Briljant keizer in de ban

 

Houtert 3

 

Wie focust op zijn glorietijd, krijgt een positief beeld van Frederik II, keizer van het Heilige Roomse Rijk, koning van Zuid-Italië en Sicilië en van Jeruzalem. Hij was een briljant bestuurder, avonturier, krijgsheer, diplomaat, intellectueel, onstuitbaar minnaar en hartstochtelijk jager. Cas van Houtert vroeg zich af of er bij al die genialiteit ook een schaduwzijde was.

 

Hoge roeping

Frederik zag zich gedwongen tot het voeren van oorlogen met een tweetal roemruchte pausen, Gregorius IX en Innocentius IV. Deze meestal ‘koude’ maar uiteindelijk zinderende conflicten met de Heilige Stoel stonden Frederik bepaald niet voor ogen toen hij zich in 1215 na een spannende maar geweldloze opmars in Aken tot koning van het Heilige Roomse Rijk en in 1220 in Rome tot keizer liet kronen. De paus was voor hem niet zijn concurrent, laat staan zijn vijand, maar zijn evenknie. Hij geloofde dat de Almachtige de geestelijke en wereldlijke macht van elkaar had gescheiden om ze aan twee gelijkwaardige heersers toe te vertrouwen. De wijze waarop hij in zijn aanloop naar de macht tal van hachelijke momenten te boven was gekomen, had hem van zijn hoge roeping overtuigd. God zelf had hem uitverkoren.

 

Boven gekroonde hoofden
De pausen zagen dit anders. In hun hoofden had het idee postgevat dat voor hen een unieke rol was weggelegd: ‘onder God maar boven de mensen’ - ook boven de gekroonde hoofden. Wat de keizer betreft, waren zij extra op hun hoede. Hun schrikbeeld was dat hij, in zijn verlangen het Romeinse Rijk te herstellen, de Kerkelijke Staat van twee kanten onder druk zou zetten en ten slotte geheel of gedeeltelijk tot de zijne zou maken. Hij zou dan Rome hoofdstad van zijn rijk maken en daarmee de Heilige Stoel naar het tweede plan degraderen. Of Frederik inderdaad die ambitie had, is nooit duidelijk geworden, al had hij, toen de strijd in alle hevigheid ontbrand was, wel af en toe de schijn tegen. Daar kwam bij dat de pausen zich ergerden aan zijn liberale omgang met joden en moslims en aan zijn exuberante levensstijl met maîtresses, een op oosterse stijl geïnspireerd hofleven (naar men zei compleet met harem) en een rijk gevarieerde troep vrijdenkers.

 

In de ban
Bij zijn kroning in Aken had Frederik II de belofte gedaan het in ‘heidense’ handen verkerende Heilige Land te gaan bevrijden. Maar toen paus Honorius III (1216-1227) een machtig leger naar het Midden-Oosten dirigeerde, gaf Frederik niet thuis. Met als gevolg dat de expeditie op een onvoorstelbare ramp uitdraaide. Het kwam de keizer op scheldkanonnades van troubadours en chroniqueurs te staan.
Pas in 1227 - paus Gregorius IX was juist aangetreden - vond Frederik II gelegenheid zijn twaalf jaar oude belofte gestand te doen. Uit alle hoeken van Europa stroomden kruisvaarders toe, maar toen in Brindisi de eerste contingenten van wal staken, brak in leger en vloot een verwoestende epidemie uit, ook op het vlaggenschip van de keizer. Frederik vluchtte ziek en ontmoedigd naar Pozzuoli, een kleine stad in de buurt van Napels die beschikte over reinigende zwavelbronnen. Hij vergat niet een zware delegatie naar Rome te sturen om de paus van het onheil op de hoogte te brengen en hem te verzekeren dat hij, eenmaal genezen, de reis naar het Heilige Land zou hervatten. Gregorius, die de keizer het licht in de ogen niet gunde, had nu de stok om de hond te slaan. Hij deed hem in de ban: niemand mocht Frederik nog gehoorzamen of ter wille zijn. Toen de keizer enkele maanden later herboren uit de zwaveldampen tevoorschijn kwam en aanstalten maakte zijn queeste te hervatten, gebood de paus hem thuis te blijven. En toen de keizer toch vertrok, stuurde Gregorius hem monniken achterna om eventuele helpers te excommuniceren.

 

Zonder bloedvergieten Jeruzalem in bezit
Frederik was niet als veroveraar maar als diplomaat naar het Heilige Land gereisd en zocht contact met sultan al-Kamil van Egypte, die ook Jeruzalem onder zijn hoede had. De vorsten bestookten elkaar niet met vijandigheden maar met geschenken. Zij deelden de overtuiging dat een vreedzame co-existentie in hun beider belang zou zijn. De sultan had bovendien behoefte aan een bondgenoot die hem tegen invallen uit het noorden kon beschermen. Zo kon het gebeuren dat Frederik II na een lang en met veel tact uitgevoerd diplomatiek offensief, Jeruzalem en omstreken zonder bloedvergieten in bezit kon nemen. Een wonder dat zich nooit meer zou herhalen.

 

Hoe kwam het uiteindelijk zover dat paus Innocentius IV een kruistocht ondernam tegen Frederik? Lees er alles over in ons zomernummer! 

 

Afbeelding: Frederik met sultan al-Kamil, met wi hij het verdrag van Jaffa sloot. 14de-eeuse kroniek van Giovanni Villani, Vaticaanse Bibliotheek. 

*  Uw e-mailadres

*
  Voer de code in: