campagne die senator Kennedy in 1968 voerde om president van de Verenigde Staten te worden. Hij streefde naar meer sociale gelijkheid en beloofde de rassendiscriminatie aan te pakken en de oorlog in Vietnam te beëindigen. Zijn speeches waren inspirerend en hij sleepte met een enthousiaste gemengde aanhang van progressieve jongeren en zwarten in 1968 verscheidene voorverkiezingen in de wacht. Op 6 juni 1968 stierf Robert Kennedy echter na een moordaanslag. Een jaar later verscheen postuum zijn autobiografische Thirteen Days, dat er mede voor zorgde dat het beeld van Kennedy als een soort messias in stand bleef. Hij vertelt hierin over zijn rol in de Cubacrisis van 1962, toen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten verwikkeld waren in een hoogoplopend conflict om de plaatsing van Sovjetraketten en lanceerbases op Cuba. Over deze crisis en het optreden van de hoofdrolspelers zijn allerlei mythen in omloop, en volgens historicus Sheldon Stern had Kennedy’s Thirteen Days daar een belangrijk aandeel in. Kennedy schreef die autobiografie tijdens zijn presidentiële campagne. Wat kan zijn doel zijn geweest?

 

Bandopnamen laten ander geluid horen
Een belangrijke bron om hierachter te komen zijn de bandopnamen die zijn gemaakt tijdens vergaderingen van de werkgroep van ministers en adviseurs die president John F. Kennedy oprichtte, het Executive Committee of the National Security Council (EXCOMM). Robert was hier als minister van Justitie bij aanwezig. Deze opnamen werden midden jaren ’90 vrijgegeven en de gesprekken wijken op een aantal punten nogal af van wat Kennedy in Thirteen Days beschrijft. Het grootste verschil is dat Robert Kennedy zich afschildert als een vredesduif zoals zijn broer John dat was. Zo staat er in het boek dat Robert had gezegd dat Amerikaanse luchtaanvallen op Cuba ‘heel veel mensen zullen doden, en wij gaan er heel veel moeilijkheden mee krijgen’. Uit de bandopnamen blijkt echter dat Robert Kennedy, in tegenstelling tot zijn broer, een van de meest agressieve haviken was en juist militaire actie in plaats van diplomatieke onderhandelingen voorstond. Hij suggereerde onder meer dat een invasie de beste optie zou zijn, aangezien het ‘de laatste kans is die we hebben om Castro te vernietigen’.

 

 

Cuba terugveroveren 
Als het besluit valt om een blokkade van het al het verkeer van en naar Cuba in te stellen, zegt Robert Kennedy op de band dat dat hetzelfde is als ‘de schuurdeur sluiten als het paard al is ontsnapt’. In zijn boek daarentegen schrijft hij dat hij deze blokkade een heel goed idee vond, want ‘ik kon het idee niet accepteren dat de Verenigde Staten bommen zouden laten regenen op Cuba en zo duizenden burgers zouden doden’. Ook vond hij tijdens de blokkade dat de VS meer schepen moesten onderscheppen waarvan ze dachten dat die raketten vervoerden, ‘ook als de schepen al zijn omgedraaid’. Zelfs op de laatste dag van de Cubacrisis zei Kennedy nog: ‘Ik zou Cuba terug willen veroveren, dat zou mooi zijn.’

 

Kennedy portretteerde zich in Thirteen Days dus als ee nvredesduif terwijl hij eigenlijk een havik was. Waarom deed hij dit? Lees hier alles over in ons zomernummer! 

*  Uw e-mailadres

*
  Voer de code in: